Oogproblemen bij kinderen

Oogproblemen bij kinderen kunnen snel opgemerkt worden als het een zichtbare afwijking is zoals scheelzien, maar het kan ook niet zichtbaar zijn voor de buitenwereld waardoor het kind misschien zelfs slechter presteert op school, en ouders en leraren niet weten waar het aan ligt. Alhoewel het makkelijk op te sporen is, wordt een slecht zicht toch vaak over het hoofd gezien en niet aan gedacht. Het kind weet zelf niet wat een goed zicht precies is, en zal het dus zelf ook over het algemeen niet aangeven. Daarom is voldoende informatie over dit onderwerp belangrijk, zodat het tijdig behandelt en opgelost kan worden. In dit artikel bespreken we de verschillende meest voorkomende oogproblemen bij kinderen, en de behandeling ervan.

Hoe herken je oogproblemen bij kinderen?

Vooral op jongere leeftijd zijn bepaalde oogproblemen lastiger op te merken. Je kind heeft zelf niet door dat er iets niet klopt in zijn zichtvermogen, en als ouders zijnde zijn we vaak niet helemaal op de hoogte hoe we het probleem tijdig op kunnen merken. Wel is het erg fijn dat je kind op het consultatiebureau een oog-test krijgt als hij ongeveer drie à vier jaar is. Dit is dan ook vaak het moment dat oogproblemen aan het zicht komen, en kinderen doorverwezen worden naar een oogarts. Het kan ook zijn dat oogproblemen pas later ontwikkelt worden, en je er dus niet vanuit zou gaan dat je kind oogproblemen heeft. Het is dus belangrijk om bij een vermoeden van slechtziendheid altijd de optie open te houden dat je kind toch oogproblemen heeft ontwikkeld.

De meest voorkomende oogproblemen bij kinderen

Over het algemeen zien we vooral acht specifieke oogproblemen terug bij kinderen, waaronder twee tijdelijke complicaties. Deze oogproblemen zijn makkelijk te herkennen, te behandelen, en op te lossen.

Bijziendheid(Myopie)

Bijziendheid zien we vaak pas bij kinderen als ze ongeveer zes jaar zijn. Dit omdat ze dan in de fase komen dat ze meer lezen, en vaker scherp zicht op afstand nodig zullen hebben. Bijziendheid noemen we ook wel een refractieafwijking, en dit houdt in dat het oog lichtstralen niet goed scherp kan stellen. Normaal gezien zou het oog de lichtstralen gelijkmatig afbreken op een klein gedeelte van het netvlies waardoor het oog een scherp beeld creëert. Bij bijziendheid worden de lichtstralen voor het netvlies scherp gesteld. Items die dichtbij staan zijn hierdoor wel scherp te zien, maar objecten die verder weg staan blijven in een geval van myopie troebel. Als je aan je kind ziet dat het moeite heeft met het lezen van teksten die ver weg staan, je kind zijn ogen vaker samenknijpt, last heeft van vermoeide ogen en eventueel hoofdpijn, dan kan dit erop wijzen dat je kind last heeft van myopie. De oplossing voor bijziendheid is een bril. Door middel van een bril zullen de lichtstralen op de juiste manier op het netvlies vallen, en heeft het oog de mogelijkheid om ook beelden van veraf scherp te stellen.

Verziendheid (hypermetropie)

Ook hypermetropie is net als myopie een refractieafwijking. Het verschil tussen deze twee afwijkingen is enkel dat de lichtstralen in dit geval achter het netvlies vallen, in plaats van voor het netvlies. Hierdoor zal je kind juist objecten die dichtbij staan troebel zien, en objecten die verder weg staan wel scherp zien. De klachten van verziendheid zijn hetzelfde als die van bijziendheid. Je kind kan dus zijn ogen samenknijpen om beter te zien en last hebben van vermoeide ogen en hoofdpijn. Het verschil tussen de twee is enkel dat je kind objecten van dichtbij niet goed ziet. Dit merk je dus vooral als je kind in een boek leest, iets op wilt schrijven, of iets van dichtbij bekijkt. Ook in dit geval is een bril de oplossing. Door middel van een bril zullen de lichtstralen weer op de juiste manier op het netvlies vallen, en zal het kind ook objecten van dichtbij goed kunnen zien.

Astigmatisme

Astigmatisme is de derde refractieafwijking die we in dit artikel bespreken, en dit houdt in dat het hoornvlies in het oog een kromming heeft en niet gelijkmatig gevormd is. Door deze kromming worden lichtstralen niet op de juiste manier verwerkt, en dit kan leiden tot een wazig zicht. Over het algemeen is astigmatisme een erfelijke aandoening, maar het kan ook het gevolg zijn van een ongeluk. Je herkent het aan je kind doordat het problemen heeft met lezen, last heeft van vermoeide ogen, en soms niet goed ziet of objecten nou veraf staan of juist dichtbij. Ook hoofdpijn is een veelvoorkomend verschijnsel bij astigmatisme omdat er extra herseninspanning nodig is. Door middel van een bril worden de lichtstralen op de juiste manier samengevoegd en het wazige zicht gecorrigeerd.

