Een vaginale kunstverlossing: wat, hoe, waarom?

Een bevalling zonder moeilijkheden is voor veel vrouwen al spannend. Misschien wil je daarom wel helemaal niet nadenken over zoiets als een vaginale kunstverlossing. Maar zeker omdat zo'n kunstverlossing bij de eerste bevalling relatief vaak voorkomt, kan het fijn zijn hier toch een beetje op voorbereid te zijn. Daarom lees je in dit artikel wat een vaginale kunstverlossing is, wanneer hiervoor gekozen wordt en wat je ervan kunt verwachten.

Een vaginale kunstverlossing: wat is dat?

Bij een vaginale kunstverlossing helpt een gynaecoloog bij het geboren laten worden van een kindje via de vagina. Hierbij gebruikt de arts een verlostang of een vacuümpomp. De handeling vindt altijd plaats tijdens de uitdrijving, de fase die begint bij volledige ontsluiting en eindigt bij de geboorte.

Ongeveer één op de vijf vrouwen die voor het eerst bevalt, heeft een kunstverlossing nodig. Bij vrouwen die al eerder een kind kregen, is dat veel minder. Ook bij vrouwen die een vaginale kunstverlossing hebben gehad, verloopt de volgende bevalling meestal probleemloos.

Waarom een kunstverlossing?

Degene die je bevalling begeleidt, kiest niet zomaar voor een kunstverlossing. De keuze komt aan de orde als de uitdrijving niet snel genoeg vordert en/of er een (dreigend) zuurstoftekort is bij de baby. In zeldzame gevallen is een kunstverlossing nodig omdat een vrouw niet of alleen kort mag persen, vanwege aandoeningen van haar longen of hart.

Hoe gaat een vaginale kunstverlossing in het werk?

Hoe de behandeling gaat, hangt af van de keuze voor een verlostang of een vacuümpomp. Vaak kiest de gynaecoloog voor de vacuümpomp, maar dat hangt ook af van de voorkeur en ervaring van de arts, de hoofdligging van je kind en zijn of haar hartslag.

Voorbereiding

De vaginale kunstverlossing kan alleen in het ziekenhuis. Als je thuis bent en de verloskundige denkt dat je hulp nodig hebt bij de geboorte, moet je naar het ziekenhuis.

Eerst wordt het onderste deel van het verlosbed weggehaald en plaats jij je benen in de beugels. Meestal wordt je blaas leeggemaakt met een dun slangetje (katheter). De gynaecoloog doet een inwendig onderzoek om te voelen hoe de stand van het hoofdje is en hoe ver je baby is ingedaald. Dat is nodig om te bepalen welk instrument de dokter gaat gebruiken en hoe dat geplaatst moet worden.

Voor zowel de tangverlossing als de vacuümverlossing wordt je vaak ingeknipt. Daar voel je weinig van, want je krijgt een verdovingsprik.

De tangverlossing

Een verlostang bestaat uit twee lepels, een verbindingsstuk en een handvat. De arts plaatst de lepelbladen op de zijkanten van het hoofdje en trekt tijdens de weeën aan het handvat, terwijl jij zo hard mogelijk perst. Het plaatsen van de lepels is voor jou vaak pijnlijk. Na enkele weeën wordt je baby geboren, soms duurt het wat langer.

Een vacuümverlossing

Een vacuümpomp is een zuignap van plastic of metaal, waaraan een rubberen of plastic slang vastzit. De arts plaatst de zuignap op het babyhoofdje. Daarna wordt de zuignap vacuüm gezogen, zodat de cup goed blijft zitten. Het inbrengen van de zuignap is vaak erg onplezierig. Terwijl jij perst, trekt de arts bij iedere wee aan de slang. Als het hoofd geboren is, gaat de zuignap eraf en komt je kindje verder ter wereld.

Eind goed, al goed?

Een vaginale kunstverlossing kan erg spannend zijn, maar de kans op complicaties is klein. Toch kan het fijn zijn om te weten wat je eventueel kunt verwachten na je bevalling.

Lichamelijke gevolgen

Zoals ook bij een gewone bevalling kan gebeuren, kan ook bij een kunstverlossing een totaalruptuur ontstaan; het scheuren van de wand van de vagina en het weefsel tot aan en soms met een deel van de kringspier van de anus. Dat moet gehecht worden, soms zelfs op de operatiekamer onder narcose. Ook als je ingeknipt bent, moet je worden gehecht.

Vooral de eerste dagen kun je daardoor pijnklachten hebben. Veel moeders hebben pijn tijdens het plassen en bij het zitten.

Wat houdt mijn baby eraan over

De kans dat je kindje blijvende schade oploot, is gelukkig klein. Wel kan er een afdruk zichtbaar zijn van de tang of de zuignap op het hoofdje. Je ziet dan bijvoorbeeld een bult met soms een bloeduitstorting. Dat is heel normaal en trekt binnen enkele dagen weg.

Als je kind op tijd en in een goede conditie geboren wordt, is er geen opname op een couveuseafdeling nodig. Komt je kind te vroeg of heeft het ondersteuning of observatie nodig, dan moet het wel naar zo'n afdeling.

Emotionele gevolgen

Het is voor veel moeders heftig als de bevalling niet gaat zoals gehoopt. Het voelt misschien alsof je hebt gefaald en jij en je partner zijn misschien heel bezorgd geweest over jullie kleintje. Het is goed om over je angsten, zorgen en verdriet te praten, met. Bij de nacontrole bij de gynaecoloog kun je vragen stellen die je eventueel nog hebt en hij of zij kan je ook verwijzen naar een professional die je helpt bij de verwerking.

Vooral als je een (eerste) bevalling in het vooruitzicht hebt, had je dit misschien liever niet willen weten. Houd dan maar in gedachten dat het bij de meeste vrouwen lukt zonder kunstverlossing en dat nà je bevalling een heel bijzonder cadeautje op je wacht, waar je nog heel lang van mag genieten!