Alles over je baarmoeder rondom de zwangerschap

Negen maanden lang is je baarmoeder een veilig plekje voor je baby. In deze periode groeit je baarmoeder uit van een baarmoeder die ongeveer vergelijkbaar is met een omgekeerde peer naar een baarmoeder die soms wel 500 keer zo groot is en 10 keer zo zwaar. Er gebeurd namelijk nogal wat in die baarmoeder en hier vind je alles over je baarmoeder rondom de zwangerschap.

Waarom soms bandenpijn tijdens de zwangerschap?

Ook in de tijd dat je niet zwanger bent, speelt je baarmoeder een belangrijke rol. Hij ligt in de bekkenholte, voor de endeldarm en achter de urineblaas. Door de banden blijft de baarmoeder netjes op zijn plaats. De reden waarom je tijdens de zwangerschap soms bandenpijn kunt hebben, is omdat de baarmoeder steeds groter en zwaarder wordt. De banden krijgen dan meer gewicht om te dragen.

De twee delen van de baarmoeder

De baarmoeder, ook wel uterus genoemd, bestaat uit twee delen. Ten eerste het lichaam en ten tweede de baarmoederhals. Door de eileiders wordt het lichaam van de baarmoeder verbonden met de eierstokken. De baarmoederhals staat in verbinding met de vagina. Op het moment dat de eicel rijp is, verlaat hij de eierstok. Meestal vindt de bevruchting plaats in de eileider. Wordt de eicel bevrucht dan zal hij zich gaan nestelen in de baarmoeder. Maar hier gaat wel wat aan vooraf.

De cyclus en de ovulatie

Gedurende de menstruatiecyclus vindt er normaal gesproken een ovulatie plaats. Gemiddeld duurt zo’n cyclus 28 dagen en ergens in het midden krijg je dan die eisprong. Deze eicel kan zo’n 24 uur worden bevrucht. Zaadcellen blijven een paar dagen in leven, dus je hebt de grootste kans op een zwangerschap als je net voor je eisprong vrijt. De gesprongen eicel wacht in een eileider op de bevruchting. Ondertussen gaan je hormonen aan het werk om het voorbereidende werk te doen voor een eventuele innesteling van de bevruchte eicel.

Alles wordt klaargemaakt voor de innesteling

Het progesteron hormoon zorgt dat het baarmoederslijmvlies dikker wordt, zodat de eicel zich goed kan nestelen. Als de eicel inderdaad bevrucht wordt, zoekt hij een plekje in het baarmoederslijmvlies. Zit het op een veilige plek en alles verloopt verder goed, dan ben je nu zwanger. Het kan natuurlijk ook zijn dat de eicel niet bevrucht wordt. Deze eicel nestelt zich dan ook niet in maar sterft af. De baarmoeder wordt dan als het ware weer opgeruimd voor de volgende eisprong, wat inhoudt dat na ongeveer 14 dagen na de eisprong de slijmvliesbekleding en de afgestorven eicel met het bloed naar buiten komen. Dit is de menstruatie.

De verschillende lagen van de baarmoeder

Alleen al de wand van de baarmoeder heeft veel functies. Hij bestaat ook nog eens uit vier verschillende lagen. De binnenste laag is de laag met het baarmoederslijmvlies. Deze laag bestaat ook eigenlijk weer uit twee delen, namelijk een functionele laag en een basale laag. De basale laag is er altijd en de functionele laag wordt iedere cyclus opnieuw gemaakt, maar ook weer afgestoten tijdens de menstruatie. De functionele laag is ook de laag waar de eicel zich innestelt. In de binnenlaag van de baarmoeder zitten veel bloedvaten en klieren. Na de eisprong krijgt de binnenbekleding meer voeding en wordt hij ook dikker. De laag die om de binnenlaag heen zit, dus om de basale laag, bestaat uit ringvormig spierweefsel. Gaan we weer een laag verder dan komen we veel spieren en bloedvaten tegen. De buitenste laag bestaat voornamelijk uit glad spierweefsel. Tijdens de bevalling zorgt dit spierweefsel voor de weeën, dit komt door het samentrekken van het spierweefsel.

De functies van de baarmoeder tijdens de zwangerschap

Allereerst is het natuurlijk belangrijk dat de bevruchte eicel ergens een veilig plekje vindt om uit te groeien tot een klein mensje. De baarmoeder is hiervoor de juiste plek. Heel soms gebeurt het dat een eicel zich ergens anders nestelt, dit noemen ze dan een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Meestal bevindt de bevruchte eicel zich dan in de eileider. Dit is niet gewenst omdat hier niet genoeg ruimte is en het zorgt ook voor lichamelijke klachten. Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap kan nooit voltooid worden en de embryo kan ook niet verplaatst worden. Maar gelukkig gaat het meestal goed en nestelt de eicel zich gewoon in de baarmoeder in.

