Persen!

Als je volledige ontsluiting hebt, mag je gaan persen. De ontsluitingsweeën zijn dan over gegaan in persweeën en je kindje zal bijna geboren worden. Maar hoe voelen die persweeën eigenlijk? Welke houding neem je aan? En waar moet je rekening mee houden tijdens het persen?

Persdrang en persweeën

Persdrang kan het beste beschreven worden als een gevoel alsof je ontzettend nodig moet poepen, of in sommige gevallen alsof je moet plassen. Dit komt omdat het hoofdje van de baby bij elke perswee op de anus en/of op de blaas drukt. Persweeën zijn de heftigste en meest pijnlijke weeën die je gedurende de bevalling hebt. Veel vrouwen beschrijven ze als een oerkracht die je het gevoel geven alsof je mee moet persen. De weeën komen elke twee tot vijf minuten en duren ongeveer één tot anderhalve minuut. Sommige vrouwen krijgen al persdrang als ze nog geen volledige ontsluiting hebben. Zij mogen dan nog niet persen en moeten de persdrang wegpuffen of -zuchten. Dat is heel moeilijk. Het is dan heel belangrijk om goed naar de aanwijzingen van de verloskundige te luisteren. Het kan ook gebeuren dat de persdrang niet goed op gang komt. In de meeste gevallen is het dan aan te raden om nog even af te wachten. Vaak komt de persdrang later alsnog vanzelf. Hierbij kan het helpen om te gaan staan, omdat de zwaartekracht dan mee helpt om de geboorte op gang te brengen. Lees hier meer over het opwekken van weeën.

Perstechniek

Als je tien centimeter ontsluiting hebt en de persweeën zijn op gang gekomen, mag je actief mee gaan persen. Het is belangrijk om dit in het ritme van de weeën te doen. Een rustige, kleine pers kan al heel effectief zijn. Probeer hierbij een manier te vinden die voor jou prettig voelt. Het kan zijn dat dat een aantal keer persen in één wee is of juist steeds iets langer en aanhoudend. Het is niet verstandig om te persen door zo veel mogelijk kracht te zetten. Op die manier ontstaat er namelijk een grote druk ineens en heb je meer kans om uit te scheuren. Daarnaast is het belangrijk om echt naar de vagina te persen, en niet naar de anus. Het kan helpen om de verloskundige of gynaecoloog de richting van persen aan te laten wijzen. Probeer je vagina zelf ontspannen te houden, omdat aanspanning de bevalling juist tegen kan werken. Luister tijdens het persen sowieso altijd goed naar je lichaam en laat je lichaam zo veel mogelijk het tempo bepalen.

Pershoudingen

Het verschilt sterk per persoon welke houding tijdens het persen als prettig ervaren wordt. Er zijn verschillende mogelijkheden. - Baarkruk Als je bevalt op een baarkruk neem je de houding van een gewone hurkzit aan. De kruk geeft hier steun bij, zodat het minder inspanning kost en langer vol te houden is. In deze houding geldt dat de zwaartekracht mee kan helpen en dat er meer ruimte in het bekkengebied is. Hierdoor is het persen vaak minder pijnlijk en duurt minder lang. De meeste verloskundigen en ziekenhuizen zijn in het bezit van een baarkruk. - Op je hurken De houding is vrijwel hetzelfde als die op de baarkruk. Tijdens een wee zak je door je knieën op je hurken en kantel je je bekken licht naar voren. Je voeten houd je bij voorkeur stevig op de grond. Je partner kan op een stoel achter je gaan zitten, zodat je met je armen op zijn benen kunt steunen. Tussen de weeën door kan je even gaan staan. Zo geef je je benen wat rust en voorkom je verzuring. - Staand Bij een staande bevalling zak je licht door je knieën en hang je met beide armen om je partner, iemand anders of in een stevige doek die aan de muur vastgemaakt is. Deze houding kan prettig zijn als de bevalling snel gaat. Duurt het langer, dan kan deze houding vermoeiend zijn. Een ander nadeel is dat er meer bloedverlies op kan treden. - Op je knieën Een bevalling op je knieën kan op bed gebeuren. Steun dan met je handen op een stevig oppervlakte, zoals de rand van het bed. Zorg ervoor dat je je billen laag houdt tijdens het persen. Je partner kan voor je gaan zitten, zodat je tijdens de bevalling gemakkelijk contact kunt houden. Deze houding kan prettig zijn wanneer je rugklachten hebt. - Liggend of halfzittend op bed Op bed bevallen is vooral prettig als je erg moe bent van alle weeën die je al gehad hebt. Een belangrijk nadeel is dat de zwaartekracht niet mee werkt wanneer je ligt. Als je net begint met persen is het belangrijk om je voeten op het bed te laten staan. Op die manier kan de baby het beste verder indalen. Pas wanneer de baby voldoende ingedaald is, kan je je benen optrekken. Op die manier wordt de bekkenuitgang iets vergroot en kan het hoofdje makkelijker geboren worden. Let er hierbij op dat je rug niet bol komt te staan. Een handgreep aan het bed waaraan je je vast kunt houden, kan helpen om meer kracht te zetten.

En dan...

Met elke perswee wordt de baby een stukje meer naar beneden uitgedreven. Op een gegeven moment wordt het hoofdje zichtbaar en blijft deze staan. Dit geeft een erg branderig gevoel. Inscheuren komt in deze fase het meeste voor. Het hoofdje is immers het grootste deel van de baby. Om inscheuren te voorkomen is het ook op dit moment belangrijk om naar de verloskundige te luisteren. Vaak wordt geadviseerd om even niet actief te persen maar diep te zuchten. Hierdoor kan de huid langzaam uitrekken en is de kans op schade kleiner. Soms zal inknippen nodig zijn. Lees hier meer over inknippen tijdens de bevalling. Als het hoofdje eenmaal zichtbaar is duurt het nog maar een paar weeën voor de baby geboren wordt. Het hoofdje komt meestal al met de volgende wee. Daarna kan de verloskundige helpen om de schoudertjes geboren te laten worden, waarna het lijfje kan volgen.

Hoelang duurt het persen?

Bij een eerste bevalling duurt het persen meestal langer dan bij een volgende bevalling. De duur hiervan hangt van een aantal factoren af, namelijk de kracht van de weeën, de weerstand die de baby heeft door de stevigheid van de bekkenbodemspieren en vaginawand en de kracht die je zelf zet. Het persen duurt bij een eerste bevalling gemiddeld één tot anderhalf uur, terwijl dit bij een volgende bevalling ongeveer een half uur duurt. Wanneer het persen bij de eerste bevalling meer dan twee uur in beslag neemt, moet er ingegrepen worden. Bij een volgende bevalling is dat al na één uur.

De placenta

Nadat de baby geboren is, zal de placenta eveneens uitgedreven moeten worden. Bij sommige vrouwen gebeurt dat zonder dat zij dit in de gaten hebben. Dit komt dan vaak doordat zij op dat moment zo gefocust zijn op hun baby. De meeste vrouwen zullen nog een aantal keer mee moeten persen om de placenta geboren te laten worden. In deze fase zijn er nog steeds weeën aanwezig, maar die zijn veel minder sterk en pijnlijk dan ze eerder. In dit artikel kan je meer lezen over de nageboorte.