Hoe ga je om met een driftbui van je kleuter?

Jonge kinderen tussen één en vier jaar oud hebben vaak last van driftbuien. Krijsen in de supermarkt bijvoorbeeld is geen uitzondering op de regel. Dit komt omdat de kinderen rond die leeftijd nog niet de nodige taalvaardigheden hebben ontwikkeld om zich voldoende te uiten. In deze blog 'Hoe ga je om met een driftbui van je kleuter' lees je hoe je met het opvliegend karakter van je kind mee omgaat. Enkele praktische tips die het gedrag van je kind kan veranderen.

Wat is eigenlijk een driftbui?

Bij kinderen tussen de één en twee jaar komen driftbuien vaak voort uit een eenvoudige basisgedachte: niet krijgen wat ze willen. Ze proberen te communiceren over een behoefte zoals meer melk, het verversen van de luier, het gemis aan speelgoed. Maar ze beschikken niet over die taalvaardigheden om dat op de juiste manier te vragen. Ze moeten hun frustraties kwijt geraken omdat je als ouder niet alert genoeg reageert op wat ze willen zeggen of bedoelen. Voor oudere peuters tussen drie en vier jaar, zijn die driftbuien meer een machtsstrijd omdat ze al iets meer autonomer zijn geworden. Ze reageren zich heel bewust af op de behoeften en willen zich meer laten gelden op hun eigen manier als je niet voldoet aan hun eisen. Dan maar een driftbui in scène zetten.

Voorkom driftbuien door stappen te zetten

Laat je kind regelmatig het voortouw nemen wanneer je een keuze maakt voor een bepaalde activiteit. Probeer hij of zij voldoende aandacht te geven en je kind in het middelpunt van de belangstelling te laten staan. Die gedeelde ervaring wordt door je kind positief onthaald en biedt een betere basis om zichzelf te kunnen kalmeren de volgende keer wanneer je dreumes overstuur geraakt. Zoek bepaalde mogelijkheden om dat goede gedrag te belonen, hoe klein je peuter ook is. Hoe gunstiger de nodige aandacht die je je kind geeft, hoe groter de kans bestaat dat kinderen het opnieuw willen doen. Even belangrijk is als je je geduld dreigt te verliezen door iets te zeggen in de vorm van: 'Mama heeft weer overdreven op je gedrag'. Je kind moet ervaren dat het soms goed is om een foutje te maken. Wees je bewust van omstandigheden die de neiging hebben om in een kleine driftbui te eindigen. Een voorbeeld. Wanneer de buik van je kind begint te rommelen, geef dan een gezond tussendoortje.

Je kind kalmeren is een veelgemaakte fout

Negeer de driftbuien zoveel mogelijk, tenzij je kind zichzelf of anderen fysiek in gevaar zou brengen. Door je aandacht volledig te onttrekken, zal je het gedrag dat ongewenst is niet versterken. Loop de kamer uit en probeer het negatieve gedrag te observeren. Wanneer je kind begint te schoppen, te slaan, gooien of bijten tijdens het opvliegen, probeer dan het gedrag meteen te stoppen. Maak voldoende overduidelijk dat beledigen van anderen onacceptabel is. Neem je kind het voorrecht weg en voorzie een time-out. Maar geef niet teveel time-outs voor slecht gedrag: hoe meer je ze wil gebruiken, hoe minder effectief ze zullen worden.

Hoe luider je kind krijst, hoe zachter je als ouder spreekt

Wanneer je een vermoeden hebt dat je kind zich gefrustreerd of verdrietig voelt, kan je best kalm blijven op elke situatie. Als je kind een driftbui heeft op een openbare plek zoals de supermarkt, neem dan je peuter mee naar buiten. Probeer ergens in de nabije buurt een bankje te zoeken of de geparkeerde auto. Voor sommige tegendraadse kinderen kan het voorzien van dergelijke keuzes helpen. Vooral als een controlegebrek de hoofdreden is van de uitbarsting. Wanneer je kind overstuur geraakte omdat je zei dat je kind het speelgoed moest pakken, zou je je kind na de driftbui opnieuw het speelgoed moeten laten pakken wanneer de kalmte is teruggekeerd. Zo bekom je het positieve gedrag waarvan je wil dat je peuter het onthoudt en herhaalt.

Zorg op tijd voor de nodige afleiding

Afleiding helpt om een grote woede uitbarsting af te weren voordat het gebeurt als je het op tijd opmerkt. Als je kind op het punt staat in een warenhuis een driftbui te krijgen omdat je geen chocolade wil kopen, probeer dan van gedachte te veranderen en iets anders te zeggen zoals: 'Gaan we nu een ijsje kopen?'. Kinderen op jonge leeftijd hebben een hele korte aandachtsspanne. Concreet betekent dit dat ze meestal vrij gemakkelijk kunnen worden afgeleid.

Een dikke knuffel werkt altijd

Het voelt misschien als de laatste strohalm wat je wil doen wanneer je kind in paniek raakt, maar het kan een kind helpen als je onverwacht begint te liefkozen. Een stevige knuffel werkt altijd en je zegt geen woord als je het doet. Knuffels zorgen er in de meeste gevallen voor dat kinderen zich beschermd voelen. Je laat ze op die manier weten dat je om hun geeft, zelfs als je het niet eens bent met hun onverstandig gedrag. Vaak zie je dat kinderen een veilige plek nodig hebben om hun emoties naar buiten te brengen.

Stimuleer goed gedrag van je kind

Het goed gedrag van kinderen stimuleren kan je op verschillende situaties uitproberen. Denk maar aan stilzitten in een restaurant of in de kerk. Wanneer je onderweg bent naar het restaurant, kan je je kind vragen om smakelijk te eten vanavond. 'Ik ben er zeker van dat je het kan! Als je dat doet, zal ik bij het thuiskomen voor jou een video laten kijken. Wanneer je kind het geduld toch begint te verliezen in het restaurant, kan je als ouder je kleuter laten herinneren aan de beloning die thuis volgt. Het zal je verbazen hoe volgzaam je kind opnieuw gaat zijn.

Verander de situatie in één oogopslag

Door kinderen uit de buurt van een driftbui te krijgen, kan je soms van locatie veranderen. Als je kind begint te zeuren over een snoepreep die hij wil in het grootwarenhuis, kan je je kind oppakken naar een ander deel van de winkel of naar buiten tot hij of zij is gekalmeerd. Plaatsverandering helpt afkoelen.