1. De innesteling

Na de bevruchting gaat de eicel zich delen. Het wordt dan als het ware een klompje eicellen wat op weg gaat naar de baarmoeder. Hier vindt de innesteling in het slijmvlies van de baarmoederwand plaats. Dit is meestal zo’n acht dagen na de eisprong. Zodra het ingenesteld is, begint de aanmaak van het hCG hormoon. De aanwezigheid van dit hormoon zorgt ook dat je zwangerschap meetbaar is met een zwangerschapstest

2. Veilig plekje

Een andere functie van de baarmoeder is de bescherming van de baby. Tijdens de eerste 14 weken van de zwangerschap vult het vlies wat om de baby zit zich met vocht. Dit vruchtwater komt uit jouw bloedsomloop en het vlies noemen ze de vruchtzak. Het vruchtwater bestaat voor een klein deel uit cellen en zouten van de baby en de rest is water. Dit water heeft een functie, de gevulde vruchtzak wordt namelijk als een soort van stootkussen voor de baby gebruikt. Als jij rent, springt of ergens tegenaan stoot is de baby hierdoor toch goed beschermd. Maar het beschermt de baby ook tegen infecties en zorgt dat er een constante temperatuur in je baarmoeder is. Daarbij is het vruchtwater er ook om het ademhalingsstelsel en het spijsverteringssysteem van je baby te testen, iedere keer als de baby een slokje neemt is het een training voor de baby.

3. Het bevallen

Als je gaat bevallen breken je vliezen en loopt het vruchtwater weg. Soms kan dit best ineens een flinke stoot water zijn als het vlies precies breekt bij de baarmoedermond. Breekt het op een andere plek, zijn het meestal kleine warme beetjes die langzaam naar buiten komen. De ontsluitingsweeën zorgen dat het onderste deel van de baarmoeder en de baarmoedermond uitrekt. Deze weeën zijn zoals we eerder hebben uitgelegd het samentrekken van de baarmoederspieren. Door deze weeën gaat ook de baarmoedermond open en hierdoor kan het babyhoofdje indalen. Pas als er een volledige ontsluiting is, namelijk een diameter van 10 centimeter mag je gaan persen.

4. Na de bevalling

Ook de placenta moet er nog uit, dit noemen ze ook wel de nageboorte. Dit gebeurt meestal binnen een half uur na de bevalling en met een paar keer flink persen komt de placenta eruit. De placenta mag nooit blijven zitten. Als hij niet naar buiten komt, halen ze hem operatief weg.

5. De placenta

De placenta noemen ze ook wel de moederkoek. Hij bestaat uit twee delen, namelijk een kindsdeel en een moederlijk deel. Het deel van het kind is ontstaan uit een deel van het embryo en het moederlijke deel is ontstaan uit het baarmoederslijmvlies waarin het embryo zich ingenesteld heeft. Tussen de twee delen zit een membraan waardoor de bloedbanen van de baby en de moeder gescheiden blijven. De moederkoek zit vast aan de baarmoederwand op twee punten:

  • aan de baarmoederwand
  • via de navelstreng is hij verbonden met je baby

De fundushoogte

De gynaecoloog of verloskundige zal bij ieder bezoek de groei van je baarmoeder meten. Ze kijken dan naar de fundushoogte. Dit is de positie van de bovenrand ten opzichte van het schaambot en de navel. Hieraan kunnen ze zien hoeveel weken je zwanger bent, maar ook of de baby goed groeit. Meestal is de fundushoogte ongeveer gelijk aan het aantal weken van de zwangerschap. Hier mag een marge van vier centimeter in zitten. Dus 22 weken zwanger, betekent meestal een fundushoogte tussen de 18 tot 26 centimeter.

De baarmoeder na de bevalling

Na de bevalling moet de baarmoeder weer in zijn oude staat terugkomen. Daarom heb je de eerste dagen nog wat naweeën. Dit voelt als buikpijn of menstruatiepijn. Als je borstvoeding geeft, voel je de naweeën vaak tijdens het voeden door het oxytocine hormoon wat vrijkomt. De baarmoeder krimpt hierdoor wel sneller. Na een eerste bevalling zijn de naweeën vaak minder hevig omdat de baarmoeder dan nog elastischer is dan na een tweede of derde kind. De elasticiteit zorgt dat de baarmoeder eerder in zijn oude vorm terug is. Ook heb je nog een tijdje bloedverlies met soms flinke stolsels. De placenta heeft namelijk door het loskomen een wond veroorzaakt in je baarmoederwand. Na vier tot zes weken stopt het bloeden. Tijdens het bloeden mag je niet in bad of tampons gebruiken.

De nieuwe cyclus begint weer

Na een poosje wordt je weer voor het eerst ongesteld na de bevalling, dat betekent ook dat de nieuwe cyclus weer in gang is gezet. Als je borstvoeding geeft, kan het door de hormonen langer duren eer je weer ongesteld wordt, maar pas op want je kunt wel al vruchtbaar zijn.