4 situaties die je kan meemaken tijdens je bevalling

Wanneer je zwanger bent, denk je misschien het liefst niet aan het einde van de negen maanden. Natuurlijk kun je niet wachten tot je je pasgeboren baby in de armen kan houden, maar de bevalling zelf… Toch is het goed om je zoveel mogelijk in te lezen ter voorbereiding op de bevalling. Laat je niet verrassen! Hier zijn vier situaties die je kan meemaken tijdens je bevalling.

1. Inleiding van de bevalling

Het is mogelijk dat de geboorte kunstmatig op gang moet worden gebracht, bijvoorbeeld omdat de zwangerschap te lang duurt. In dit geval zal er een inleiding moeten plaatsvinden en hiervoor ga je naar het ziekenhuis. De arts zal je bloeddruk, hartslag en temperatuur meten en maakt een hartregistratie van de baby. Vervolgens vindt er een inwendig onderzoek plaats. Nadat de controles verricht zijn, is het tijd om de bevalling op gang te brengen. Dit kan met behulp van een ballonkatheter en/of een infuus. Een ballonkatheter maakt de baarmoedermond ‘rijp’. Je lichaam maakt de juiste hormonen aan voor de bevalling. Nadat de ballon uit de baarmoedermond valt, is het tijd om de vliezen te breken en een infuus aan te brengen met medicijnen die tot doel hebben de weeën op gang te brengen. Zodra de bevalling op gang komt, verloopt deze in principe hetzelfde als een 'normale' bevalling.

2. Je kind ligt in stuitligging

Wat als je kindje in stuitligging ligt? Jij en je partner staan dan voor een moeilijke beslissing die snel gemaakt moet worden. Ga je voor een keizersnede of een vaginale bevalling? De gynaecoloog zal met je overleggen om zo tot de beste beslissing te komen. Indien je voor een vaginale bevalling gaat, zal dit in het ziekenhuis moeten plaatsvinden. De bevalling zal naar alle waarschijnlijkheid namelijk langer duren en moeizamer voorlopen dan bij een ‘normale’ geboorte. Je bevalt vanaf een dwarsbed en wordt gekatheteriseerd. Het kan nodig zijn om onder een plaatselijke verdoving ingeknipt te worden om de bevalling tot een succes te brengen. Daarnaast drukt de verloskundige misschien tegen het einde van de bevalling op het schaambeen mee tijdens het persen om de geboorte te vergemakkelijken.

3. De vaginale kunstverlossing

Je hoopt natuurlijk dat je baby na een paar keer persen ter wereld komt. Sommige baby’s hebben echter niet zo’n haast. In sommige gevallen duurt de bevalling zo lang dat een vaginale kunstverlossing nodig is. Dit houdt in dat de verloskundige je helpt om je kind ter wereld te brengen met behulp van een tang of vacuümpomp. De tang bestaat uit twee lepels die om het hoofdje van de baby worden gelegd. De vacuümpomp werkt met behulp van een zuignapje dat op het hoofd van je baby wordt aangebracht. Wanneer jij perst, zal de arts meetrekken om de geboorte te bespoedigen. In sommige gevallen drukt hij of zij ook mee op de je buik. Bij een vaginale kunstverlossing is het soms nodig om onder plaatselijke verdoving ingeknipt te worden.

4. Keizersnede

Wegens bepaalde omstandigheden weet je soms ruim van tevoren al dat je kind met behulp van een keizersnede ter wereld wordt gebracht. In andere gevallen is dit echter een plotseling besluit dat gemaakt moet worden ten gevolge van een onverwachte situatie. Op zo'n moment moeten alle beslissingen zeer snel gemaakt worden. Je wordt klaargemaakt voor de operatie en je partner mag tijdens het hele proces bij je blijven. Vaak vindt een keizersnede plaats met behulp van een ruggenprik, waardoor je onderlichaam compleet verdoofd wordt. Je kunt de bevalling op deze manier bewust meemaken. In sommige situaties zal het noodzakelijk zijn voor de artsen om je onder narcose te brengen.