Wat is montessorionderwijs?

Als ouder maak je veel belangrijke keuzes in het leven van je kind. Veel aanstaande ouders denken tijdens de zwangerschap al na over de school die ze willen kiezen voor hun kind. Meestal is dat ook verstandig, want veel scholen hebben immers een wachtlijst, zeker bijzondere scholen. Je kunt je keuze baseren op de ligging van de school (het kan heel fijn zijn als een school vlak bij je huis staat), maar vaker kiezen ouders ervoor om te kijken naar op welke manier het onderwijs wordt aangeboden en of deze bij hun overtuigingen en ideeën past. Er zijn genoeg soorten onderwijs om uit te kiezen, dus dat kan nog een hele kluif zijn.

Mocht er bij jou in de buurt een montessorischool staan, dan is het zeker interessant daar eens te gaan kijken. Het montessorionderwijs is een onderwijsmethode die stevig verankerd staat in de huidige maatschappij, ondanks dat de geschiedenis van deze vorm al ruim 100 jaar terug gaat en leidt naar een bijzondere, sterke vrouw.

maria-montessori

Maria Montessori

Maria Montessori werd in 1870 geboren in Italië. Ze koos tegen de wil van haar ouders voor een medische studie, die liever zagen dat ze onderwijzeres zou worden, waarna ze in 1886 afstudeerde als arts. Ze raakte geïnteresseerd in het werken met gehandicapte kinderen en liet deze kinderen hun zintuigen gebruiken om ze hun achterstanden zo veel mogelijk in te laten lopen. Deze zintuigelijke ervaringen bleven later een rol spelen in de methodes die ze ontwikkelde.

Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat Montessori in die tijd langzaam maar zeker in contact kwam met het onderwijs. Ze werd directeur van een opleiding voor leraren voor gehandicapte kinderen, bekleedde een leerstoel aan de universiteit van Rome en studeerde in die tijd pedagogiek. Er ontstonden meer en meer montessoriklasjes, de zogenaamde Casa del bambini, specifiek gericht op de armere kinderen uit de samenleving.

Maria Montessori was overtuigd van een door de innerlijke natuur geleide ontwikkeling: elk kind had volgens haar gevoelige perioden, waarin het extra vatbaar is voor leren. Als je een kind materialen aanbiedt op het niveau van het kind, zal het kind met geestdrift gaan leren, was haar idee.

Nog altijd is het montessorionderwijs gericht op het individuele kind en nog altijd maakt dit onderwijs gebruik van materialen waarbij kinderen zelf kunnen ontdekken. Niet voor niets is de uitspraak ‘leer mij het zelf te doen’ van Maria Montessori een leidraad binnen deze bijzondere vorm van onderwijs.

Het hedendaagse montessorionderwijs

Jaarlagen en klassen

Het basisonderwijs is verdeeld in drie groepen: onderbouw, middenbouw en bovenbouw. Dit houdt in dat in de klassen verschillende leeftijdsgroepen door elkaar zitten. Groep een en twee zitten bij elkaar, groep drie, vier en vijf vormen samen de middenbouw en de groepen zes, zeven en acht zijn vanzelfsprekend dan de bovenbouw.

Kinderen zijn dus altijd een keer jongste, middelste en oudste, wat Montessori een natuurlijke gang van zaken vond. Doordat ze met verschillende leeftijden bij elkaar zitten, kunnen jongere kinderen zich optrekken aan oudere kinderen en kunnen juist de oudere kinderen ervaren dat ze anderen kunnen helpen en bijstaan. Montessori baseerde deze gedachte op het gezin, waarin ook vaak kinderen van verschillende leeftijden moeten samenleven en -werken.

Zelf kiezen

Een schooldag begint met het zelf mogen kiezen van wat je wilt doen. Natuurlijk worden kinderen hierin begeleid, zodat ze ook daadwerkelijk goed leren kiezen. De leerkracht houdt in het oog of kinderen keuzes maken die passen bij hun talenten en beperkingen. In de praktijk pakken kinderen vaak materialen of een werkje waar ze al mee bezig zijn en gaan zelfstandig bezig. Dit zelfstandig werken komt de hele schooltijd terug, net als samenwerken.

Kinderen zitten na de onderbouw vaak in groepjes, waarbij er kinderen uit verschillende jaarlagen bij elkaar zitten. Je kunt dan makkelijker samenwerken, hulp vragen of bieden. Natuurlijk is de leerkracht ook aanwezig, vaak rijdt deze op een kruk op wieltjes van het ene groepje naar het andere, al naar gelang er hulp gevraagd wordt. Ook hierbij wordt goed gekeken naar wat het individuele kind nodig heeft.

Tijdens een schooldag zijn er meer momenten waarop de kinderen zelfstandig of in groepjes werken. Dit wordt keuzewerktijd genoemd. Om deze tijd goed te benutten, leren de kinderen in de loop van de tijd een eigen planning te maken. De leerkracht houdt een oogje in het zeil, maar het is de bedoeling dat ze uiteindelijk zelfstandig een planning voor de hele week kunnen maken, gebaseerd op hun eigen kunnen. Dit gaat gepaard met vallen en opstaan. Zo kom je er echt wel achter dat het niet handig is alle stof van een vak dat je niet zo leuk vindt, op vrijdag te maken. Je kind leert op deze manier door het te ervaren dat het spreiden van opdrachten misschien toch een beter idee is.

