Borstvoeding houdingen

Je baby aan de borst leggen kan in verschillende houdingen: in de bakerhouding, madonnahouding, doorgeschoven houding en in zijligging.

Er is niet één juiste borstvoeding houding

Als je ervoor kiest om je kind borstvoeding te geven, dan moet je dit eerst leren. Je leert je baby aan de borst te leggen, hoe je de baby laat zuigen, wat regeldagen zijn, hoe je moet kolven en borstvoeding houdingen. Als je een andere vrouw een kind borstvoeding ziet geven, dan lijkt het niet zo moeilijk, maar je zult merken dat het de eerste keren best even wennen is om een goede borstvoeding houding te vinden. Je moet er nog achter komen welke borstvoeding houding je het prettigst vindt of welke borstvoeding houdingen het beste bij je passen. Belangrijk om te weten is dat er niet een juiste houding is. Eigenlijk mag alles en kun je dus niet op een foute manier borstvoeding geven. Wel zijn er een viertal houdingen, die veel door moeders worden gebruikt. Dat komt doordat deze het aanleggen, de borstvoeding en het slikken van je baby vlotter laten verlopen. Het beste kun je alle vier de borstvoeding houdingen uitproberen en degene die je het meeste aanspreken vaker gebruiken. Het kan ook zijn dat je dit niet bewust hoeft te doen. Het is namelijk vaak zo dat wanneer je eenmaal met borstvoeding bent begonnen je vanzelf de verschillende borstvoeding houdingen gaat gebruiken, zonder dat je hier nog bij nadenkt. Dat komt doordat de vier onderstaande borstvoeding houdingen nou eenmaal de handigste manieren van het geven van borstvoeding zijn. Dat ontdek je vanzelf als je bent begonnen met het geven van borstvoeding.

 

De bakerhouding

In bakerhouding borstvoeding geven, wordt ook wel borstvoeding geven in rugbyhouding genoemd. Deze houding wordt vooral veel gebruikt in de leer fase. Het is dan ook zeer waarschijnlijk dat jouw kraamhulp of verpleegkundige jou tijdens de eerste dagen deze bakerhouding gaat leren. De bakerhouding gaat als volgt.

1. Je legt je baby met zijn rug op je onderarm, zodat het hoofdje bij je borst ligt. Met de hand van deze arm ondersteun je het hoofdje van de baby. De voetjes klem je achter je bovenarm. Ligt je baby op je linkerarm? Dan leg je de baby aan de rechterborst. Ligt je baby op je rechterarm? Dan leg je de baby aan de linkerborst.

2. Je pakt met je vrije hand je borst en eventueel je tepel vast en legt deze aan de mond van je baby.

Wanneer je de bakerhouding goed kunt, kun je na een tijdje overschakelen naar de madonnahouding. Meestal doe je dit vanzelf.

De madonnahouding

Deze borstvoeding houding wordt het meest gebruikt. Dat komt doordat je deze borstvoeding houding overal en altijd toe kunt passen. Hij is vooral zeer geschikt voor moeders die al enige ervaring hebben met het geven van borstvoeding. Dat komt doordat je de baby niet optimaal ondersteunt bij deze borstvoeding houding, dat durf je als beginner niet aan; ook is het een moeilijke borstvoeding houding als je net start met het geven van borstvoeding. Dit is hoe de madonnahouding eruit ziet.

1. Je legt je hand onder de billen van je baby. Je laat het hoofdje van je baby op de arm van deze hand rusten. Het hoofdje ligt zo met zijn neus precies tegen je tepel. Je baby moet nu zijn hoofdje een beetje kantelen om te kunnen slikken en ademen. Bij deze borstvoeding houding ligt je baby op je linkerarm als hij aan de linkerborst wordt gelegd en op je rechterarm als hij aan de rechterborst wordt gelegd. Dat is dus het omgekeerde van hoe het bij de bakerhouding gaat.

2. Met je vrije hand pak je je tepel en brengt deze richting het mondje van je baby.

De doorgeschoven houding

Bij deze houding bied je optimale ondersteuning en je ziet het complete gezicht van je baby. Bovendien is het in de doorgeschoven houding gemakkelijk om je baby naar de borst te brengen. De doorgeschoven houding wordt veel toegepast bij het voeden van onrustige baby’s. Doordat de baby dicht tegen je aan wordt gehouden, voelt de baby zich heel veilig, dat maakt een onrustige baby rustiger. Ook voor slaperige baby’s is de doorgeschoven houding een goede manier van voeden. In dat geval zorg je ervoor dat je baby zo recht mogelijk overeind komt, zodat hij bijna zit, waardoor het bijna onmogelijk wordt om in slaap te vallen en hij dat pas gaat doen nadat hij zijn maaltje heeft gehad. Zo leg je de baby in een doorgeschoven houding.

