Welke soorten basisscholen zijn er?

Het kan best lastig zijn om een school voor je kind te kiezen. Er zijn zoveel dingen om op te letten. Je wilt natuurlijk het beste onderwijs voor je kind. Maar ook wil je dat de school aansluit bij jouw andere wensen. Dat kunnen wensen op het gebied van levensbeschouwing zijn, maar ook wat betreft praktische zaken op school. Laten we om te beginnen eens naar types onderwijs kijken. Welke soorten basisscholen zijn er eigenlijk? Wij zetten alle scholen voor je op een rijtje.

Openbare basisscholen

Op een openbare school is iedereen welkom, van welke godsdienst of levensovertuiging je ook komt. Op een openbare school wordt aandacht gegeven aan de verschillende levensbeschouwelijke opvattingen zoals die voorkomen in Nederland, maar er wordt niet vanuit één bepaalde religieuze overtuiging lesgegeven. Er worden geen religieuze vieringen gedaan, maar veel scholen versieren bijvoorbeeld wel de school met kerst omdat dit een Westerse traditie is. Een openbare school kan wel lesgeven vanuit een bepaald opvoedkundig uitgangspunt, bijvoorbeeld het Montessori of Jenaplan gedachtegoed.

Bijzondere scholen op grond van levensbeschouwing

Op een bijzondere school wordt lesgegeven vanuit een bepaalde geloofsovertuiging. Zo heb je bijvoorbeeld katholieke, christelijke, joodse of islamitische basisscholen. De meeste bijzondere scholen zijn niet selectief in het aannemen van leerlingen. Iedereen is welkom, als je maar wel meedoet met bijvoorbeeld de dagopeningen en vieringen. Het is belangrijk te beseffen dat de mate waarop de geloofsovertuiging beleefd wordt per school flink kan verschillen. Zo wordt bij de ene bijzondere school dagelijks aandacht besteedt aan het geloof, en bij de andere school worden alleen de bijzondere vieringen herdacht. Is dit voor jou een belangrijk punt, ga dan vooral in gesprek met de school en vraag na in hoeverre geloofsovertuiging een rol heeft in het onderwijs.

Bijzondere scholen op grond van opvoedkundige uitgangspunten

Er zijn scholen die onderwijs geven vanuit één speciaal didactisch uitgangspunt. Nederland heeft hier veel verschillende scholen in. We zullen een korte beschrijving van de vier wat bekendere bijzondere scholen geven, namelijk de vrije school, het Montessori onderwijs, het Jenaplanonderwijs en het Daltononderwijs. Daarnaast kun je in Nederland ook nog scholen vinden met Freinetonderwijs, Ervaringsgericht Onderwijs (EGO), Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO), Gisdo onderwijs en Nutsscholen.

Vrije scholen

Een vrije school betekent niet dat het kind zo maar vrij is in zijn doen en laten. De term vrije school houdt vooral in dat de school vrij wil zijn om de ontwikkeling van de leerling vorm te geven zonder zich aan de strakke richtlijnen van een overheid te houden. Kinderen op een vrije school krijgen een gevarieerd aanbod van lessen. Naast het gewone pakket van lezen, schrijven en rekenen krijgen ze ook veel kunstzinnige vakken. Kinderen op een vrije school zijn veel bezig met dansen, toneel, natuur en vreemde talen. Op een vrije school is het de insteek om de naast de intellectuele vaardigheden ook de artistieke en praktische vaardigheden te ontwikkelen.

Jenaplanonderwijs

Op een jenaplanschool wordt er geleerd in stamgroepen met een een stamgroepleider. In een stamgroep zitten meerdere leerjaren bij elkaar. De school ziet zichzelf als een gemeenschap van docenten, kinderen en hun ouders. De school organiseert zijn onderwijs vanuit de basisactiviteiten kringen, spreken, werken, spelen en vieren. Er wordt veel gewerkt met projecten waarbij een groot beroep op de creativiteit van kinderen wordt gedaan. Bij Jenaplanonderwijs heerst de overtuiging: elk kind is anders, dus kinderen kunnen veel van andere kinderen leren.

