De lichamelijke ontwikkeling van je peuter

In de peutertijd maakt je kind een snelle ontwikkelingsfase door. Ook al moeten ze nog heel veel leren, het is prachtig om te zien hoeveel ze in een relatief korte tijd al kunnen. In het eerste levensjaar groeit de baby zo’n 25 centimeter en gaat het gewicht naar ongeveer tien kilo. Dat is een enorme groeispurt, maar daarna neemt dit een beetje af. Maar de lichamelijke ontwikkeling van je peuter staat zeker niet stil.

Alles groeit en rijpt

De lichamelijke ontwikkeling van je peuter gaat nog steeds erg snel na het eerste jaar. Tijdens de peutertijd zijn er verschillende mijlpalen. Het lichaam groeit en rijpt, waaronder de hersenontwikkeling, de spieren, het skelet en de vorming van het centrale zenuwstelsel. De jaarlijkse gewichtstoename daalt wat, net zoals het toenemen van de lengte.

Een peuter van 1 tot 1,5 jaar

Gewicht en lengte

Als de baby een jaar is, ligt het gewicht meestal rond de tien kilo. In het tweede levensjaar komt daar ongeveer drie kilo bij. Wat de lengte betreft, dit zal ongeveer in het tweede jaar rond de twaalf centimeter liggen. Alles komt nu wat meer in verhouding. Bij baby’s is het hoofd vaak wat groot in verhouding met het lichaam van de baby en dat verdwijnt, alles klopt nu wat meer. Ook de baby-look neemt af.

De eerste stapjes

De meeste peuters lopen tussen het jaar en anderhalf jaar en je ziet de stapjes per week zelfverzekerder worden. Natuurlijk doet ieder kind het in zijn eigen tempo, misschien vindt die van jou het kruipen nog steeds wel voldoende. Dit is geen enkel probleem, pas als de peuter met achttien maanden nog steeds geen poging heeft ondernomen om de eerste stapjes te zetten, is het verstandig om dit even met het consultatiebureau te bespreken.

De eerste tandjes

Ook het gebit van de peuter heeft zich waarschijnlijk al laten zien. Veel kinderen hebben rond het eerste jaar al een stuk of acht tanden. Maar ook hier zijn de verschillen groot. Het kan ook zijn dat jouw peuter net zijn eerste tandjes heeft gekregen. Meestal als de eerste er is, komt er iedere maand een tand bij. Rond het derde levensjaar is over het algemeen het melkgebit compleet. Zodra je kind een tandje heeft, is het belangrijk dat je de peuter leert tandenpoetsen. Ook al is het een melkgebit, het voorkomt veel ellende als je peuter netjes zijn tandenpoetst en niet te veel snoept. Bekers of pakjes met vruchtensap zijn funest voor het gebit, net zoals zoete producten die allemaal het glazuur aan kunnen tasten.

De eerste oog-handcoördinatie

Als je kind zelf gaat eten, maakt hij gebruik van de oog-handcoördinatie. Hierdoor leren ze het eten naar de mond te brengen. Als peuters eten met een lepel, slaan ze vaak het heel knuistje er omheen. Deze techniek ontwikkelt zich steeds meer en voordat je het weet kunnen ze hierdoor blokken stapelen, tekenen of met Lego bouwen. De peuter komt erachter hoe handig die vingers zijn en ze gebruiken ze dan ook graag. Alles wordt vastgepakt en het liefst ook naar de mond gebracht. Een periode voor ouders om hierop extra oplettend te zijn. Het gaat steeds beter om kleine voorwerpen op te pakken tussen de duim en de wijsvinger, bijvoorbeeld een rozijntje. Dit wordt ook wel de pincetgreep genoemd. Dit komt omdat de fijne motoriek zich ook snel ontwikkelt. Kinderen willen ook graag op deze leeftijd zelfstandig drinken en dat gaat ze ook steeds beter af. Natuurlijk gaat er nog weleens een beker om, maar dat geeft niets. Het is nu eenmaal lastig om te coördineren en te balanceren.

Op het consultatiebureau

Het kind kan op het consultatiebureau nu staand gewogen worden. Ook de lengte opmeten kan staand gebeuren. Het consultatiebureau controleert nu ook het gehoor en het zicht van de peuter. Goed zicht en een goed gehoor is belangrijk voor de ontwikkeling van de kleine.

Een peuter van 1,5 tot 2 jaar

Weer een stapje verder

Rond de achttien maanden ontdekken veel kinderen die al konden stappen dat rennen ook leuk is. Het gaat misschien nog niet helemaal zoals ze willen en het ziet er ook vaak nog een beetje houterig uit. Maar het begin is er. Als de peuters gaan rennen, krijgen ze met een ander probleem te maken, namelijk het stoppen. Dat blijkt toch ineens best lastig te zijn omdat het evenwicht nog niet helemaal ontwikkeld is. Gaat je peuter rennen, hou hem goed in de gaten. Ze vallen nog gemakkelijk en rennen soms ook naar plekken waar je liever niet wilt dat je peuter komt, zoals naar de weg.

