Zindelijkheid: jongens vs meisjes.

Ouders houden ervan te concurreren met andere ouders als het gaat om mijlpalen in het leven van hun kinderen. Het begint bij wiens kind het eerst begint te kruipen, nadien wie het eerst begint te praten en vervolgens wie als eerste de zindelijkheidstraining overwint. Dus, wat als de zindelijkheid van je zoon een beetje achter staat in vergelijking met de dochter van je beste vriendin? Is het waar dat jongens er langer over doen om zindelijk te worden? Als je dit artikel doorleest, weet je meteen het antwoord!

Wanneer begin ik zindelijkheidstraining?

Hoe graag je ook zou willen dat je kind zindelijk is, je kunt kinderen niet dwingen om een potje te gebruiken. Als ze er nog niet klaar voor zijn, zijn ze er gewoon nog niet klaar voor. Na verloop van tijd zul je merken dat ze er een willen gebruiken. In tussentijd kun je beter het gewenste gedrag aanmoedigen. De meeste ouders beginnen te denken aan zindelijkheidstraining als hun kind tussen 2 en 3 jaar oud is, maar in werkelijkheid er is geen perfecte tijd. Meisjes zouden volgens een onderzoek van de universiteit van Michigan klaar zijn voor het potje als ze 29 maanden oud zijn en jongens op 31 maanden. Sommige ouders vinden het gemakkelijker om hun kind te leren een potje te gebruiken in de zomer, wanneer hun kind lichter gekleed gaat en er dus minder kleren zijn om uit te trekken. Maar het is aangeraden om zindelijkheidstraining te starten wanneer er geen grote veranderingen zijn in de routine van je kind. Daarnaast is het ook belangrijk om consistent te blijven, zodat je je kind niet in verwarring brengt. Als je bijvoorbeeld weggaat, neem dan het potje mee, zodat je kind begrijpt dat je wilt dat ze plassen of poepen in het potje telkens wanneer het nodig is. Spreek ook af met de mensen die voor je kind zorgen om op dezelfde manier tewerk te gaan. Wanneer je kind weet dat het moet plassen, is zindelijkheidstraining het meest effectief. Als je eerder begint, wees dan voorbereid op heel wat ongelukjes terwijl je kind leert het potje te gebruiken.

Signalen van gereedheid

Zowel jongens als meisjes delen veel van dezelfde signalen wanneer ze klaar zijn om hun behoefte op het potje te doen. Hieronder een aantal signalen die erop wijzen dat je kind controle over zijn blaas en stoelgang begint te ontwikkelen:

Gedragssignalen

  • Ze weten wanneer ze een natte of vuile luier hebben.
  • Ze vertellen mogelijk als ze aan het plassen zijn.
  • Ze laten zien dat ze naar het toilet moeten door te friemelen of ergens in een hoekje te kruipen.
  • Je kind kan van en naar de badkamer lopen, kan zich uitkleden en eenvoudige instructies opvolgen.
  • Je kind wil mogelijk ondergoed dragen of toont een diepgaande interesse in het toilet.

Lichamelijke signalen

  • Het vermogen om gedurende ten minste twee uur gedurende de dag of gedurende de hele nacht droog te blijven.
  • De stoelgang van je kind is regelmatig

Hoe maak ik me klaar voor de zindelijkheid van mijn kind

Het gebruik van een potje is nieuw voor je kind, dus zorg ervoor dat je hem of haar geleidelijk aan het idee van het gebruik ervan laat wennen. Het is meestal gemakkelijker als jongens op het potje eerst gaan zitten voordat ze overstappen naar rechtstaand plassen. Praat ook met je kind wanneer je zijn of haar luier verwisselt, zodat ze plassen en poepen begrijpen en wat een natte luier betekent. Het is beter de luier te verschonen in de badkamer. Hierdoor zal je kind sneller begrijpen dat dit de plek is waar mensen naar het toilet gaan. Zelfs al krijgt je kind nog geen zindelijkheidstraining, laat een potje achter waar je kind het kan zien en geef hem of haar uitleg waar het voor dient. Kinderen leren door te kijken en te kopiëren. Als je een ouder kind hebt, kan je peuter zien hoe zij het toilet gebruiken, wat een grote hulp zal zijn bij het zindelijk worden. Ook speelgoed gebruiken van je kind om te laten zien waar het potje voor dient, kan helpen en aanmoedigen om het potje te gebruiken. Je zou ook kunnen proberen of je kind graag een poosje op het potje wil zitten, gewoon om eraan te wennen, nadat je bijvoorbeeld zijn of haar luier hebt verwisseld. Of wanneer jullie 's avonds de pyjama aantrekken om naar bed te gaan.

