Spelen met een speelgoedpistool pedagogisch verantwoord?

Kinderen en wapens, het is een hekel punt. Vooral omdat we, de taferelen die ons via het journaal bereiken over kindsoldaten en kinderen in oorlogstijd, niet meer los kunnen maken van ons netvlies. Ook beelden over Amerika, waar kinderen het een doodnormale zaak vinden dat hun ouders wapens dragen, doen vragen rijzen. Maar hoe zit het nu met kinderen die spelen met een speelgoedpistool? En is dit wel pedagogisch verantwoord? Wekken speelgoedpistolen agressie op bij kinderen en brengt het hen psychisch geen schade toe?

Studies

Om het verband tussen het spelen met speelgoedgeweren en gewelddadigheid te evalueren, bracht men 36 kinderen samen tussen drie en vijf jaar en observeerde men hen tijdens het spelen in een kinderdagverblijf. Men observeerde en maakte aantekeningen over het verschil tussen echte agressie, gespeelde agressie, wild en levendig spel en niet gewelddadig fantasiespel. Ouders kregen op voorhand een vragenlijst in te vullen waarin gevraagd werd om het spel van hun kinderen ook te quoteren. Het aantal keer dat ze thuis met speelgoedgeweren speelden, mogelijke agressieve reacties op hun favoriete televisieprogramma, het niveau van agressiviteit dat ze vertoonden bij het favoriete speelgoed en of de ouders kinderen fysiek straften.

56% Van de deelnemende kinderen speelden thuis regelmatig met speelgoedgeweren, met een duidelijke voorsprong voor de jongens. Verschillende regressie-analyses toonden aan dat het vooral de ernst van de gekregen straf was die de reële agressie voorspelde. Dit gebeurde zowel bij jongens als meisjes maar men zag ook dat, hoe vaker jongens met speelgoedgeweren speelden, de agressie sterk toenam. Bij het naspelen van agressie, hing het er van af hoe 'gevaarlijk' het favoriete speelgoed van het kind was, niettegenstaande het spel met speelgoedgeweren bijna uitsluitend leidde tot gespeelde agressie. Het lag dus niet aan het soort speelgoed of kinderen wel of niet agressief werden maar aan het soort straf dat ze kregen van de ouders. Hierdoor kunnen we stellen dat speelgoedgeweren en straffen die ouders uitdelen, kunnen worden gelinkt aan reële agressie maar niet aan gespeelde agressie.

In een andere studie kregen meer dan driehonderd ouders van Italiaanse kinderen en meer dan tachtig ouders van kinderen uit het Verenigd Koninkrijk, een vragenlijst. Het onderzoek ging over kinderen tussen twee en zes jaar en hoe hun gedrag was tijdens het spelen met speelgoedwapens. Bij de twee verschillende culturen viel het op dat jongens vaker naar nepwapens en ander speelgoed grepen dat met vechten te maken had. Hierbij werd ook meteen duidelijk dat het vooral de houding van de ouders was, die ze hadden tegenover wapens, of kinderen wel of niet gevechtsspelletjes speelden. Ook de invloed van tv programma's die ze gewoonlijk keken, het soort van leeftijdsgenootjes waarmee ze optrokken én de aanwezigheid van oudere zussen of broertjes werd duidelijk aangetoond.

De deelnemende ouders hadden een gemengde opinie over hoe ze reageerden op oorlogje spelen. Sommige ouders gaven aan dat het niet getolereerd werd in het gezin, anderen gaven hun kinderen vrij spel en kochten speelgoedgeweren als cadeau. Wel waren ze er unaniem over eens dat oorlogsspeelgoed niet thuishoort op school of in peuterspeelzalen. Opvallend was wel dat bij Italiaanse kinderen, nepwapens meer agressie uitlokten terwijl het niet van toepassing was bij de Engelse doelgroep.

