Zindelijkheidstraining in 5 stappen

De meeste kinderen maken rond hun eerste jaar de eerste stapjes. Hierna volgt bij veel kinderen de fase dat ze zindelijk worden. Hoe vlot dit gaat, heeft veel te maken met jouw aanpak als ouder.

Zindelijkheidstraining, wanneer moet ik ermee beginnen?

Het verdient aanbeveling om op tijd te starten met de training tot zindelijkheid. Je voorkomt dan namelijk stress, zowel bij jou als bij het kind. Is je kind inmiddels ouder dan twee jaar, zit dan niet in over zijn zindelijkheidsontwikkeling. In principe kun je een kind op elke leeftijd aanleren om zindelijk te worden; de manier waarop je dat doet blijft immers hetzelfde.

Zindelijkheidstraining in vijf stappen

Wijd jezelf bovenal met liefde toe aan de zindelijke ontwikkeling van je kind en doorloop de volgende zindelijkheidstraining in vijf stappen:

Zet je kind op het potje - Laat je kind na zijn slaapje of als hij een hapje gegeten heeft, op het potje zitten of op de wc. Dit zijn momenten waarop de kans het grootst is dat je kind moet plassen en/of poepen. Het is net per se nodig dat je kind al doorheeft wat hij moet doen. Hij kan gewoon zijn luier aanhouden. Maak er tegelijk een gezellig moment van door bijvoorbeeld een boekje voor te lezen, een spelletje te doen of een liedje voor hem te zingen. Het is van groot belang dat deze eerste stap gepaard gaat met plezier. Ook is het belangrijk om je kind niet alleen te laten wanneer hij op het potje zit.

Geef complimenten - Vroeg of laat komt het moment dat het gebeurt: je kind laat wat achter in het potje. Laat meteen merken dat je trots op hem bent en zeg dingen als: ‘Wat goed van je’ of ‘goed gedaan hoor’. Als er nog niks komt, reageer dan niet teleurgesteld of boos. Blijf ontspannen en geef je kind de ruimte om te oefenen. Geef hem de kans uit te poepen wanneer dit op gang komt en leidt hem niet af door gelijk foto’s te maken of een filmpje te maken. Er volgen genoeg momenten om deze mijlpaal vast te leggen als hij het poepen en plassen op het potje te pakken krijgt.

Zorg voor routine - Zet je kind meerdere keren per dag op het potje om routine aan te brengen. Als hij net gegeten heeft, na tussendoortjes of na het slaapje zijn goede momenten. Als je het tot iets leuks maakt, zal je kind deze sessies leuk vinden en naast de belangrijke momenten zoals na het eten, ook tussendoor willen doen. Misschien heb je niet zoveel tijd om je kind stelselmatig op het potje te zetten. Til er dan niet te zwaar aan en probeer de routine rustig in te bouwen. Het volstaat om te beginnen met één tot drie keer per dag. Kijk wat haalbaar is in het dagritme van jouw gezin.

Als je kind eenmaal regelmatig op het potje gaat, zal het meestal blijven bij de vaste prik momenten. Wanneer hij toch een extra keer moet, zal hij het uit zichzelf aangeven. Hij heeft nu door wat hij moet doen. Daarnaast is hij het gaan ervaren als een prettig moment.

Blijf oefenen - Ieder kind is anders, maar hoe lang een kind nodig heeft om zindelijk te worden, hangt in ruime mate af van jou als ouder. Hoe meer je oefent met je kind, hoe sneller het zal lukken. Maak er geen wedstrijd van om hem zo snel mogelijk zindelijk te maken, maar maak er een leuke tijd van. Dan zul je ontdekken dat de zindelijkheidsontwikkeling van je kind over het algemeen soepel zal verlopen.

Laat je kind slapen zonder luier - Na de zindelijkheidstraining komen de nachten. Hier hoef je weinig voor te doen. Als je kind overdag zindelijk is geworden en overdag dus genoeg plast, hoeft hij ’s nachts meestal niet meer te plassen. Je kunt dan beginnen om hem te laten slapen zonder luier. Bij sommige kinderen is er een overgangsfase nodig. Zij worden ’s avonds nog een keer wakker gemaakt om te plassen.