Natuurlijk wordt het zelfstandig werken regelmatig onderbroken door groepslessen en -activiteiten. Nieuwsbegrip, uitleg over spellingregels of rekenen, samen het jeugdjournaal kijken of de gymles, het gebeurt allemaal klassikaal. De kinderen verwerken de opgedane kennis vervolgens weer individueel en op hun eigen niveau.

Themaweken

Maar hoe weet je als kind nou wat het ene vak met het andere te maken heeft? Hiervoor wordt er gebruik gemaakt van themaweken. Door tijdens deze weken alle vakken te koppelen aan één thema, wordt als vanzelf een brug geslagen tussen de verschillende vakken. Het zogenaamde kosmisch onderwijs staat hier aan de basis: alles staat met elkaar in verbinding.

In de jongere groepen staan meestal onderwerpen die met het ik en de directe omgeving van het kind te maken hebben centraal, in de middenbouw wordt de wereld groter en zoeken de kinderen bijvoorbeeld meer naar het ontstaan van leven en in de bovenbouw staan zaken als geschiedenis en de huidige maatschappij op het programma. Kinderen zoeken zo veel mogelijk informatie over de onderwerpen, in bijvoorbeeld een encyclopedie of op het internet, maar binnen de thema’s wordt ook zo veel mogelijk een directe link gezocht met de cognitieve vakken als rekenen en taal.

In de kleutertijd zal er minder actief met thema’s gewerkt worden, dan in de midden- en bovenbouw. Vaak wordt er gewerkt van uit de belangstelling van de kinderen en er worden ook veel zaken uit het dagelijks leven behandeld. Dat klinkt zwaarder dan het is, want bij zoiets kun je bijvoorbeeld denken aan het spelen in de poppenhoek of meehelpen met schoonmaken.

Materialen

Een van de dingen die opvallen in een montessorischool zijn de kasten waar allerhande materialen in zitten. Lange stokken, gekleurde blokken en alles keurig in doosjes en bakjes. Als ouder zonder montessoriachtergrond heb je soms geen flauw idee wat je ermee zou moeten, maar kinderen leren dit razendsnel. Het materiaal is zo specifiek, dat leerkrachten hier speciaal les over krijgen en hier regelmatig opnieuw hun kennis over opfrissen. Je wordt überhaupt niet zomaar leerkracht op een montessorischool, daar zul je een aparte opleiding voor moeten volgen.

Het materiaal speelt een belangrijke rol binnen het montessorionderwijs. Het materiaal is bijvoorbeeld heel zintuigelijk. Kinderen kunnen voelen en ervaren, waardoor ze kennis makkelijker opnemen. Een bekend voorbeeld zijn de schuurpapieren letters, die op een gegeven moment ook op scholen met andere achtergronden te vinden waren.

De materialen moeten aantrekkelijk zijn, vaak zijn ze van natuurlijke materialen gemaakt en meestal hebben ze maar één specifiek onderwerp. Zo kan een doosje met materiaal bijvoorbeeld gericht zijn op het herkennen van vormen of op het leren van letters. Beide zaken hebben met elkaar te maken, liggen in elkaars verlengde, maar één van de twee zal de hoofdzaak zijn.

Een ander typisch kenmerk van de materialen is dat ze zelfcorrigerend zijn. Doordat het gelijk duidelijk maakt dat er iets fout gegaan is, nodigt het je kind uit om zelf naar oplossingen te zoeken.

Helemaal van nu

Is een montessorischool hetzelfde als honderd jaar geleden? Op sommige vlakken wel. Veel materialen zijn hetzelfde als in de tijd dat Maria Montessori ze ontwikkelde. Ze was erg kritisch op input van buitenaf, maar ondertussen zijn er -ook na haar overlijden- ook nieuwe materialen gekomen die als officieel montessorimateriaal gekenmerkt mogen worden.

Los van het materiaal past het natuurlijk perfect in het montessorionderwijs om juist op de hoogte te zijn van wat er in de wereld speelt en bruikbaar is. Het zelf informatie opzoeken kun je in boeken doen, maar ook op het internet. Een presentatie geven gaat ook best mooi als je een digibord tot je beschikking hebt en waarom zou je geen gebruik maken van zelfcorrigerende internetprogramma’s als Rekentuin en Taalzee?

De basisschooltijd wordt ook gewoon afgesloten met een eindtoets, zoals tegenwoordig verplicht is op alle basisscholen. Montessorikinderen hebben vervolgens op de middelbare school vaak een voorsprong als het gaat om plannen en zelf ontdekken, wat in een tijd van grote veranderingen in jezelf een voordeel is.

Al met al is het montessorionderwijs is een onderwijsvorm die alles biedt wat opgroeiende kinderen nodig hebben. Binnen gestelde, veilige kaders leren kinderen zelfstandig te zijn, samen te werken en naar de wereld om hen heen te kijken. Als het goed is, leert je kind stap voor stap het allemaal zelf te doen.