Daltononderwijs

Bij het dalton onderwijs zijn er vijf uitgangspunten van waaruit gewerkt wordt: vrijheid en verantwoordelijkheid, samenwerken, effectiviteit, zelfstandigheid en reflectie. De kinderen werken met taken: dagtaken, weektaken, maandtaken, individuele taken en groepstaken. De precieze inrichting van het onderwijs kan wel veel verschillen per Daltonschool. Wat wel kenmerkend is voor Daltononderwijs is dat de leerling naast de verplichte lesstof veel keuzevrijheid heeft wat betreft de extra en verdiepende opdrachten. Instructiemomenten worden veelal in kleine groepjes of individueel gedaan zodat er veel aandacht is voor de individuele leerling.

Montessori scholen

Bij het Montessori onderwijs staat zelfontwikkeling centraal. In het Montessori onderwijs werken kinderen aan dag- en weektaken. De kinderen werken zelfstandig en kiezen zelf de volgorde waarin ze de taken doen. De leerkracht is er vooral om te begeleiden en nieuw materiaal aan te reiken. In een Montessori klas zijn er dan ook nauwelijks klassikale lessen. Waar het Montessori verder om bekend staat is de groepsverdeling. Kinderen zitten met meerdere leeftijdsgroepen bij elkaar in een klas. De gedachte hierachter is dat kinderen zo kunnen leren van oudere kinderen, en tegelijk een rolmodel voor jongere kinderen kunnen zijn.

Speciaal onderwijs

Het speciaal onderwijs is voor leerlingen die zich door een handicap of beperking niet kunnen redden op het gewone onderwijs. Dit kan een lichamelijke of verstandelijke handicap zijn. Dit onderwijs is ook voor leerlingen met psychische problemen of met gedragsproblematiek. In het speciaal onderwijs werken docenten die hier speciaal voor zijn opgeleid. De klassen zijn kleiner dan in het reguliere onderwijs waardoor er extra hulp en aandacht voor de kinderen is. De scholen zijn onderverdeeld in vier clusters waarbij elk cluster zich op een andere problematiek richt. De basisscholen in het speciaal onderwijs werken toe naar dezelfde einddoelen als de gewone scholen. Wel hebben de leerlingen langer de tijd om hun doelen te halen. Leerlingen kunnen tot hun 14e jaar op het speciaal onderwijs blijven. Er wordt gestreefd om de kinderen daarna door te laten stromen in het gewone voortgezet onderwijs. Is dit niet haalbaar, dan zijn er ook scholen voor speciaal voortgezet onderwijs.

Zoek een school die bij jou past

Naast een keuze in het type onderwijs is het belangrijk om te kijken naar praktische zaken. Hoe zit het bijvoorbeeld met de schooltijden? Een school met een continurooster heeft andere schooltijden dan een school waar de kinderen tussen de middag naar huis gaan om een broodje te eten. Er zijn ook zogeheten flexibele scholen. Hier kan je vijf dagen per week van acht uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds naar school. Kinderen krijgen individueel les en schooltijden en vakanties worden naar eigen wens ingevuld.

Het kan ook zijn dat jij een specifieke wens heeft voor de toekomstige school van je kind. Het kan zijn dat jouw kind hoogbegaafd is. Dan zoek je een school met een plusklas. Misschien is jouw kind lichamelijk of verstandelijk beperkt maar willen jullie liever niet naar het speciaal onderwijs. Ga dan goed in gesprek met de school om te achterhalen of deze kan bieden wat jouw kind nodig heeft. Misschien is de school lid van een samenwerkingsverband en kan er van daaruit extra ondersteuning worden ingezet.

Plan een bezoek aan de school

De grootste tip die we kunnen geven is: ga langs op de scholen. Maak voor jezelf een lijst van dingen die voor jou belangrijk zijn zodat je goed voorbereid het gesprek in gaat. Maak het liefst een afspraak onder schooltijd, zodat je de sfeer kunt proeven als de leerlingen op school zijn. Vaak kun je dan een rondleiding krijgen en samen met je kind even je hoofd om de deur van de klaslokalen steken. En blijf ook eens kijken in de pauze om te kijken hoe de kinderen buiten spelen. Je kunt zo goed bekijken welke kinderen er op school zitten. Vaak heb je dan ook wel een gevoel of je kind hier tussen zou kunnen passen of niet.