Flesvoedingschema

Voeden op verzoek wordt tegenwoordig sterk aangeraden. Toch is een flesvoedingschema handig om erbij te houden. Vaak valt je baby na verloop van tijd vanzelf in een schema.

Voeden op verzoek

Of je nou borstvoeding geeft of flesvoeding; of kiest voor een combinatie van borst- en flesvoeding, voeden op verzoek wordt tegenwoordig bij jonge baby’s sterk aangeraden. Dit wil zeggen dat je de baby drinken geeft, wanneer hij erom vraagt. Zo zorg je ervoor dat je baby precies krijgt waar hij behoefte aan heeft: op de juiste momenten en in de juiste hoeveelheden, compleet afgestemd op je baby. Voeden op verzoek past perfect bij deze tijd: het kind staat centraal.

Voeden volgens een vast flesvoedingsschema

Tegenwoordig is voeden op verzoek de trend, vroeger was dat anders. Toen werd er veel meer een vast voedingsschema toegepast. Al van jongs af aan kreeg de baby de borst of fles op vaste tijden en in dat schema moest de baby zich dan gaan aanpassen. Dit is precies hoe er in het verleden met kinderen werd omgegaan: de ouder bepaalde voor het kind; het kind was meer volgend dan nu. Ook de slaaptijden werden vroeger meer bepaald door de ouders, dan door het kind.

Wat is beter: voeden op verzoek of een vast flesvoedingschema?

Ook al zeggen de mensen op het consultatiebureau tegenwoordig dat bij jonge baby’s voeden op verzoek beter is dan een vast flesvoedingschema, dat hoeft niet te zeggen dat iedereen er zo over denkt. Vraag maar eens aan je oma wat zij beter vindt. De kans is groot dat zij een vast voedingsschema verkiest boven voeden op verzoek. Het voordeel van een vast flesvoedingsschema is dat je baby went aan vaste tijden waarop hij eet en slaapt, waardoor hij meer rust en regelmaat krijgt en hierdoor zich rustiger gaat gedragen. Ook voor jezelf kan een vast flesvoedingsschema fijn zijn, zo weet niet alleen je baby precies waar hij aan toe is, maar ook jij als moeder, kunt gemakkelijker dingen gaan plannen, omdat je precies weet op welk moment je baby de fles nodig heeft en een slaapje nodig heeft. Je kunt je voorstellen dat ook de leidsters van een kinderdagverblijf blij zijn met baby's met een vast(er) flesvoedingschema, aangezien zij met meer dan een baby werken en het lastig is voor alle baby's in te schatten wie er wanneer behoefte heeft aan zijn fles. Nadeel kan zijn, dat het flesvoedingsschema dat jij invoert niet overeenkomt met de wensen van je baby, waardoor het juist onnodig onrustig wordt. Het voordeel van voeden op verzoek is dat je kunt ontdekken waar de behoeftes van je baby liggen en dat je baby precies krijgt wat hij nodig heeft. Nadeel kan echter zijn, dat je baby het zelf niet goed weet of dat jij niet goed in kunt schatten wanneer je baby toe is aan zijn fles of aan een slaapje, waardoor de baby in de war raakt en onrustig wordt. Merk jij dat dit bij jou en jouw baby het geval is? Probeer dan eens een vast(er) flesvoedingschema, zoals je oma het vroeger deed. Vraag haar bijvoorbeeld eens om raad.

Meestal gaat voeden op verzoek vanzelf over in een flesvoedingschema

Als je voor je jonge baby kiest voor voeden op verzoek, dan geef je je baby de kans om zelf te ontdekken wat zijn ritme is. Zeer waarschijnlijk gaat je kind na verloop van een paar maanden vanzelf in een min of meer vast patroon slapen en eten. Er ontstaat dan dus eigenlijk ook een flesvoedingsschema, met als verschil dat jij deze niet hebt bepaald, maar dat deze door je baby is bepaald.

