Een lui oog bij je peuter

Misschien herken je het nog van vroeger toen jij op school zat: een klasgenootje waarvan het oog was afgeplakt met een pleister. Als kind vind je dit in eerste instantie misschien vreemd, maar al snel speel je met elkaar alsof er niets is veranderd. Als kind is het ook te moeilijk om het begrip ‘lui oog’ te begrijpen. Want een lui oog is namelijk de aandoening waar een kind met afgeplakt oog mee te maken heeft.

Wat is een lui oog (amblyopie)?

Zoals vaak wel eens wordt gedacht, is een lui oog geen ziekte. Er is wel sprake van een stoornis, wat ook wel amblyopie wordt genoemd. Een lui oog is een oog dat tijdens de kinderjaren is achtergebleven in de ontwikkeling. Normaliter zijn er geen zichtbare oogafwijkingen te constateren en het dragen van een bril zal meestal niet helpen. Brilglazen zijn niet in staat om het slechte zichtvermogen bij een amblyopie te corrigeren. Het gehele visuele systeem bestaat uit diverse onderdelen. Dit zijn de ogen, de oogzenuwen en het gedeelte van de hersenen dat de beelden die via het oog binnenkomen, omzet naar een begrijpelijk beeld. Vanaf de geboorte tot en met ongeveer het 10e levensjaar zal het visuele systeem zich ontwikkelen. Na het 10e levensjaar zullen er geen verbeteringen meer optreden. Het blijft op hetzelfde niveau of gaat achteruit. Bij amblyopie wordt het beeld dat via een oog binnenkomt door de hersenen onderdrukt. Het oog blijft dus achter in de ontwikkeling. In vrijwel alle gevallen gaat het om één oog, maar er zijn zeldzame gevallen waarbij sprake is van twee luie ogen. Omdat een lui oog ontstaat tijdens de ontwikkeling van het visuele systeem, is het heel belangrijk om dit op tijd te herkennen.

Wat zijn de oorzaken van amblyopie?

Er zijn enkele directe oorzaken aan te wijzen die een lui oog kunnen veroorzaken:

  • Scheelzien: normaal gesproken staan de ogen op hetzelfde punt gericht. Bij scheelzien van een oog, wijkt dit punt af. Hierdoor kan het voorkomen dat een kind met schele ogen dubbel ziet. De hersenen zullen om dubbelzien te voorkomen, het beeld dat via het schele oog binnenkomt onderdrukken. Dit heeft tot gevolg dat het oog lui wordt en in ontwikkeling achterblijft. Scheelzien is vaak goed zichtbaar, maar soms ook niet.
  • Brilsterkte: de brilsterkte is een afwijking, zoals bijziendheid en verziendheid. Als een kind hier last van heeft, zal net als bij scheelzien, de hersenen het beeld van het slechte oog onderdrukken. De ontwikkeling van het oog zal achterblijven en kan lui worden. De brilsterkte bij kinderen vaststellen is erg lastig omdat kinderen zelf niet goed kunnen aangeven in hoeverre ze minder goed kunnen zien.
  • Oogziekten: wanneer er sprake is van bepaalde oogziekten, dan kan dit amblyopie veroorzaken. De lens in een oog kan vertroebeld zijn, een kind kan last hebben van een hangend ooglid of er zijn afwijkingen aan het hoornvlies of netvlies. In al deze gevallen kan de oogziekte ervoor zorgen dat beelden niet goed het oog bereiken. Hierdoor ontwikkeld het oog zich niet goed en ontstaat er amblyopie>
  • Aanleg/erfelijkheid: er zijn bepaalde families waar bepaalde symptomen veelvuldig voorkomen, zoals scheelzien, sterke oogafwijkingen en een lui oog. Dit kan erfelijk zijn. Het is dan raadzaam om de ogen van een kind op jonge leeftijd al te onderzoeken.

Wat zijn de symptomen van amblyopie?

Wanneer een kind een lui oog heeft, zal het vooral moeite hebben om diepte te zien. Hierdoor zal het kind wat onhandig of klungelig kunnen overkomen. Het kind struikelt bijvoorbeeld vaker dan normaal, het schenkt drinken naast het glas of heeft moeite om een bal te vangen. Wanneer je deze symptomen waarneemt, dan is verstandig om dit eens te onderzoeken. Er kan namelijk ook sprake van zijn dat het kind moeite heeft met de motoriek, maar een lui oog mag zeker niet uitgesloten worden.

De diagnose stellen

Als ouders kun je door bovenstaande symptomen te herkennen, erachter komen of je kind last heeft van een lui oog. Je kind zelf zal nooit zelf aangeven dat het minder goed ziet. Een kind is hier namelijk al helemaal aan gewend en weet niet beter. Wanneer je kind last heeft van scheelheid, dan is dit meestal wel te zien en moet je hier ook hulp voor zoeken. Zo kun je tijdig voorkomen dat er zich een lui oog gaat ontwikkelen. Het onderzoeken van de gezichtssterkte bij kinderen is niet altijd even eenvoudig. Afhankelijk van de leeftijd van het kind worden zijn hier diverse methodes voor. Bij zeer kleine kinderen wordt dit gedaan door een oog af te plakken en het afwijkende oog voorwerpen of lichtjes te laten volgen. Bij oudere kinderen kan er gewerkt worden met een kaart met plaatjes of letters en cijfers om zo te bepalen of er een probleem is.

