Is jouw kind een beelddenker?

Als je denkt aan het woord ‘APPEL’ dan zien de meeste mensen de letters A P P E L in hun hoofd verschijnen. Toch is dit niet bij iedereen zo, er zijn mensen die in plaats van het woord appel, echt de appel als beeld zien. Zij zien die appel in kleur, eventueel zelfs nog steeltje eraan en misschien ligt ie ook nog wel in een fruitmand of hangt ie in een boom. Is jouw kind een dergelijke beelddenker?

Het beeld vertalen kost extra tijd

Kinderen en volwassenen bij wie de appel echt in beeld verschijnt, noemen we namelijk beelddenkers. Natuurlijk is hier niets mee, het moet juist leuk zijn om gelijk de appel te zien. Toch kan het nog weleens problemen opleveren want een kind wat die eerst die appel ziet, moet daarna die appel vertalen naar het woord ‘appel’ en dat neemt even wat extra tijd in beslag. Ook dat is niet erg, maar bijvoorbeeld op school kan dit kinderen die beelddenken nog weleens in de problemen brengen.

concentratie-problemen-bij-kleuter

Gevoelig voor concentratieverlies

Doordat kinderen extra tijd nodig hebben om het woord te ‘vertalen’ hebben ze vaak meer tijd nodig bij bijvoorbeeld een dictee of een andere opdracht. Daarbij is het natuurlijk leuk om al die beelden in je hoofd te zien, maar het kan ook afleiden van iets waar je gefocust op moet zijn. Jongere kinderen zouden best zo’n schattig wormpje uit die appel kunnen zien kruipen en daar nog even wat extra aandacht aan besteden. Met als gevolg dat ze nog langer nodig hebben om het woord te vertalen.

Wat kan een beelddenker problemen opleveren

Het kan voor een beelddenker lastig zijn als één woord meerdere beelden met zich mee brengt. Zeker voor een kind die nog niet volledig ontwikkeld is. Stel dat de moeder zegt: ‘Kijk, daar loopt een Poedel’, dan zal het kind waarschijnlijk reageren met: ‘Nee hoor, dat is een hond’. Een ouder kan ook nog weleens roepen: ‘Maak je kleding niet vies’ of ‘Houd je kleding schoon’. De beelddenker moet hierbij eerst bedenken hoe schone of vieze kleding eruitziet en kan dan pas wat met deze oproep doen. Bij schone kleding is dat beeld vormen wat makkelijker dan bij vieze kleding. Want wat is echt vies?

Problemen op school

Hoe zit het bijvoorbeeld met de woorden waar geen plaatje bij gevonden kan worden? De zogenaamde lege woorden. Dat is lastig voor de beelddenker, want ze onthouden in beelden. Woorden zoals: nee, omdat, niet, het, de, een, geen en nog veel meer woorden hebben geen beeld. De beelddenker is dus geneigd om deze woorden over te slaan wat erg lastig kan zijn met bijvoorbeeld begrijpend lezen of het beantwoorden van de vragen na de tekst. Het lesmateriaal wordt niet begrepen of onthouden en soms wordt er dan gedacht dat de kinderen dyslexie hebben of gewoon onderpresteren. Bijles heeft geen zin, want het materiaal wordt nog steeds op een ‘foute’ manier aangeboden.

Einstein was een beelddenker

Het kan zijn dan jouw beelddenkertje hierdoor school ook niet meer zo leuk vindt. Sommige kinderen ontwikkelen hierdoor zelfs faalangst. Ze voelen zich onbegrepen en dom omdat ze of meer tijd nodig hebben of gewoon de aangeboden leerstof niet goed kunnen verwerken. Daarom is het belangrijk dat ouders bij problemen op school uitzoeken of hun kind toevallig geen beelddenker is. Een beelddenker is zeker niet dom, hij of zij heeft alleen een andere manier van denken. Ook Albert Einstein was een beelddenker en dit heeft hem juist aangezet tot weergaloze theorieën. Veel hoogbegaafde mensen zijn ook beelddenkers. Vaak is bij deze mensen de rechterhersenhelft sterker ontwikkeld en die is gekoppeld aan een sterk analytisch vermogen in de linkerhelft van de hersenen, alleen ontwikkelt die linkerhersenhelft zich later. Op jonge leeftijd zijn deze mensen dus vaak laatbloeiers.

Andere leermethoden

Eigenlijk sluit de huidige leermethode niet aan op het denken van de beelddenker. De lessen worden namelijk opgebouwd naar een totaaloverzicht. Zo werkt het nu eenmaal voor de meeste kinderen het prettigst. Voor de beelddenker werkt het niet zo, eigenlijk zou het voor hen juist andersom moeten. Zij moeten eerst het totale plaatje zien om de verschillende onderdelen die hierin voorkomen een beeld te kunnen geven en te kunnen begrijpen. Losse puzzelstukjes gaan voor de beelddenker een eigen leven leiden en zouden ineens niet meer in het totale overzicht kunnen passen. Zij zoeken namelijk voortdurend naar nieuwe gezichtspunten om te koppelen, wat eigenlijk driedimensionaal ruimtelijk denken heet.