Een gemiddeld flesvoedingschema

Na verloop van tijd komen de meeste baby’s dus vanzelf terecht in een flesvoedingsschema. Of jij hebt dit flesvoedingsschema van begin af aan voor je baby bepaald. Het verschilt per baby hoe dit flesvoedingsschema eruitziet, maar globaal komt het volgens de GGD neer op het volgende.

  • 0-6 maanden: 6 tot 8 voedingen per dag van 120 milliliter.
  • 2-3 maanden: geleidelijk afbouwen naar 5 voedingen per dag van 150 tot 180 milliliter.
  • 4-5 maanden: 5 voedingen per dag van 150 tot 180 milliliter.
  • 6+ maanden: 3 tot 4 keer per dag van 200 milliliter.
  • 7-12 maanden: 1 tot 2 keer per dag van 200 milliliter. Deze kun je het best laten drinken bij het ontbijt en de lunch.

Als je flesvoeding geeft, kun je de flessen op de verschillende leeftijden het beste in deze hoeveelheden vullen. Bedenk wel dat dit gemiddelden zijn van wat een baby nodig heeft. Het hoeft niet zo te zijn dat jouw baby precies in dit schema past. De ene baby is de andere niet. Een baby kan bijvoorbeeld ’s ochtends veel honger hebben en ’s middags veel minder. Of een baby heeft al sneller minder voedingen nodig. Sommige baby’s hebben veel baad bij een vast schema; andere baby’s willen of kunnen niet in een schema functioneren, omdat dit niet bij hen past. Probeer je baby in zijn waarde te laten, ook al wil je zelf zo graag een vast flesvoedingsschema. Het zal averechts werken als je jouw baby erin probeert te pushen. Je baby voelt zich dan niet begrepen en wordt onnodig onrustig. Dit doet jullie band niet ten goede. Het kan goed zijn dat je baby wel in een ritme zit, maar dat je het zelf niet doorhebt, omdat je teveel het bovenstaande schema in je hoofd hebt. Probeer te ontdekken wat dit eventuele ritme is en pas je daarin aan. Je zult merken dat dit je baby rust geeft, waardoor ook jij meer rust krijgt.

Wat geef je naast de flesvoeding?

Dit is wat je kind naast flesvoeding mag krijgen volgens de GGD.

  • Alle kinderen van 0 tot 4 jaar wordt vitamine D aanbevolen naast de flesvoeding. Deze haal je in een flesje bij de drogist. Op de gebruiksaanwijzing van het flesje staat precies hoeveel druppels je kindje ervan nodig heeft op een dag.
  • Met vast voedsel mag je beginnen bij 4 tot 5 maanden. Je mag je baby dan een paar eetlepels fruithap, groentehap geven. Ook mag je rijstebloem in papvorm bijgeven in de fles.
  • De meest ouders kiezen er echter voor om pas met een fruit- en groentehap te beginnen bij 6 maanden. Je geeft dan eenmaal daags in de ochtend of middag fruithap en een groentehap eind van de middag/ ’s avonds als warme maaltijd. Deze fruit- en groentehapjes zijn verkrijgbaar in de supermarkten en drogisten. Je kunt ze ook zelf maken, door fruit en groente te pureren met een staafmixer. Ook papvoeding, het drinken van thee en diksap is mogelijk na 6 maanden.
  • Na 7 tot 8 maanden mag je kind ook ontbijten en lunchen met een bruine boterham met margarine en beleg. Ook granen-broodpap is hiervoor in de plaats mogelijk. Nu mag je kind ook een kinderbiscuit, rijstwafel, soepstengel of broodkorst als tussendoortje eten. Bij de warme groentehap mag nu gemalen, gekookt of gestoofd vlees, vis, kip of ei worden toegevoegd.
  • Na 9 tot 12 maanden mag je kind ook een groentehap met gebakken vlees, vis, kip of ei. Ook yoghurt mag je nu aan je kind geven.
  • Na 12 maanden mag je kind gewone melk drinken in de fles. De poeder flesvoeding wordt dus overbodig. Dat wil niet zeggen dat je deze niet meer mag geven. Flesvoeding geven, mag langer dan 12 maanden, als je baby hier baad bij heeft. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat je baby allergisch is voor koemelk.