Zo vroeg mogelijk starten met behandeling

Een lui oog ontstaat enkel tijdens de ontwikkeling van het gezichtsvermogen en dat is tot rond het 10e levensjaar. Daarom is het ook heel belangrijk om een oogafwijking zo snel mogelijk te ontdekken en zo jong mogelijk met een behandeling te starten. Het behandelen van een lui oog op latere leeftijd heeft namelijk geen enkel nut meer. Enkel bij een behandeling tijdens de ontwikkeling van het gezichtsvermogen is er nog een kans dat er een correctie kan plaatsvinden, al zal in veel gevallen het luie oog nooit meer volledig ‘omgezet’ worden naar een actief oog. Als de oorzaak van het luie oog scheelzien of een afwijkende brilsterkte is, dan moet dit ook behandeld worden. Voor alle gevallen geldt: hoe jonger het kind is, des te beter is de gezichtssterkte nog te corrigeren.

Behandelmethodes voor een lui oog

De behandelend arts zal bepalen welke behandeling het meest nuttig is voor het kind. Dit is sterk afhankelijk van enkele factoren, zoals de oorzaak van de amblyopie, hoe de gezichtsscherpte is, de oogstand en de leeftijd van het kind. In de meeste gevallen duurt een behandeling enkele jaren, totdat er een acceptabele gezichtssterkte is bereikt of dat het kind de leeftijd heeft bereikt dat er geen ontwikkeling meer is. Belangrijk bij de behandeling zijn ook de ouders. Het oog afplakken is bijvoorbeeld één van de meest gekozen behandelingen, maar een kind zal dit al snel zat zijn. Aan de ouders de taak om te voorkomen dat het kind vroegtijdig de pleister van het oog trekt. Er zijn onder andere de volgende behandelingen:

Afplakken van het oog (occlusie)

In de meeste gevallen wordt er bij een behandeling tegen een lui oog gekozen voor occlusie. Dit is het afplakken van het goede oog. Doordat het goede oog is afgeplakt, is het kind genoodzaakt om te kijken met het luie oog. Hierdoor wordt het luie oog gestimuleerd om beter te leren zien. Meestal is het afplakken van het oog voor enkele uren per dag. Dit is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Oudere kinderen hebben een lagere gezichtssterkte en zullen meer uren per dag met een afgeplakt oog moeten lopen. Jonge kinderen hebben een hogere gezichtssterkte, waardoor er minder lang afgeplakt hoeft worden. Het oog hoeft dan minder gecorrigeerd te worden. .

Een bril

Bij kinderen waarbij een lui oog is ontstaan door een afwijkende brilsterkte, hebben baat bij het dragen van een bril. Het kan zijn dat door het dragen van een bril er weer een goed beeld naar de hersenen wordt doorgegeven. Hierdoor zal het luie oog zich vanzelf herstellen. Soms moet naast het dragen van een bril ook een oog afgeplakt worden.

Oogdruppels

Soms worden er in plaats van een pleister, oogdruppels gebruikt. Het goede oog wordt dan gedruppeld. De druppels hebben een verlammend effect op de werking van het oog, waardoor het oog minder scherp zal zien dan het luie oog. Hierdoor wordt het kind gedwongen om met het luie oog te kijken, wat hierdoor gestimuleerd wordt. Oogdruppels zijn niet in alle gevallen van een lui oog de beste behandeling. Voorwaarde is bijvoorbeeld dat met het luie oog nog minstens 50% zicht is.

Behandelingen oogziekten

Het is belangrijk dat bij een behandeling het luie oog gaat wennen aan de juiste gezichtssterkte. Dit zal niet mogelijk zijn bij oogziekten. Het is daarom belangrijk om eerst de oogziekte te behandelen. Bijvoorbeeld een oogoperatie om een troebel oog te verhelpen of om een hangend ooglid te corrigeren. Pas daarna kan gestart worden met de behandeling tegen het luie oog.

Volwassen en een lui oog

Als volwassene kun je geen lui oog meer ontwikkelen. Maar het is natuurlijk wel mogelijk dat je tijdens het volwassen leven de gevolgen draagt van een lui oog. Dit zal per persoon verschillen. Sommigen hebben voldoende aan het dragen van een bril, terwijl anderen er al zo aan gewend zijn, dat ze er persoonlijk geen hinder van hebben. Wel kan het gezichtsvermogen mede door een lui oog consequenties hebben in het volwassen leven. Dit is vooral het geval als je ook met het andere oog minder zicht hebt. Het dragen van een bril of contactlenzen kan voorkomen dat je als volwassene erg veel last hebt van een lui oog. Op volwassen leeftijd zul je met een lui oog moeten leren leven, want behandeling is dan niet meer mogelijk.