1. Leg je baby met zijn rug op de onderarm van je linkerarm als je hem links aanlegt. Leg je baby met zijn rug op de onderarm van je rechterarm als je hem rechts aanlegt.

2. Het hoofdje ligt op de hand van dezelfde arm.

3. De voetjes klem je tussen je rug en de achterkant van je stoel of bank, zodat je baby in een gebogen hoek van 90 graden beland.

4. Met je vrije hand breng je eventueel je borst naar de baby toe, als de baby niet zelf al toehapt.

In zijligging

Als je je baby in bed wilt voeden, dan is de zijligging een comfortabele houding. Hierbij moet je wel oppassen dat de houding niet te comfortabel voor je is, waardoor je in slaap valt. In slaap vallen kan natuurlijk niet tijdens de borstvoeding. Je baby mag immers niet onbewaakt in je bed liggen. Dat is gevaarlijk. Als je bang bent om in slaap te vallen met je baby bij je, dan is het beter om de zijligging niet in je bed toe te passen. Ben je hier niet bang voor, dan kun je hem gerust gebruiken. Vooral voor meer ervaren borstvoeders is hij ideaal. Voor beginners is in zijligging voeden lastiger. In zijligging voeden gaat als volgt.

1. Leg de buik van je baby tegen je eigen buik, terwijl je allebei op de zij ligt.

2. Je baby moet daarbij iets lager dan je borst liggen. De neus van de baby raakt de tepel.

3. De rug van je baby ondersteun je met een kussen of handdoek.

4. Je baby gaat zich een beetje strekken om bij je tepel te komen. Het neusje van je baby blijft vrij om te ademen en je baby kan gemakkelijk slikken. Wat ook mooi is bij de zijligging is dat je je baby in de ogen kunt kijken.

Je kunt je baby ook zittend in bed voeden. In dat geval kun je je knieën optrekken, waardoor je een soort plateautje voor de baby maakt. Op je knieën kun je een kussen leggen, zodat het minder hard is voor de baby. Gebruik deze borstvoeding houding alleen als het goed voelt, als je spieren het kunnen verdragen. Zorg ervoor dat je rug recht blijft.

Algemene tips bij het geven van borstvoeding

Als je eenmaal de borstvoeding houdingen ontdekt hebt, die het beste bij jou en je baby passen, dan ga je deze vaker gebruiken. Welke borstvoeding houding je ook kiest, er zijn een paar dingen die altijd prettig zijn om te weten en te doen. Hier zijn acht tips bij het geven van borstvoeding.

  • Ga voordat je gaat voeden nog even naar de wc, zorg dat je hebt gegeten als het etenstijd is en dat je andere noodzakelijke dingen hebt gedaan. Borstvoeding kost (vooral in het begin) veel tijd.
  • Leg of zet dingen die je tijdens de borstvoeding nodig hebt binnen handbereik, zoals een flesje water, je telefoon en/of iets dat je wilt lezen. Het is relaxter als je steeds kunt blijven zitten en niet tussen door (met je kind op de arm) nog van alles moet halen of doen.
  • Zorg dat je zo ontspannen mogelijk zit. Dit stimuleert de toeschietreflex van je baby. Kies een stoel die goed zit, die je rug goed ondersteunt en waarin je met je voeten plat op de grond komt te staan. Leg als je het fijn vindt wat kussens in je rug. Zorg ervoor dat je rechtop zit. Buig niet voorover.
  • Gebruik eventueel kussens of een voedingskussen om je baby te ondersteunen en zijn mond op de hoogte van de tepel te brengen en om je eigen rug- en nekspieren te ontlasten.
  • Zorg dat je je zo ontspannen mogelijk voelt. Hoe relaxter jij bent hoe groter de kans dat je melkproductie goed is en hoe meer ontspannen je baby zich voelt.
  • Plaats je baby zo dicht mogelijk tegen je lichaam, met jouw buik tegen die van je baby, terwijl je steun biedt met je arm, die je eventueel op een kussen laat rusten.
  • Duw je borst en de tepel in de richting van het mondje van je baby. Dit doe je met je vrije hand.
  • Trek of duw nooit aan je baby of het hoofdje van je baby in de richting van je borst. Hierdoor kan het gezichtje van je baby te strak tegen je borst komen, waardoor je de baby niet meer goed ziet. Je ziet of je baby goed ligt, wanneer hij zijn lippen naar buiten krult. Je baby zal vanzelf toehappen als hij trek heeft. Soms zelfs al wanneer hij nog niet goed ligt, dan zoekt hij als een pikkend ‘kippetje’ naar je borst. Het kan zelfs zo zijn dat je baby dit ook doet, wanneer hij bij een ander op de arm ligt.