5 tips om je kind veilig te vervoeren

Een erg hoog aantal kinderen zit niet veilig in de auto. Uit onderzoek van de Taskforce Kinderveiligheid blijkt dat 8 op de 10 kinderen niet veilig in de auto zit. De helft van de autostoelen is niet goed geïnstalleerd en er veel kinderen worden niet goed vastgezet in de autostoel. Maar liefst 6 van de 10 kinderen zitten te los in de autostoel omdat de gordels van het harnas niet goed worden aangetrokken door de ouders. Hierdoor ontstaan onveilige situaties.

Veiligheid van kinderen in de auto

In Nederland moeten kinderen tot 135 cm in een autostoeltje zitten. Het is belangrijk dat je een autostoeltje gebruikt en dat je dit stoeltje ook goed gebruikt. Dat klinkt logisch, maar 84% van de kinderen in Nederland wordt niet op de juiste manier vervoerd.

Ouders kunnen met een paar tips de veiligheid van kinderen in de auto al flink verbeteren:

  • Installeer je autostoel altijd zoals aangegeven wordt in de handleiding. Laat je bij de aanschaf van een stoel goed voorlichten. Belangrijk is dat de autogordels niet gedraaid zijn, de juiste route volgen en goed zijn vastgeklikt als je je kind meeneemt in de auto.
  • Gebruik je Isofix? Check of alle bevestigingshaken goed vastzitten. Wanneer je een baby- of peuterautostoel hebt, moet ook het derde bevestigingspunt gebruikt worden.
  • Trek de gordels van de autostoel goed aan. Er mag maximaal één centimeter ruimte tussen de gordel en het lichaam van je kindje zitten.
  • Let bij een peuterautostoel op de hoogte van het harnas. Er mogen maximaal 2 vingers ruimte tussen het harnasje en de schouder van je kind zitten.
  • Is jouw kind toe aan een kinderautostoel? Gebruik dan een autostoel met rugleuning.

Tips bij het bevestigen van je autostoel

Wanneer je de juiste autostoel hebt gekozen, moet je de stoel ook goed in de auto vastzetten. Er zijn 2 verschillende soorten autostoeltjes: autostoeltjes die je vastzet met de autogordel of stoeltjes die je vast zet met Isofix. Wanneer je het autostoeltje vast zet, doe het dan met zorg en aandacht. Hoe makkelijk het ook lijkt, bijna de helft van de autostoeltjes is niet op de juiste manier bevestigd.

We zien dat er bij het bevestigen van zowel de baby, peuter als kinderautostoeltjes nog veel mis gaat. Met de gordel maar ook met Isofix. Dit is waar je vooral op moet letten bij het bevestigen van je autostoel:

  • Controleer voor het bevestigen van je autostoel altijd de instructiesticker op de zijkant van de stoel.

Vastzetten van de stoel met Isofix:

  • Controleer goed of allebei de haken vastzitten na het bevestigen van de Isofix-autostoel. Beweeg de voorkant van de stoel of het onderstel naar links en rechts om te voelen of de haken echt goed vastzitten.
  • Gebruik altijd een derde bevestigingspunt. Dit zorgt voor extra stabiliteit en bescherming tijdens een botsing. Lees in de handleiding van je auto welk derde bevestigingspunt je kunt gebruiken. Het voordeel van Isofix is dat je het één keer goed moet installeren en dan alleen periodiek moet controleren of alles nog goed zit.

Vastzetten van een autostoel met de gordel:

  • Zorg dat de autogordel op de juiste manier wordt vastgemaakt. Gebruik hiervoor alle blauwe of rode punten van de autostoel. Maak altijd eerst het korte deel vast. Trek deze strak aan en zet dan het lange deel van de gordel vast.
  • Check altijd even of de gordel nergens gedraaid zit.
  • De gordel kan na een aantal ritjes weer wat losser gaan zitten. Trek ‘m om de paar maanden weer even strak.

Veilig met je kind op pad

Nadat je de stoel goed hebt vastgezet in de auto, is het belangrijk dat je ook je kind goed vast zet in het autostoeltje. Waar moet je op letten bij het vastzetten van je kind?

Vaak worden dezelfde fouten gemaakt bij het vastzetten van kinderen in de autostoel. Het is belangrijk dat je op de volgende zaken let:

De riempjes van de autostoel

  • De bovenkant van de riempjes moeten op de hoogte van de schouders van je baby of peuter uit het stoeltje komen (max. twee vingers er boven).
  • De riempjes van het harnassysteem bij de baby en peuter mogen nooit gedraaid zitten.
  • Trek de riempjes ook echt strak aan. Hierbij kun je als stelregel aanhouden dat er maximaal 1 cm ruimte tussen het riempje en het lichaam van je kindje mag zitten.

Extra tip

Doe de (winter)jas uit!

De riempjes van de autostoel moeten dus altijd goed strak aangetrokken worden (maximaal 1 cm ruimte). We raden je daarom aan om een dikke winterjas in de auto uit te doen. Als een kind een dikke (winter)jas aan heeft, kun je de riempjes niet goed aantrekken. Bij een botsing wordt de dikke jas helemaal platgedrukt en dan zit de gordel ineens veel te ruim! Is het koud, leg dan een dekentje over je kind. Wil je toch de jas aanhouden? Zorg er dan voor dat je de riempjes echt strak aantrekt.

De draagbeugel van een babystoel

  • Let er bij de baby autostoel goed op, dat de draagbeugel omhoog staat voordat je gaat rijden. Deze biedt extra bescherming voor je kindje.

De hoofdsteun van de autostoel

  • Controleer regelmatig of het hoofdje van je peuter of kind goed binnen de hoofdsteun valt. Dit kun je doen door te kijken of de oren er niet onder- of bovenuit steken. Als dit wel het geval is, verschuif dan de hoofdsteun

De gordel

  • Let erop dat de gordel bij de baby en peuter autostoel door de blauwe punten loopt. En bij de kinderautostoel door de rode punten (of de punten aangegeven met een rode pijl)
  • Let er bij het vastzetten van je kind ook op, dat de autogordel over het sleutelbeen loopt. De gordel mag niet onder de oksel of achter de rug langs lopen.

Bron: Op zoek naar meer tips voor het veilig vervoeren van kinderen in de auto? Kijk dan op de website van VeiligheidNL. Je vindt er ook de onderzoeksresultaten van het onderzoek van de Taskforce Kinderveiligheid.