Hoe ontstaat een achterhoofdsligging en kan je het opwekken?

Rond de 32ste week van de zwangerschap komen de meeste baby's in een achterhoofdsligging terecht. Dit is dan ook de natuurlijke manier waarop een baby wordt geboren. Het is de ideale manier voor een vlotte bevalling. Een goede spildraai is cruciaal voor het bekomen van deze ligging. Anders kan een tangverlossing of een andere ingreep nodig zijn om de bevalling in goede banen te leiden. Hieronder lees je meer over deze ligging en het natuurlijk ontstaan ervan.

Het nut van de achterhoofdsligging

Deze specifieke ligging is in feite een knap werkje van de natuur. Het maakt de bevalling immers een stuk eenvoudiger. Het kind zal dan met gebogen hoofd dalen waarbij de kleine fontanel (de driehoekvormige opening tussen de schedelbeenderen) het voorliggend deel is. Dit ten gevolge van de zogenoemde spildraai, waarbij het achterhoofd naar voren draait. Hierdoor kan de schedel eenvoudiger door het bekken. De schedel is immers het deel van het babylichaam met de grootste diameter. Indien de kleine fontanel het voorliggend deel van het lichaam is, kunnen de schedelbeenderen een beetje over elkaar schuiven. Dit fenomeen wordt ook wel eens moulage genoemd en is niet onbelangrijk: door het over elkaar schuiven van de schedelbeenderen wordt de diameter van de schedel veel kleiner.

Is er sprake van een goede ligging? Dan is er in principe geen bijzondere medische zorg noodzakelijk en kan je gewoon thuis bevallen.

Hoe komt de baby in de achterhoofdsligging terecht?

Indien je in een vroeg stadium van de zwangerschap een echografie laat nemen, is het vast duidelijk dat de baby heerlijk veel ruimte heeft om lekker te draaien in de baarmoeder. De baby kan tussen verschillende echografieën dan ook diverse fotogenieke posities aannemen. Van zodra de baby groter wordt, wordt de ruimte voor de baby echter veel kleiner. Vanaf de 32ste week wordt het heel moeilijk om nog te draaien. Het is ook rond deze periode dat de baby op een natuurlijke manier met het achterhoofd naar beneden komt te liggen.

Komt een baby niet in deze ligging terecht? Dan hoeft dat nog niet automatisch in paniek te resulteren. Vaak is er immers geen echt duidelijke reden waarom de baby een andere positie heeft aangenomen, hoewel sommige onderzoeken wel wijzen op verbanden met afwijkingen met betrekking tot het vruchtwater, de baby, de baarmoeder of het bekken. Geen zorgen: soms kan men de baby ook dan nog gewoon keren.

Van stuitligging naar achterhoofdsligging: het is nog mogelijk…

In sommige gevallen komt de baby in een zogenoemde stuitligging terecht. Bij zo'n stuitligging komt de baby met het hoofd omhoog te liggen. Tijdens een echoscopisch onderzoek zal men dan nagaan of men de baby kan keren. Is dit het geval? Dan zal een uitwendige kering volgen. Hierbij zal de arts het kind de billen van de baby voorzichtig omhoog duwen terwijl hij met de andere hand het hoofd van het kind naar beneden duwt. In principe moet de baby dan eenvoudig op zijn achterhoofd tuimelen. Lijkt een uitwendige kering niet helemaal te lukken? Dan zal een assistent soms via de vagina de billen van het kind omhoog duwen. Dat maakt de kering iets ongemakkelijker, maar wel eenvoudiger. Na de kering volgt altijd een CTG om de toestand van de baby na te gaan. Voor de zwangere vrouw houdt de kering in principe geen risico's in.

Kan je zelf de ligging van de baby beïnvloeden?

Volgens sommigen kan je door allerhande oefeningen de ligging van de baby beïnvloeden en zo de kans op een geslaagde ligging vergroten. Onder andere het naar voren kantelen van het bekken en het lager houden van de knieën bij het zitten (i.c.m. het naar achteren leunen) zou de kans op een goede ligging vergroten.

Een bekende en populaire methode vinden we bij de oefeningen van de zogenoemde Spinning Babies, een methode bestaande uitoefeningen die het bekken in balans moeten krijgen waardoor de baby de ruimte krijgt om te draaien. Er gaan uitgebreide instructies aan vooraf die je via handige video's krijgt aangeleerd. Een bekende oefening is de zeemeermin, waarbij je de knieën bij elkaar houdt zoals wanneer je opstapt. Vervolgens zet je eerst de voeten naast elkaar om dan omhoog te komen. Hierdoor zou je de disbalans in je bekken voorkomen. Een hele resem aan andere oefeningen vind je online terug.

Het belang van dergelijke oefeningen is echter nooit concreet aangetoond en diverse studies hebben het dan ook weerlegd. Wel is men het erover eens dat regelmatig bewegen, als onderdeel van een gezonde levensstijl, hoe dan ook positief is voor het natuurlijk verloop van de zwangerschap. Vaak zijn de oefeningen eveneens positief voor andere fases van de zwangerschap of de bevalling.

In het kader hiervan geldt ten aanzien van dergelijke oefeningen: baat het niet, dan schaadt het niet. Of toch wel? In sommige gevallen en bij kennis van reeds bestaande complicaties doe je sommige oefeningen maar beter niet. Spreek er daarom steeds over met jouw gynaecoloog die jou desgevallend zal adviseren. Ook kan je langs gaan bij een chiropractor met een zwangerschapsspecialisatie.

Wat je dan wel sowieso mag doen? Voldoende water drinken (minimaal twee liter per dag is toch een aanrader) om zo de spieren soepel te houden, platte schoenen dragen in plaats van hakken, voldoende wandelen en jezelf een gezonde levensstijl aanmeten.

Is het dé garantie op een natuurlijke bevalling?

In theorie is de achterhoofdsligging de ideale houding om thuis of zelfs zonder hulp te bevallen. Toch hoeft dat nog niet automatisch het geval te zijn. Indien er tijdens een vorige bevalling complicaties optraden, zal men bijvoorbeeld het zekere voor het onzekere nemen. Maar zelfs bij een goede ligging kan de bevalling stagneren of kunnen er heftige pijnen optreden.

Hiernaast kan er ook een verkeerde spildraai optreden waarbij de baby in achterhoofdsligging, achterhoofd achter, komt te liggen. Dit kan te maken hebben met weeënzwakte of een te losse of net te vaste omsnoering van het hoofd. De verloskundige zal in een dergelijk geval trachten om de spildraai alsnog te laten plaatsvinden, maar men zal eventueel alsnog moeten overgaan tot een tangbevalling waarbij een verlostang het hoofdje van het kind in zijn weg naar buiten moet helpen.

Kortom: alleen bevallen is nooit een goed idee, ook niet wanneer alle signalen positief zijn. Maar dat is natuurlijk een ander verhaal.