Lesbisch ouderschap

Lesbisch ouderschap komt steeds vaker voor, zoals het aantal lesbische stellen met een kinderwens ook blijft stijgen. Dit ouderschap vergt wel meer voorbereiding en onderzoek dan ‘normaal’ ouderschap. Zo moeten antwoorden gezocht worden op vragen als hoe de moeders ook vanuit juridisch oogpunt de ouders van het kind worden en of een van de moeders zelf wil baren of dat gekozen wordt voor adoptie. Ook de wijze van inseminatie is iets om goed over na te denken net als informatie over de (rechten en plichten van) de zaaddonor en je toekomstige zoon of dochter. Hoewel lesbisch ouderschap ondertussen aardig ingeburgerd is geraakt in Nederland, vergt het nog steeds veel meer voorbereiding dan wanneer er sprake is van een vader en moeder. Maar: lesbische stellen spreken uit een mond als de baby eenmaal geboren is: ze genieten er met volle teugen van.

Juridische ouders en gezag

Lesbische stellen met een relatie kunnen op verschillende manieren ook de juridische ouders van de aanstaande zoon of dochter worden. Dit kan bijvoorbeeld door zelf het kind te baren. In dat geval wordt de andere moeder (die niet baart) automatisch ‘meemoeder’ van het kind dat de partner op de wereld zet. Je wordt ook juridisch ouder als je partner een kind baart en jij het kind erkent of als je partner een kind op de wereld zet en jij het kind vervolgens adopteert. Voor de duidelijkheid: elk kind heeft maximaal twee ouders en ook maximaal twee ouders met ouderlijk gezag. De vrouw die het kind op de wereld zet, is uiteraard automatisch de juridische moeder met ouderlijk gezag. Voor de lesbische partner (en ook voor vaders overigens) is dit niet iets vanzelfsprekends.

Achternaam en nationaliteit

Het is voor lesbische stellen met een kinderwens dus verstandig om over zaken als ouderlijk gezag – volledige beslissingsbevoegdheid en verantwoordelijk voor verzorging en opvoeding tot het achttiende levensjaar én financiële onderhoudsplicht tot het 21e levensjaar- en juridisch ouderschap na te denken. Voor de duidelijkheid: ben je juridisch ouder dan is er sprake van een familierechtelijke betrekking met het kind; je voedt je zoon of dochter op, maar volgens de letter der wet is het niet jouw kind en kan het kind bijvoorbeeld niet van je erven of jouw nationaliteit of achternaam krijgen.

Wet Lesbisch Ouderschap

Omdat met de jaren de kinderwens bij lesbische stellen groeide en men de procedures wat wilde versoepelen, werd in 2014 de wet Lesbisch Ouderschap ingevoerd. Via deze wet werd het mogelijk om als lesbische vrouw het kind van de partner te adopteren of te erkennen. Is er sprake van geregistreerd partnerschap of een huwelijk, dan wordt de zogenaamde meemoeder dus ook meteen ouder van het kind. Dit kan ook als de meemoeder aantoont dat de zwangerschap is ontstaan dankzij onbekend doorzaad, hetgeen overigens wel met het certificaat fertiliteitskliniek moet worden aangetoond.

Erkennen of adopteren

Is er geen sprake van een getrouwd lesbisch stel en ook niet van een geregistreerd partnerschap, dan zal in het kader van het ouderschap de moeder die niet is bevallen van het kindje of de baby dus moeten erkennen of moeten adopteren. Erkennen kan vanaf het moment van zwangerschap, mits de barende moeder daar permissie voor geeft. Adoptie kan na de geboorte middels een partner-adoptie, een langere en meer kostbare procedure met wel als voordeel dat er sprake is van een internationaal geldend juridisch ouderschap.

Donor

Juridisch gezien heeft dit ouderschap dus best wat voeten in aarde en dat geldt ook voor de donor. Er kan gekozen worden voor een anonieme donor, een bekende donor of voor een donor via de Nederlandse kliniek. In ons land is kiezen voor een anonieme donor niet (meer) mogelijk. Volgens de wet hebben kinderen namelijk recht om te weten wie hun biologische vaders en moeders zijn. Via een door de Nederlandse kliniek verzorgde donor betekent dat je zoon of dochter vanaf het twaalfde levensjaar een aantal gegevens van de donor in de vorm van uiterlijke kenmerken kan en mag opvragen. Vanaf het zestiende levensjaar kunnen ook naam, geboortedatum, en woonadres opgevraagd worden.

