Hoe je jouw kind leert veilig met honden om te gaan

Kinderen en honden: vaak zijn het de dikste maatjes, maar helaas gaat het ook af en toe (onnodig) mis en wordt een kind gebeten. Als ouder wil je dit natuurlijk te allen tijde voorkomen. Moet je jouw hond dan maar de deur uit doen, of je kind uit de buurt houden van alle honden? Nee, natuurlijk niet. Maar het is wel belangrijk om je kind te leren op een veilige manier met honden om te gaan. Of het nu je eigen hond is, of die van een ander.

Opgroeien met een hond

Opgroeien met een hond is een fantastische ervaring. Je kind kan alle verhalen kwijt aan de hond, die gaat niet oordelen. En een troostende natte neus op een zere knie werkt nog beter dan een kusje van mama. Maar honden blijven dieren en reageren instinctmatig op situaties. Hoe goed de bedoelingen van jouw kleine ook mogen zijn, de kans bestaat dat een hond het gedrag heel anders interpreteert. Een hond ziet kinderen als een soort pups, en dus lager in rang. Hij voelt zich van nature verantwoordelijk om 'ongewenst gedrag', zoals rennen, te corrigeren. Maar als 'de baas' erbij is, is je hond niet geneigd om dit gedrag te corrigeren. Dat laat hij over aan de baas. Laat je kind daarom niet zonder toezicht van een volwassene bij de hond. Het is ook niet verstandig om je kind commando’s aan de hond te laten geven. Kinderen tot twaalf jaar worden door de meeste honden niet als leider gezien. Ze zijn in de ogen van een hond te onvoorspelbaar en te klein om een veilige situatie te kunnen creëren. De hond gaat dan ook niet gehoorzamen. Maar je kind heeft het gevoel dat de hond moet gehoorzamen en gaat dit misschien proberen af te dwingen, met alle mogelijke gevolgen van dien. Verder kun je jouw kleine de volgende dingen leren om veilig met honden om te gaan:

  • Een hond knuffelen doe je door hem te aaien op bijvoorbeeld borst, schouder of rug. Niet aaien op de kop en niet omhelzen. Hierdoor kan de hond zich gevangen gevoelen.
  • Niet staren naar een hond. De hond kan dit namelijk voelen als een uitdaging (‘staring contest’), of juist als een bedreiging, en hierop reageren.
  • Niet op of onder de hond gaan liggen. Als een kind onder een hond ligt, is de hond in de dominante positie en kan zich hiernaar gaan gedragen. Als een kind op een hond ligt kan dit de hond pijn doen, waarna deze zich probeert te bevrijden.
  • Als de hond slaapt of aan het eten is, met rust laten. Een hond die wakker schrikt kan uit instinct happen. En als de hond aan het eten is, kan hij zijn eten willen verdedigen.
  • De mand en bench zijn verboden terrein. Dit zijn de veilige plekken van de hond, waar hij zich rustig terug kan trekken.
  • Geen trek- en stoeispelletjes. Je hond kan de baas gaan spelen over je kind als hij merkt dat hij sterker is. Bovendien is je kind erg dicht in de buurt van zijn tanden. Kies liever voor activiteiten als apporteren of zoeken.

andere-hond-kijkt-beangstigend

Honden van anderen

Ook al heb je zelf geen hond, in het dagelijkse leven kom je er op straat en in het park genoeg tegen. Ook voor deze situaties kun je jouw kleine een paar dingen leren:

  • Nooit een hond aaien zonder te vragen. Eerst aan mama of papa, en dan aan het baasje van de hond. Als beiden toestemmen, dan mag je kind kalm een hand uitsteken en kijken of de hond komt. Als de hond niet komt, heeft hij blijkbaar geen zin om geaaid te worden. Als de hond wel komt mag je kind hem rustig aaien op schouder, rug of borst.
  • Niet op een hond afrennen en zeker niet wegrennen. Een hond kan zich namelijk bedreigd voelen als een kind op hem af komt rennen. En als een (angstig) kind juist wegrent voor een hond, dan ziet de hond dit als een spelletje en zet misschien wel de achtervolging in.

Een lesje hondentaal

Ook al wil Disney ons anders doen geloven, honden kunnen natuurlijk niet praten. Ze communiceren door middel van lichaamstaal (houding, oren en staart). Kinderen letten vaak alleen op de kop van een hond en zien waarschuwingssignalen soms over het hoofd, of interpreteren ze verkeerd. Daarom is het belangrijk dat jij als ouder deze signalen wel herkent en indien nodig ingrijpt.

Een hond geeft de volgende waarschuwingssignalen:

  • Het lichaam verstijft en de hond begint te staren
  • De hond tilt zijn lip op en laat zijn tanden zien
  • De hond begint te grommen of grommend te blaffen
  • De hond hapt in de lucht

Al deze waarschuwingssignalen geven overduidelijk aan dat de hond zich op dat moment niet prettig voelt. Laat de hond dan ook even met rust. Straf de hond niet, omdat hij bijvoorbeeld gromt. De volgende keer geeft hij dan misschien geen waarschuwing meer en reageert meteen. Bedenk waarom de hond gromde en leer je kind om deze situatie te voorkomen. Kortom, kinderen en honden kunnen prima samen leven, zolang je jouw kind van jongs af aan maar leert om op een veilige manier met deze dieren om te gaan.