Verkeersles: kinderen in het verkeer

Kinderen in het verkeer, helaas gaat dit nog weleens mis. Het is een van de grootste angsten van een ouder dat je kind aangereden wordt in het verkeer. Daarom is het goed om kinderen van jongs af aan overzicht en inzicht te geven in het verkeer. Een eerste verkeersles: kinderen in het verkeer oplettend laten zijn kan niet vaak genoeg benadrukt worden.

Veilig deelnemen aan het verkeer

Alle ouders willen hun kind veilig aan het verkeer leren deelnemen. De eerste jaren zitten ze vooral in het fietsstoeltje of in het autostoeltje op de achterbank maar er komt een moment dat ze buiten gaan spelen of zelf naar school willen. Daarom is het belangrijk dat je ze vroeg leert hoe ze het beste zelfstandig aan het verkeer kunnen deelnemen.

Verkeerslessen aangepast aan de leeftijd

Op de basisschool krijgen ze vaak verkeerslessen, maar voor die tijd spelen ze al buiten of fietsen ze rondom het huis. Ook dan is het al belangrijk dat ze precies weten wat ze wel en niet moeten doen. Het is niet alleen de taak van de school maar ook van de ouders om de kinderen verkeersvaardig te maken. Natuurlijk speelt de leeftijd van een kind een grote rol, als ze ouder zijn begrijpen ze de verkeersregels beter dan wanneer ze jonger zijn. Toch kun je al vroeg beginnen met een bepaalde basis.

Tips en voorlichting

Als je tips en voorlichting geeft betreffende verkeersveiligheid moet je dus rekening houden met de leeftijd van het kind. Moeilijke verkeerssituaties zijn nu eenmaal door oudere kinderen beter in te schatten. Per leeftijd kunnen kinderen bepaalde informatie opnemen en het is belangrijk dat je de kinderen niet meer mee geeft dan dat ze aankunnen qua verkeersles.

Kinderen tot 4 jaar

Van kinderen tot vier jaar kun je eigenlijk niet verwachten dat ze verkeerssituaties goed inschatten. Daarbij kunnen kinderen van deze leeftijd zomaar ineens de weg oversteken zonder ergens over na te denken. Een bal die de weg oprolt, een hondje wat ze aan de overkant van de straat zien. Het zouden zomaar redenen kunnen zijn waardoor je kind zomaar de weg oversteekt. Toch kunnen ze wel iets oppakken, geef ze dat in ieder geval mee. Maar zorg dat je altijd alert bent op je kind van deze leeftijd, ze blijven onberekenbaar.

Veilig oversteken

Het is belangrijk dat je op deze leeftijd aan de kinderen benoemd wat je ziet. Noem een auto die voorbijkomt ook een auto, benoem een stoplicht en de kleuren van het stoplicht. Laat ze duidelijk merken dat je bij groen mag rijden en bij rood moet stoppen. Kinderen kopiëren graag het gedrag van hun ouders. Door rood rijden is sowieso niet verstandig maar doe dit zeker niet waar je kind bij is. Je kunt je kind nog zo vaak hebben uitgelegd dat je bij rood moet stoppen maar als je het zelf niet doet, hecht je kind er ook niet zoveel waarde meer aan. Draag ook altijd je gordel, zeker als er kinderen bij je in de auto zitten. Leer je kind ook spelenderwijs de begrippen links en rechts. Hier zijn hele leuke filmpjes en liedjes voor te vinden, bijvoorbeeld op YouTube.

Veilig naar school

Als je kind vier jaar is, gaat hij of zij naar school. Waarschijnlijk mag je kind op deze leeftijd nog niet alleen naar school maar dat heeft als voordeel dat je nog even de tijd hebt om je kind met de route vertrouwd te laten raken. Geef ze van het begin af aan gelijk een goede verkeersopvoeding op deze route ook al zijn ze nog speels en impulsief. Ze zullen het in eerste instantie nog niet foutloos toe kunnen passen, maar oefening baart kunst.

De kwetsbaarheid van kinderen

Kinderen zijn kwetsbaar in het verkeer. Ze hebben vaak nog geen enkel besef van de gevaren in het verkeer. Daarbij zijn ze volop in ontwikkeling en niet alleen wat groeien betreft. Ook geestelijk leren ze steeds meer en soms krijgen ze zoveel indrukken dat het even duurt eer dat het ook daadwerkelijk doordringt. Het beste is herhalen en herhalen, oefenen en oefenen. Tot vervelens toe.