Een simpel voorbeeld:

Een simpel voorbeeld geeft weer hoe de beelddenker met losse informatie omgaat. Stel de leerkracht wil de kinderen leren over de dierentuin. Welke dieren leven er bijvoorbeeld? Hij begint met de leeuw. De beelddenker denkt aan de film de Lion King en stopt de informatie over de leeuw bij deze film. Dan komt de tijger aan bod. De moeder van de beelddenker heeft een jurk met een tijgerprint, die had ze aan toen ze op vakantie in Spanje waren. De tijger wordt dus ook gelinkt aan kleding, zijn moeder en aan Spanje. Als de slang aan bod komt, bedenkt de beelddenker zich dat de slang wel erg veel lijkt op dat ding wat voor de deur van zijn kamer ligt om de tocht tegen te houden. Waar de hond altijd mee aan de haal gaat zodra hij de kans krijgt. De slang gaat dus bij de informatie over de hond, zijn kamer en de wind. Na een paar weken is het project dierentuin voorbij. De beelddenker heeft inmiddels zijn dierentuin gevuld met veel meer dingen dan alleen de dieren. De film de Lion King, Spanje, kleding van zijn moeder, de hond, de wind, zijn kamer, het hoort allemaal bij de dierentuin. Dit geeft de dierentuin dus een vertekend beeld. Het was voor de beelddenker makkelijker geweest als de leerkracht eerst een foto van de dierentuin had laten zien, bijvoorbeeld een plattegrond met de plekken van de verschillende dieren en daarna de dieren had besproken.

Is jouw kind een beelddenker?

Er zijn een aantal punten waaraan je een beelddenker kunt herkennen. Kijk eens of je een aantal van de volgende punten met ja kunt beantwoorden. Twijfel je nog steeds? Dan kun je jouw kind natuurlijk ook altijd laten testen op beeld denken door een deskundige.

De punten van een beelddenker:

  • Puzzelt je kind graag en goed, maar soms ook met de afbeelding naar beneden?
  • Lijkt je kind een fotografisch geheugen te hebben?
  • Heeft je kind een enorm goed gevoel voor richting?
  • Zet je kind graag iets weer in elkaar nadat zij of hij het eerst uit elkaar gehaald heeft?
  • Moet je vaak je aanwijzingen herhalen als je jouw kind een opdracht geeft?
  • Heeft je kind een slecht leesbaar handschrift en kan het de pen moeilijk vasthouden?
  • Is je kind snel afgeleid? En kan hij of zij slecht stil zitten?
  • Heeft je kind soms te veel fantasie?
  • Lijkt je kind perfectionistisch of heeft het faalangst?

Welke begeleiding kun je geven als ouder

Als je kind geen taaldenker is, maar een beelddenker, dan kunnen overzichten het leerproces een stuk makkelijker maken. Maak voor school een overzicht, bijvoorbeeld op basis van het rekenen. Tafels, breuken, getallen, alles overzichtelijk op één groot vel papier. Dit kun je natuurlijk ook doen met de letters en de klanken. Biedt de beelddenker in ieder geval veel structuur en duidelijke regels, dit veroorzaakt minder chaos en meer houvast in het hoofd van het kind.

Geef korte en duidelijke opdrachten

Geef ook overzichtelijk opdrachten, zoals ‘ga je tandenpoetsen’. Te veel opdrachten in één keer kunnen verwarrend zijn. Dus zeg niet: ‘ga je omkleden dan je tandenpoetsen en daarna naar bed’. De kans is groot dat de beelddenker zo zijn bed instapt. De beelden van omkleden en tanden poetsen heeft ie dan al voor zich gezien en het naar bed gaan blijft als laatste hangen. Bij een beelddenker gaan de beelden voor taal en daarom is luisteren vaak niet de sterkste kant van de beelddenker. Laat het kind je dus altijd aankijken als je instructies of een opdracht geeft.

De tijd en moeilijke woorden

Voor een beelddenker is zich houden aan de tijd erg moeilijk. Ze hebben er liever een beeld bij. Zeg bijvoorbeeld dat ze thuis moeten komen als de lichten van de lantarenpalen aangaan. Dat is makkelijker dan alleen een tijd aan houden. Ook moeilijke woorden gebruiken is niet altijd even makkelijk voor de beelddenker. Het is soms lastig om hier een passend beeld bij te vinden. Je kunt wel samen proberen om de woordenschat te vergroten. Focus ook op woorden met twee betekenissen, zoals ‘kussen’ of afbeeldingen die twee benamingen hebben, zoals ‘boot’ en ‘schip’. Koop een leuk schrift en zet hier de woorden in die een kind moeilijk vindt en ook lastige woorden. Maak twee kolommen in het schrift. Zet links deze woorden en laat rechts de betekenis door je kind invullen.

een-jongen-droomt-weg-in-klas

Wegdromen in de beelden

Een beelddenker zit vaak ook echt in zijn eigen beeld. Als je het bijvoorbeeld over een auto hebt, ziet de beelddenker de auto, maar zit er in gedachten dan ook vaak zelf in. Wordt een beelddenker ruw uit deze gedachte gehaald, dan kan het kind hiervan schrikken en een paniekreactie geven of zelfs een driftbui krijgen. Als een kind dus in gedachten is, laat ze rustig uit hun beeld stappen. Door bijvoorbeeld op een rustige toon aan te geven dat ze zo meteen iets moeten gaan doen. Laat je eventueel door een deskundige extra tips geven om het leven van de beelddenker eenvoudiger te maken.