Slapen is belangrijk

Niet ieder kind heeft evenveel behoefte aan slaap, maar slapen is wel belangrijk voor de ontwikkeling van je kind. Meestal slapen kinderen van deze leeftijd ongeveer dertien tot vijftien uur per dag. Hou je kind goed in de gaten als hij of zij minder slaap nodig lijkt te hebben. Het is belangrijk dat een kind in de ochtend makkelijk wakker wordt en overdag ook niet moe of lusteloos is. Is dat wel het geval, probeer dan wat extra slaaptijd in te lassen.

Bordje leeg eten

Rond de leeftijd van 1,5 jaar neemt de groeispurt van de peuter wat af. Het lichaam heeft hier dus minder energie voor nodig en dat zie je waarschijnlijk terug in de eetlust van het kind. Het bordje wordt ineens niet meer leeg gegeten. Maak er geen strijd van als het kind zijn bordje niet leeg eet, hiermee kweek je een weerzin tegen eten. Hou het gezellig en zorg dat je peuter zijn voedingsstoffen binnenkrijgt op een andere manier. Het eten moet een sociaal gebeuren zijn. Alleen als je vermoed dat de gezondheid of het gewicht van de peuter eronder lijdt, raadpleeg dan de huisarts of het consultatiebureau.

Een peuter van 2 tot 2,5 jaar

Bijna een meter en een eigen willetje

Een tweejarige peuter heeft ongeveer een lengte van 90 centimeter en weegt meestal ergens tussen de 11,5 en 13,5 kilo. Het gewicht neemt niet meer zo snel toe en ook in deze periode is het eten vaak een strijd. Zeker ook omdat je kind een eigen willetje krijgt en het erg leuk vindt om op bepaalde maaltijden ‘nee’ te zeggen. Ze hebben inmiddels door dat dit ‘nee’ zeggen of er een lekkere troep van maken invloed heeft op de omgeving en dat is natuurlijk leuk. Het heeft echt geen zin om je peuter te verplichten te eten, want ze beslissen uiteindelijk toch zelf of ze het doorslikken, uitspugen of opeten. Maak er dus geen machtsstrijd van, maar hou gewoon de gezondheid en het gewicht van het kind goed in de gaten. Bij twijfel is het verstandig om de huisarts of het consultatiebureau te raadplegen.

Op het potje?

Dit is ook de periode dat zindelijk worden een grote rol speelt. Ongeveer vanaf twee jaar krijgt de peuter interesse voor de wc of het potje. Ze vinden het allemaal reuze interessant en willen net zoals mamma of pappa ook grote mensendingen doen. Tussen het tweede en derde jaar krijgen de meeste kinderen ook controle over de sluitspieren waarmee ze de urine en ontlasting op kunnen houden. Het is dus een mooie periode om met de zindelijkheidstraining te beginnen. Het geeft niets als het niet gelijk lukt. Pas als ze naar de basisschool gaan, wordt het echt belangrijk dat ze zindelijk zijn. Meer informatie hierover vind je op zindelijkheid peuter

Ik doe het zelf!

Veel kinderen willen op een gegeven moment ineens alles zelf doen. Vanaf ongeveer twee jaar kun je ook gaan beginnen met het stimuleren van je peuter om zelf zijn of haar kleren aan en uit te trekken. In begin zal dat niet altijd even makkelijk gaan, maar door ze aan te moedigen pikken ze dit snel op. Een broek uittrekken zal eerder lukken dan de broek aantrekken, maar dat geeft niets. Het is wel handig dat als ze naar school gaan ze dit dan allemaal zelf kunnen. Poppen aan en uitkleden wil nog weleens helpen en dat is ook goed voor de motoriek.

Een peuter van 2,5 tot 3 jaar

Het groeien gaat nu alle kanten op, voornamelijk in de breedte en een stuk minder snel in de lengte. De peuter gaat steeds beter rennen, klimmen en springen. Laat ze hun gang gaan en stimuleer het buiten spelen. Het is allemaal goed voor de basale motoriek. Ze leren hiermee hun motoriek beter te beheersen en ze hebben nog plezier ook. Natuurlijk hou je de peuter wel in de gaten, maar probeer niet te veel te betuttelen. Waarschijnlijk krijg je regelmatig te horen: ‘dat kan ik zelf wel.’ Af en toe vallen, is echt niet zo erg, daar leren ze alleen maar van. Mits het niet te hard is natuurlijk. Ze leren ook van het uitproberen, anderen nadoen en weer herhalen. Op deze leeftijd kunnen ze ook hun houding beter aanpassen aan een hellende of vlakke weg.