6 redenen waarom baby's oprecht kleine wondertjes zijn.

Het blijft toch een wonder hoe een zaadje en een eicel uit kunnen groeien tot een klein mensje. Het is een zeer precair proces waarbij er van alles mis kan gaan. Maar als het dan toch lukt, blijkt die baby ook nog eens een wonderlijk wezen te zijn. Dit zijn 6 redenen waarom baby's oprecht kleine wondertjes zijn:

1. De voorkeur van de baby

Het babybrein is tot veel meer in staat dan dat je in de eerste instantie denkt. Zo zijn baby’s bijvoorbeeld vaak prima in staat om goed van slecht te onderscheiden. Tijdens testen blijken baby’s meer voorkeur te hebben voor poppen uit een poppenspel die goed verdrag vertonen dan poppen met niet zo'n lief gedrag.

2. Talen herkennen

Ook vreemde talen herkennen is ze niet vreemd. De taal die de moeder spreekt, geeft geen afwijkend gedrag als onderzoekers een speen aan een monitor koppelen. Wel als ze een vreemde taal horen, dan zuigen ze langer aan de speen.

3. Gevoel en emotie

Baby’s hebben een sensor voor elkaars gevoelens, maar kunnen ook emoties herkennen. Het kan zomaar gebeuren dat de baby gaat huilen als er een andere baby huilt. Is mamma vrolijk, verdrietig of boos, ze zien wanneer deze emoties spelen.

4. Kan het wel of kan het niet?

Oudere baby’s weten vaak precies wat papa of mama boos maakt. En het wordt nog mooier, ze kunnen zich ook al inhouden door te wachten met die handeling totdat papa of mama het niet ziet. Er zijn testen gedaan met speelgoed wat geluid maakt. Twee groepen kinderen kregen dit speelgoed om mee te spelen. Bij iedere groep was al een volwassene binnen en kwam er een volwassene extra binnen die boos werd omdat ze herrie maakten met het speelgoed. Bij de ene groep vertrok die boze volwassene daarna weer en bij de andere groep bleef de boze volwassene erbij. Waar de boze volwassene bleef, pakten de kinderen het bewuste speelgoed niet. De groep waar de boze volwassene weg ging, maar de andere volwassene bleef, raakten zij het speelgoed niet meer aan totdat hij weg was. Daarna speelden ze er wel mee, maar vaak wel op een manier dat er minder herrie werd gemaakt.

5. Gebarentaal

Baby’s zijn de eerste maanden niet in staat om woordjes te zeggen, toch begrijpen ze al na een paar maanden wat je bedoelt. Vanaf ongeveer zes maanden kun je al met je kind communiceren in gebarentaal en kunnen ze ook de link leggen tussen gebaren en woorden. Vanaf 18 maanden kunnen kinderen heel goed aan je gezichtsuitdrukking zien of je iets meent of niet.

6. Liplezen

Een jonge baby let veel op je ogen, maar als ze ouder worden gaan ze ook op de mond van de volwassene letten. Ze bekijken je mond als ze merken dat je praat. Dat liplezen helpt de baby om te leren praten, maar in eerste instantie om geluiden en klanken te maken. Praat duidelijk en rustig met je baby, laat goed je lipbewegingen zien. De kleine leert ervan.