Scheelzien (Strabisme)

Scheelzien wordt ook wel strabisme of loensen genoemd, en is een stoornis in de werking van de oogspieren waardoor deze in verschillende richtingen wijzen. De ogen kunnen verschillende kanten op wijzen, namelijk naar boven, naar onder, naar links, of naar rechts. Het kan zijn dat enkel één oog scheel kijkt, maar het kan ook afwisselend zijn tussen beide ogen. Hierdoor kan het kind slecht zien of dubbel zien. Het wordt vaak al op zeer jonge leeftijd ontdekt omdat dit een afwijking is die vanaf de geboorte vaak al aanwezig is en ook duidelijk zichtbaar is. Bij baby’s kan strabisme voorkomen, maar verdwijnt vaak met de tijd omdat de ogen nog in ontwikkeling zijn. Hierdoor worden baby’s met strabisme pas vanaf een leeftijd van zes maanden onderzocht. Strabisme kan ook op latere leeftijd pas ontwikkeld worden door een verzwakking van de algemene toestand van de ogen. Scheelzien kan behandeld worden tot een leeftijd van acht à tien jaar. Na deze leeftijd zijn de ogen volledig ontwikkeld, en kan scheelzien niet meer behandeld worden. Het is dus belangrijk om in het geval van scheelzien er op tijd bij te zijn, en voldoende aandacht te geven aan de juiste behandeling. Nog een reden om strabisme tijdig te behandelen, is omdat het op de lange termijn kan leiden tot een lui oog. Strabisme wordt behandeld door middel van oogoefeningen, afdekpleisters om het oog te trainen, en een bril. Als er sprake is van extreme strabisme kan er gekozen worden voor een operatie waarbij de oogspieren aangepast worden.

Lui oog (Amblyopie)

Een lui oog is een aandoening die voornamelijk in de eerste jaren van het leven van een kind ontstaat, en houdt een verminderd of wazig zicht in één van de ogen in. Een lui oog is vaak het gevolg van andere oogaandoeningen zoals loensen, hangende oogleden, ernstige myopie en hypermetropie. Ook een verkeerde brilsterkte of verschil in brilsterkte tussen de twee ogen kan zorgen voor een lui oog. Ook hier is het belangrijk om de aandoening vroegtijdig te behandelen. Een lui oog heeft niet echt duidelijke signalen, en is dus niet makkelijk op te sporen. Kinderen die vaak hun ogen samenknijpen om beter te kunnen zien, of moeite hebben bij lezen kunnen last hebben van deze aandoening. Een lui oog wordt behandeld naar gelang de oorzaak ervan. Als het luie oog een gevolg is van bijziendheid of verziendheid, dan is een bril vaak voldoende. Ook afplakpleisters en oogdruppels kunnen gebruikt worden als behandeling van een lui oog. Net als strabisme is dit een aandoening die vroeg behandeld moet worden. Na de volledige ontwikkeling van de ogen is een succesvolle behandeling namelijk niet meer mogelijk.

Hangende oogleden (ptotis)

Hangende oogleden bij kinderen komen af en toe voor, en wordt veroorzaak door zwakte van de spier die ervoor zorgt dat het ooglid opent. Als deze spier erg zwak is kan dit een slechte ontwikkeling van het gezichtsvermogen als gevolg hebben en kan er een lui oog ontstaan. Ook vermoeidheid, hoofdpijn, en een vermoeide uitstraling kunnen voorkomen bij hangende oogleden. Ptotis kan verholpen worden door middel van een ooglidcorrectie. Het risico op een lui oog, scheel zien, en afwijkende oogbewegingen wordt op deze manier erg vermindert.

Hoornvliesletsel (corneale abrasie)

Er kunnen tijdelijke oogproblemen ontstaan door beschadiging van het oog. Hoornvliesletsel is hier een voorbeeld van. Hierbij is het hoornvlies aan de voorkant van het oog beschadigd, en dit kan verschillende klachten brengen zoals: tranende ogen, overgevoeligheid voor licht, en algemene pijn aan het oog. In geval van een hoornvliesletsel zal de arts antibiotica oogdruppels of een oogzalf voorschrijven om een ooginfectie te voorkoming en het genezingsproces te bespoedigen.

Bindvliesontsteking (conjunctivitis)

Nog een andere maar tijdelijke aandoening van de ogen is conjunctivitis, ofwel oogontsteking of bindvliesontsteking. Bij oogontsteking raakt het bindvlies wat het oog bedekt ontstoken, en dit leidt tot irritatie, jeuk, tranende ogen, en korstjes rondom de ogen. Het is over het algemeen een gevolg van een bacteriële of virale ontsteking, maar kan ook komen door een allergische reactie of door irritatie vanwege bepaalde stoffen. Oogontsteking kenmerkt zich door rode ogen, gezwollen oogleden, en dus geïrriteerde en jeukerige ogen. Oogontsteking gaat over het algemeen vanzelf over, maar een goede hygiëne en eventueel oogdruppels en oogzalf helpen het genezingsproces.