Reflexen baby

Het natuurlijke instinct van een baby is erop gericht om buiten jouw buik te kunnen overleven. Als onderdeel van dit natuurlijke instinct, heeft iedere baby bepaalde reflexen. Dit zijn bewegingen die de baby maakt op basis van de omgeving. Hoort je kindje bijvoorbeeld een bepaald geluid, dan kan hij of zij op dit geluid reageren met een reflex. Dit doet je kindje niet bewust, maar het gebeurt volledig automatisch.

Ieder kindje heeft bepaalde reflexen baby, ook jouw kindje. De reflexen baby zie je vrijwel direct na de geboorte ontstaan. Hoort je kindje bijvoorbeeld een bepaald geluid, dan wordt hier direct met een beweging op gereageerd. Zelfs als je kindje enkele dagen oud is, bestaan dit soort opvallende reflexen baby.

Op deze pagina lees je meer over de verschillende reflexen baby die jouw kindje kan laten zien. Door de informatie in dit artikel door te lezen, worden bepaalde bewegingen die je kindje maakt, plotseling duidelijk. Zeker als je voor het eerst moeder bent geworden, is het interessant je in de reflexen van je baby te verdiepen. Zo krijg je simpelweg meer begrip voor bepaalde gedragingen van je kleintje.

Reflex #1: het zoekreflex

Om te overleven, heeft je kindje eten nodig. Vanuit het natuurlijke instinct om te overleven door te eten, heeft je kindje een zoekreflex. Dit reflex zie je duidelijk als je zachtjes met je vinger over het wangetje van je kindje strijkt. Als reactie op deze streling, laat je kindje een zoekreflex zien. Je baby draait het hoofdje naar je vinger toe en doet de mond direct open. Met zijn of haar mondje maakt je kindje een zoekende en ietwat afwachtende beweging, in de richting waar je vinger vandaan kwam.

Reflex #2: het zuigreflex

Reageer je kindje duidelijk met een zoekreflex, als je vinger over zijn of haar wangetje streelt? Doe dan je vinger eens in de mond. Nu voel je direct dat je kindje aan je vinger gaat zuigen. Dit is het zuigreflex: een reflex dat bij het zoekreflex hoort. Als je kindje iets in zijn of haar mond voelt, start het zuigen direct. Dit komt omdat je kindje denkt dat hij of zij iets te eten krijgt.

Het zuigreflex kan een beetje op kauwen lijken. Het lijkt net of je kindje op je vinger wil kauwen, maar in feite gaat het om een heftige zuigbeweging.

Reflex #3: het slikreflex

Het is erg belangrijk dat je kindje goed kan slikken. Alleen door goed te slikken, komt de voeding namelijk in de buik. Daarom heeft ieder kind een slikreflex. Ook als je kindje pas net geboren is, weet hij of zij prima hoe slikken werkt.

Reflex #4: het kokhalsreflex

Het kan voorkomen dat je kindje te veel voeding binnen krijgt. In dit geval voorkomt het kokhalsreflex dat je kleintje stikt. Als er te veel voeding binnen komt, treedt dit reflex direct in werking. Door te kokhalzen, voorkomt je kindje zelf dat er te veel voeding in de slokdarm komt en dat hij of zij stikt. Overigens gebeurt dit volledig automatisch: je kindje is niet bewust aan het kokhalzen.

Het kokhalsreflex zorgt er ook voor dat de luchtwegen van je kindje lekker schoon blijven. Zit er slijm in de luchtwegen en wordt de ademhaling van je kleintje hierdoor bemoeilijkt? Dan zorgt het kokhalsreflex ervoor dat het slijm opgehoest kan worden, zodat het ademen weer goed gaat.

Reflex #5: het grijpreflex

Leg je een vinger in het handje van je zoon of dochter, dan knijpt die kleine zijn of haar handje direct dicht. Dit reflex wordt ook wel het grijpreflex genoemd. Wat velen niet weten, is dat die kleine handjes van je kindje erg sterk zijn. Ze zijn zelfs zo sterk, dat ze het gehele lichaamsgewicht van je kindje kunnen dragen. Niet iets wat je thuis wil proberen, maar wel leuk om te weten. Je kunt het grijpreflex dan ook zeker een sterk reflex noemen.

Overigens heeft je kindje niet alleen een grijpreflex in de handen, maar ook in de voeten. Aai je over de voetzooltjes van je baby heen, dan krullen de teentjes direct naar binnen. In feite maakt je kindje nu een grijpende beweging met de voetjes. Ook dit hoort bij het grijpreflex.

Reflex #6: het loopreflex

Het duurt nog even voor je kindje kan lopen, maar vlak na de geboorte heeft die kleine al wel een loopreflex. Dit reflex zie je duidelijk als je je kindje rechtop houdt, door hem of haar onder de armen vast te houden. Raken de voetjes een hard oppervlak, dan gaan de beentjes vanzelf bewegen. Het lijkt net of je kindje wil lopen. Dit is het loopreflex.

Het loopreflex is na de bevalling erg duidelijk aanwezig. Hierna verdwijnt het reflex langzaam. Geen zorgen, want ook zonder loopreflex gaat jouw kleintje uiteindelijk gewoon lopen. Het is normaal dat dit reflex na een tijdje verdwijnt. Als je het loopreflex wil zien, kun je je kindje dus het beste vrij snel na de geboorte onder de armpjes rechtop houden.

Reflex #7: het schrikreflex

Alle baby’s schrikken op dezelfde manier. Bij een onverwachte beweging of een hard geluid, spreidt je kindje eerst zijn of haar armen en benen wijd uit. Het lijkt net of je kindje iets vast wil grijpen. Vervolgens buigen de armen en benen langzaam weer naar binnen. Als je kindje weer een normale houding heeft aangenomen, zonder gespreide armen en benen, balt hij of zij de vuistjes. Hierna kun je je voorbereiden op een flinke huilbui: het schrikreflex is nu compleet.

Je kindje kan het schrikreflex laten zien bij een hard geluid, maar ook bij een onverwachte beweging. Leuk om te weten: direct na het schrikreflex, is het grijpreflex extra sterk. Leg je nu je vinger in de hand van je kindje, dan knijpt je kindje zijn of haar handje nog steviger dicht. Je kindje grijpt zich (onbewust) stevig aan je vast.

Reflex #8: de tonische nekreflex

Tot slot is er nog tonische nekreflex. Door deze reflex gaan baby’s bijna altijd op dezelfde manier liggen, als ze op hun rug worden gelegd. Leg je je kindje op zijn of haar rug, dan is de kans groot dat het hoofdje zich naar één kant keert. Het arm en het been aan die kant, worden duidelijk uitgestrekt. Het arm en het been aan de andere kant, ofwel de kant waar het hoofdje niet naartoe buigt, blijven gebogen liggen.

Leg je je kindje op de buik, dan draait het hoofdje weer naar één kant. De beentjes worden opgetrokken, tot de knieën tegen de onderbuik liggen. De armpjes worden stevig tegen het lichaam gedrukt en de handjes ballen zich tot vuistjes.

Je kindje neemt deze houdingen niet aan omdat hij of zij deze twee houdingen prettig vindt liggen. Ook dit is namelijk een reflex. Als je je kindje op de rug legt, volgt het tonische nekreflex op de rug. Leg je je kindje op de buik, dan volgt het tonische nekreflex op de buik. Je kindje neemt de houding niet bewust aan: dit gebeurt volledig automatisch.