Op de fiets

Als je met je kind wilt gaan fietsen moet het kind vanuit een kruiphouding zelf rechtop kunnen gaan zitten. Als dat zo is dan mag het kind in een voorzitje op de fiets. Als ze ongeveer drie jaar en 15 kilo zijn dan moeten ze achterop. Zorg altijd dat je een geschikt fietsstoeltje hebt en dat het veilig is gemonteerd. Zorg ook voor een goede spaakbescherming. Let erop dat de voetjes vast zitten en dat je kind zijn gordeltje om heeft.

Zelf fietsen

Kleine kinderen willen ook graag ‘zelf fietsen’. Voor kinderen tot twee jaar zijn er speciale loopfietsjes met drie of vier wielen. Op zich is het prima om de kinderen hierin te laten ‘rijden’. Het is goed voor de motoriek en de coördinatie voor het rijden-sturen-stoppen. Ook voor het evenwichtsgevoel is een dergelijke loopfiets goed. Vanaf twee jaar mogen ze ook op een loopfiets met twee wielen. Pas wel op want hier kunnen ze een behoorlijke snelheid mee maken. Het is dus belangrijk dat ze weten hoe ze af moeten remmen. Leer je kind dus wat remmen is.

Een echte fiets

Als ze toe zijn aan een echt fietsje zal dat in eerste instantie vaak met zijwieltjes zijn. Ze zijn echt trots als ze zonder zijwieltjes kunnen fietsen. Zorg dat je kind ook hier weet wat remmen is want ook op deze fietsjes kan de snelheid aardig oplopen. Verkeersregels worden nu ook ineens nog een stuk belangrijker, zelfs als je kind op de stoep fiets. Leer dat ze goed opletten dat ze niet tegen voetgangers of obstakels aanfietsen en dat ze niet zomaar ineens de weg oversteken op hun fiets.

Goed zichtbaar

Het is belangrijk dat kinderen op de fiets goed zichtbaar zijn. Zeker met die kleine fietsjes worden ze nog weleens over het hoofd gezien. Zet zo’n leuke fietsvlag op een speciale stok op de fiets, zodat ze ook op een hoger niveau zichtbaar zijn. Reflectievestjes, reflectiearmbanden, wielen met lichtjes, reflecterende stickers of andere attributen die de zichtbaarheid verhogen zijn gewenst. Vaak vinden de kinderen het nog leuk ook.

Op de fiets naar school

Wil je kind samen met jou op de fiets naar school? Prima! Kun je ze gelijk op de punten wijzen waar ze extra voorzichtig moeten zijn. Geef uitleg tijdens de rit en kijk na een bepaalde periode of goed opletten een gewoonte voor ze is geworden. Het is geen garantie maar je voelt jezelf een stuk rustiger als je weet dat je kind goed oplet onderweg.

Groep 1, 2 en 3

Het is belangrijk dat ze weten wat veilig en wat gevaarlijk is. Benoem de risico’s en maak afspraken met je kind voor de veiligheid. Die afspraken zijn niet alleen voor op de fiets, maar ook voor het buitenspelen of gedrag bij bepaalde situaties en weersomstandigheden.

Groep 4

Oefen samen voorrangsregels en verkeersborden. Leer bijvoorbeeld dat ze bij een druk kruispunt af kunnen stappen, goed kijken naar beide kanten en pas oversteken als het veilig is.

Groep 5 en 6

Zelfs kinderen van deze leeftijd zien gevaren nog niet goed aankomen. Ze kunnen ook nog niet goed vanuit hun ooghoeken kijken. Bespreek verkeerssituaties en vraag wat ze lastig vinden, wijs ze op gevaren en hoe ze kunnen handelen. Oefen serieus met verkeersborden en voorrangsregels.

Groep 7 en 8

Blijf oefenen, zeker ook op nieuwe routes. Leg ze uit dat ook andere verkeersdeelnemers ineens onverwachte dingen kunnen doen. Tot 11 jaar kunnen kinderen zich vaak slechts op één ding tegelijk concentreren en tot 12 jaar kunnen ze complexe verkeerssituaties nog niet goed inschatten. Bespreek moeilijke verkeerssituaties ter plekke. Stoer doen in het verkeer is dom en vertel je kind dat gevaarlijk groepsgedrag niet gewenst is. Spreek je kind aan op zijn verantwoordelijkheid wat betreft deze punten. Zorg ook dat je kind ruimschoots de tijd heeft voor zijn route. Haastige spoed is zelden goed.

Een goede en veilige fiets

Een goede en veilige fiets heeft een stevige bagagedrager met snelbinders of een transportbak. Spreek met je kind af dat als de straatlantaarns aan zijn ook de lichten van de fiets aan moeten zijn. Zorg dat je kind opvallende kleding op de fiets draagt of plak eventueel reflectorstrepen op de jas of op de rugzak.