Is er echt een verschil tussen jongens en meisjes als het gaat omzindelijkheid?

Velen zullen betwisten dat zindelijkheidstraining tussen jongens en meisjes een enorm verschil omvat. Maar er wordt gezegd dat het bij jongens om verschillende redenen langer duurt eer ze zindelijk zijn. Enkele van de aangehaalde redenen zijn: het ontbreken van een mannelijk rolmodel dat hen laat zien hoe ze moeten plassen, het lager volwassenheidsniveau van jongens versus meisjes, het hoger activiteitsniveau van jongens, rolpatronen van opstaan ​​versus zitten, en basisfunctionaliteit voor jongens moeders met betrekking tot die genderrollen. Volgens onderzoek hebben jongens in hun peutertijd de neiging om lichamelijk actiever te zijn dan meisjes. Hierdoor zitten ze minder snel stil, wat zeker een bijdrage levert aan de vertraging in zindelijkheid. Maar misschien vind je net dat het omgekeerde waar is, want je dochter doet er langer over om zindelijk te worden dan je zoon. En dat is oke! Elk kind is uniek en leert dingen op zijn of haar ritme. Maar het is altijd goed om hen positief te blijven aanmoedigen. En wat misschien je zoon motiveert, kan verschillen met wat je dochter drijft.

Hoe beïnvloedt het geslacht de zindelijkheidstraining?

Het verschil in zindelijkheidstraining tussen jongens en meisjes gaat meer om de methode en beloning die je gebruikt. Zo kun je bijvoorbeeld chips in het toilet gooien voor jongens om meer gericht te leren plassen. Heb je een dochter? Dan kan je haar aanmoedigen om haar favoriete pop te leren hoe ze het potje moet gebruiken. Waar het vooral om draait, is dat je de ervaring leuk en stressvrij houdt. Op die manier wordt het potje gebruiken eerder als een beloning ervaren dan een opdringerige klus. Wat mag je verwachten? Hieronder enkele handige tips om zowel je zoon als dochter door de zindelijkheidstraining te helpen.

Voor beide geslachten:

  • Zoek naar interesse in zindelijkheidstraining tussen 18 maanden en drie jaar oud.
  • Weet dat nachtelijke droogte volgt na droge dagen.
  • Als je kind eenmaal het potje gebruikt, zullen er zich nog maar zelden ongelukjes voordoen. Toch komt het voor dat er een ongelukje is. Lees in ons artikel hoe je hier het beste op kan reageren
  • Zorg voor een beloningssysteem.

Voor een jongen

Leer je zoon eerst zitten op het potje en nadien rechtop staan om te plassen. Wanneer hij zit, laat hem naar voren leunen en wijs zijn penis naar beneden (om ongelukjes te voorkomen). Houd er rekening mee dat je zoon nieuwsgierig zal zijn naar zijn lichaam en zijn penis! Weet dat kopiëren of nabootsen een deel van het proces is. Jongens bootsen iedereen na die ze zien op het toilet. Als papa helpt om het potje te leren gebruiken, zal niet alleen het zittend plassen maar ook het rechtstaand plassen voor je zoon sneller gaan. Je kunt alvast rekenen op eindeloze gesprekken. De gesprekken van je kind omvatten lichaamsdelen en alles met betrekking tot naar het toilet gaan of op het potje. Wanneer ze net beginnen met zindelijk te worden, is dit normaal, maar kan genant worden als je zoon naar school begint te gaan en opmerkingen maakt over het feit dat mama niet dezelfde lichaamsdelen heeft.

Voor een meisje

Leer je dochter om van voren naar achteren te vegen. Dit is vooral belangrijk om urineweginfecties te voorkomen. Meisjes zullen eerder geneigd zijn in het openbaar commentaar te geven op hun toiletbeoefening, waarbij ze mogelijk reacties van mama nabootsen. Ook meisjes vermelden graag lichaamsdelen en proberen het verschil tussen jongens en meisjes te begrijpen. Als je dochter haar vader of oudere broer wil kopiëren en wil plassen zoals zij dat doen, laat haar dan. Op die manier zal ze zich sneller realiseren dat ze iets mist om rechtop te plassen. Zoals eerder vermeld in dit artikel, kun je ook een pop gebruiken. Meisjes vinden het leuk om hun poppen nieuwe dingen te leren en ongetwijfeld zal je dochter haar pop willen leren hoe ze naar het toilet moet. Zindelijkheidstraining is een lang proces - voor zowel het kind als de ouder. Er is maar een klein verschil tussen jongens en meisjes als het gaat om zindelijkheid. Vasthouden aan een plan, geduldig blijven, flexibel zijn en op de hoogte blijven van de ontwikkeling van je kind, maakt het verschil in hoe snel ze slagen.