Donorcontract

Hoewel een kind dus voor de wet slechts twee ouders mag hebben, kan de donor best een bepaalde rol in het leven van het kind vervullen. Ook dit soort zaken dienen voor de geboorte geregeld te worden, bij voorkeur in een donorcontract. Daarin leg je ook vast hoe de verwekking zal geschieden. Het donorcontract laat je bij een advocaat of notaris vastleggen. Hoewel niet rechtsgeldig kun je met de overeenkomst wel aantonen dat er sprake is geweest van inseminatie. Bij deze manier van verwekken wordt dan ook niet over een vader gesproken, maar over een donor. En een donor heeft geen vaderschapsrechten (en plichten). Stel dat er onverhoopt ooit onenigheid ontstaat over het ouderschap, dan zal het opgestelde donorcontract altijd door de rechter meegenomen worden in het oordeel.

Kunstmatige inseminatie

Zwanger worden door donorzaad, of beter kunstmatige inseminatie met donorzaad- kan op diverse manieren. Bij ICI wordt zaad via de vagina geïnsemineerd, iets dat je gewoon thuis kunt doen maar waarvoor je ook in het ziekenhuis terecht kunt. Het feit dat het sperma wordt getest op soa’s wordt als voordeel van deze methode gezien. Andere optie is IUI, dat in beeld komt als er na zes keer ICI nog steeds geen sprake is van een zwangerschap. Deze methode wordt ook gebruikt als blijkt dat de kwaliteit van het donorzaad niet heel goed is. Met IUI wordt sperma als het ware ‘opgewerkt’ en worden alleen betere zaadcellen geselecteerd en ingebracht. Werken deze methoden niet, dan kan nog gekozen worden voor IVF of ICSI. In dit geval wordt een in een laboratorium bevruchte eicel in de baarmoeder geplaatst. Deze methode wordt gecombineerd met een hormoonbehandeling. Bij een interrelationele eiceldonatie wordt een eicel van moeder A middels IVF of ICSI bevrucht en wordt de embryo vervolgens teruggeplaatst bij moeder B. Zo hebben beide moeders een aandeel in de zwangerschap, iets dat veel moeders graag willen. Dit is echter een traject dat als behoorlijk ingrijpend ervaren wordt en bovendien is het ook behoorlijk duurder. Het op het juiste moment tijdens de cyclus insemineren is belangrijk om zo geen kostbaar donorzaad te verspillen. Met ovulatietesten is na te gaan wanneer de eisprong is. Vanaf dat moment wordt twee dagen achtereen geïnsemineerd, hetgeen overigens nooit langer dan vijf minuten tijd in beslag neemt. Dit kan ook weer gewoon thuis gedaan worden.

Uiterlijke kenmerken

Het is niet vanzelfsprekend dat een kinderwens van lesbische stellen en dus ook het gewenste lesbisch ouderschap zomaar even door moeder natuur gehonoreerd wordt. Per poging geldt een slagingspercentage van tussen de 10 en 15 procent. Is er na veertien dagen geen sprake van ongesteldheid, dan doe je een zwangerschapstest gevolgd – bij positief resultaat- door een echo. Niet zwanger, dan rest niet anders dan het opnieuw te proberen. Overigens wordt voordat de inseminatie begint altijd uitvoerig met beide moeders gesproken over wat er te gebeuren staat. Een psycholoog maakt bovendien een inschatting of je sterk genoeg bent voor het traject. Tenslotte: kies je voor een donor van de kliniek, dan zal de kliniek op basis van de uiterlijke kenmerken van de biologische moeder proberen een match maken. Dit omdat altijd getracht wordt het kind zoveel mogelijk op de moeder te laten lijken. Bij een aantal klinieken is er de mogelijkheid om zelf een aantal voorkeuren, kleur van de ogen of haar bijvoorbeeld, aan te geven. Uiteraard is een en ander vooral afhankelijk van het donorzaad dat beschikbaar is.