Het spel van jongens en meisjes verschilt

De overtuigingen wat het impact betreft over spelen met speelgoedpistolen zijn sterk uiteenlopend. Volgens Dr. Michael Thompson, een befaamd Amerikaans kinderpsycholoog, is het overduidelijk dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat het spelen met speelgoedpistolen of oorlogje spelen zal leiden tot woede uitbarstingen. Kleine meisjes zullen meer geneigd zijn om met poppen of 'moedertje en vadertje' te spelen, terwijl jongens vaker vechten met monsters of hun tijd doorbrengen met andere stoerdere spelletjes. Hij beweert ook dat het onduidelijk is of dit hoort bij het aangeleerde sociale gedrag of dat er een erfelijke factor meespeelt. Een onlangs gehouden onderzoek wees aan dat het 60 tot 80% de jongens zijn die thuis spelen met speelgoedwapens terwijl, bij de meisjes, slechts 30% te verleiden is tot oorlogs- of gevechtsspelletjes.

Cowboys en indiaantjes

In vorige generaties was het heel normaal dat kinderen hun fantasie de vrije loop lieten, bij bijvoorbeeld, de fantastische verhalen van Karl May over de stoere en onverschrokken Winnetou. Hij was het opperhoofd van de Apachen en wellicht, in die tijd, de enige gekende indianenstam. En ook al werden hier en daar wat pijlen afgeschoten, het was een verhaal over broederschap en vrede sluiten. Vader maakte een heuse boog, en pijlen met botte punten, uit een aantal takken van de boom in de tuin en keek vol trots naar zijn kroost terwijl hij een oogje in het zeil hield. Toen was er nog geen sprake van tv met bloederige taferelen en elk gevecht werd gespeeld vanuit pure en onschuldige kinderlijke fantasie. Er was maar weinig bezoedeling van de belevingswereld bij kinderen in die tijd en bulten of builen werden genezen met een zalvend kusje of een schouderklopje.

Wel of niet een speelgoedpistool in huis halen

Voor heel wat ouders is deze gedachte een dilemma want, hoe fantasierijk een spelend kind ook is, moeders en vaders maken zich vooral zorgen over het pedagogisch verantwoord zijn van speelgoed. Een kind ziet een gevaarlijk wapen dat het denkbeeldige monster kan verslaan, papa en mama zien een stok waarmee ze een ander kind kunnen verwonden. Alles is perceptie, ook in het spel van je kind. Ook is het een gekend fenomeen dat, wanneer je dingen expliciet gaat verbieden, ze alleen maar aantrekkelijker worden voor kinderen. Ga je een kind verbieden om met een speelgoedpistool te spelen, dan is de kans groot dat ze het net wél gaan doen, vooral om op een negatieve manier aandacht te vragen.

Ga je je kind berispen omdat het, volgens jou, te zeer opgaat in zijn spel dan bestaat de kans dat hij dit opvat als 'mama of papa vindt mij niet leuk'. Een oogje in het zeil houden en er op toezien dat er geen gewonden vallen, is de beste houding die je als ouder in dit geval kunt aannemen.

Halt of ik schiet!

Niet enkel kleintjes maar ook grotere kinderen zijn vaak gek op speelgoedpistolen. Hoe echter het er uitziet, hoe interessanter het is voor jongeren en, al weten kinderen zeer goed het verschil tussen fantasie en werkelijkheid, toch brengt het een gevaar met zich mee waaraan je wellicht niet meteen denkt. Meer dan twintig keer per week wordt de alarmcentrale van de politie gebeld met de mededeling dat er gewapende jongeren over straat lopen. Die speeltuigen lijken vaak zo echt dat ze, vooral van ver, niet te onderscheiden zijn van echte wapens, met alle gevolgen van dien. De enige oplossing voor dit probleem is dat je je kinderen op het hart drukt dat deze speelgoedpistolen niet thuishoren op de straat. Leg hen uit waarin het gevaar schuilt en, ook al wordt het in hun spel gebruikt, de meeste jongeren zijn slim genoeg om dit te begrijpen.