Vijfde ziekte bij mijn baby, wat is het?

Erythema infectiosum, ofwel de vijfde ziekte bij mijn baby, wat is het? Het gaat hier om een besmettelijke vlekjesziekte, die vooral bij kinderen voorkomt. Het kind krijgt over het hele lichaam rode vlekjes en vaak voelen ze zich ook niet zo lekker. Veel kinderen hebben maar milde klachten, maar toch is het prettig om te weten wat je kunt doen.

Symptomen vijfde ziekte

De vijfde ziekte wordt veroorzaakt door een virus. Het begint meestal met klachten zoals kleine vlekjes in het gezicht. Sommige kinderen krijgen vuurrode wangen en er zijn ook kinderen die koorts krijgen. Later verspreiden de vlekjes zich over het hele lichaam en het kan zijn dat ze gaan jeuken. Na ongeveer een week zijn de vlekjes weer verdwenen. Soms komen de vlekjes later weer terug, bijvoorbeeld als een kind zich druk maakt of na een warm bad of douche. Ook kou kan invloed hebben op het terugkomen van de vlekjes. Volwassenen hebben vaak andere symptomen, bijvoorbeeld stijve handen en voeten wat circa 1 tot 2 weken aanhoudt.

Wie krijgen de vijfde ziekte?

De vijfde ziekte komt het meeste voor bij kinderen tussen de 4 en de 10 jaar, maar het kan ook bij jongere kinderen zoals een baby optreden. Circa 10 procent van de kinderen die de vijfde ziekte krijgen is jonger dan 5 jaar. Het virus steekt voornamelijk de kop op in het voorjaar of de winter en de tijd tussen besmet raken en ziek worden ligt meestal tussen de 1 en 3 weken.

Wat is het en hoe draag je het over?

Het virus wat de kinderziekte vijfde ziekte veroorzaakt, heet het Parvo B19-virus. In de keel van de besmette persoon zitten de virusdeeltjes die overgedragen kunnen worden door praten, hoesten en niezen, net zoals bij een verkoudheidsvirus. Hierdoor komen er besmette druppeltjes in de lucht die weer iemand anders kunnen besmetten omdat zij deze druppels inademen. Je bent besmettelijk vanaf 1 week voordat je ziek wordt of tot je symptomen krijgt. Zodra de vlekjes verschijnen, ben je over het algemeen niet besmettelijk meer.

Kun je het twee keer krijgen?

Het is niet zo dat iedereen besmet raakt met het virus. Soms zijn kinderen in de buurt geweest bij iemand die dit virus heeft en krijgen ze het uiteindelijk zelf niet. Het is wel zo dat iedereen die de vijfde ziekte nog niet gehad heeft, eventueel wel besmet zou kunnen raken. Zeker als je een lange tijd in de buurt bent van iemand die de vijfde ziekte heeft, is de kans groot dat je het krijgt. Bijvoorbeeld op school, een peuterspeelzaal, op een kinderdagverblijf of gewoon in het gezin. Iemand die al een keer de vijfde ziekte heeft gehad, kan het niet opnieuw krijgen. De dokter kan zelfs met een bloedonderzoek kijken om iemand het al gehad heeft. Als je bijvoorbeeld zwanger bent, kan dat belangrijke informatie zijn.

Zwanger en de vijfde ziekte

Als je zwanger bent terwijl je de vijfde ziekte krijgt, kan er in de eerste vijf maanden van de zwangerschap een klein risico op een miskraam bestaan. Maar voor de meeste zwangere vrouwen heeft het krijgen van het virus geen nadelige gevolgen. Gelukkig hebben de meeste vrouwen ooit zelf als kind de vijfde ziekte gehad en kunnen ze het niet meer krijgen. Ze hebben dan antistoffen aangemaakt die de baby ook weer meekrijgt met de borstvoeding. Het virus gaat vanzelf over, hier is geen behandeling voor nodig. Ook voor de baby zijn er meestal geen gevolgen. Het is altijd wel verstandig om als je zwanger bent en je in aanraking komt met iemand die de vijfde ziekte heeft, even de huisarts te raadplegen. Of als je pasgeborene het krijgt. Is er echt een uitbraak in bijvoorbeeld de kinderopvang, het basisonderwijs of de gezondheidszorg en je bent zwanger en komt je komt hier veel, dan kun je beter even uit de buurt blijven. Na 3 weken of na de 20 weken, is contact met kinderen weer veilig. De kans dat je besmet raakt bij het halen en brengen van je eigen kinderen lijkt erg klein.

Is er een vaccin?

Er is geen vaccin tegen de vijfde ziekte om niet besmet te raken. Wel zijn er een aantal dingen die je kunt voorkomen dat je besmet wordt en dat jij bijvoorbeeld weer je baby besmet.

  • Hoest of nies altijd in een papieren zakdoek die je gelijk weg gooit.
  • Heb je geen papieren zakdoek, hoest dan in de binnenkant van je elle boog.
  • Was na het hoesten of niezen altijd je handen.
  • Hou je baby uit de buurt van mensen die hoesten of niezen.
  • Leer je kind zodra het kan ook om netjes te hoesten en te niezen.

Wat kun je wel en wat niet?

Als een kind zich niet al te ziek voelt, kan het gewoon naar de opvang of naar school. De tijd dat je baby of ouder kind besmettelijk was, is namelijk al voorbij als het kind ziek wordt. Door je kind thuis te houden, voorkom je dus niet dat anderen het op de opvang of op school ook krijgen. Die waren dan al besmet. Als de baby echt van slag is of je kind voelt zich echt niet zo lekker, dan kun je er natuurlijk voor kiezen om ze wel thuis te houden. Het is in ieder geval belangrijk dat je de opvang of de leerkracht informeert over het feit dat je kind de vijfde ziekte heeft. Zij kunnen dan in overleg met de GGD de andere ouders informeren. De andere ouders kunnen dan op hun beurt hun kind goed in de gaten houden of er symptomen zijn. Ook een volwassene met de vijfde ziekte die zichzelf goed voelt, kan gewoon werken.