Nub theorie

Ben je zwanger en wil je graag snel het geslacht van je baby weten? Dan moet je eventjes geduld hebben. Op de 20-weken echografie kan je gynaecoloog je verklappen of je spruit een jongen of een meisje wordt. Wil je echter nog vroeger weten of je jongens- of meisjeskledij moet kopen, dan kun je je laten bijstaan door een gynaecoloog die expertise heeft in de nub-theorie. Dankzij de nub-theorie kun je al vanaf 12 weken het geslacht met 75 procent zekerheid weten. Veel artsen zullen zich evenwel niet wagen aan een voorspelling tijdens de eerste zestien weken van de zwangerschap.

In het begin van de zwangerschap is er geen onderscheid tussen jongens en meisjes

In de eerste tien weken van je zwangerschap kun je niet weten of je een jongen of een meisje gaat krijgen. Tijdens deze weken kun je dus echt nog niet weten of je baby een jongen of een meisje zal worden. Op de plaats waar later de geslachtsorganen komen, zijn ze gelijk en is er een soort uitsteeksel. Jongens krijgen op deze plaats een penis, bij meisjes vormt zich de clitoris uit het uitsteekseltje. Na de twaalfde week ontwikkelt het uitsteekseltje zich echter anders bij jongens of meisjes. En precies op basis daarvan kun je dus in theorie vanaf 12 weken weten of je baby een jongen of meisje wordt.

De nub is het bobbeltje tussen de beentjes

Nub staat voor “bobbel” in het Engels. De naam van de theorie is dus letterlijk gebaseerd op het uitsteekseltje dat een embryo tussen de benen heeft. Na de elfde week ontwikkelt dit uitsteekseltje zich bij de jongen duidelijk tot een penis, terwijl dit bij een meisje de clitoris wordt. Waarom het bij het ene embryo een clitoris wordt en bij het andere een penis? Dat wordt gestuurd door de geslachtshormonen, die je kind vanaf dit moment aanmaakt. Vanaf die week zijn er trouwens ook subtiele verschillen zichtbaar tussen hoe jongens en meisjes zich houden in de baarmoeder.

De nub-theorie bestaat al een hele tijd

De grote lijnen van de nub-theorie zijn al sedert 1989 bekend. Er zijn al verschillende wetenschappelijke vervolgonderzoeken naar gedaan. De percentages voor een juiste voorspelling lopen een beetje uiteen volgens het onderzoek, maar iedereen is het erover eens dat je toch zeker vanaf 13 weken bijna met 95% zekerheid het geslacht kan bepalen op basis van de stand van de nub.

Hoe gaat deze nub-theorie nu precies in zijn werk?

De bepaling van het geslacht gebeurt op basis van de evolutie van de nub of bobbel.

Als de foetus elf weken oud is, verandert de hoek waarnaar de nub of bobbel wijst. Wijst het uitsteekseltje omhoog, in een hoek van ongeveer 30 graden ten opzichte van de ruggengraat, dan krijg je een jongen. Bij meisjes wijst de nub omhoog in een hoek van minder dan dertig graden. De nub ligt bij meisjes ook net iets meer in het verlengde van de ruggengraat.

Vanaf hoeveel weken kan het?

Hoewel de nub op elf weken aanzienlijk verandert, is het dan nog onmogelijk om accurate voorspellingen te doen. Op dat moment begint de nub zich nog maar echt van richting te veranderen. En op één week tijd, tussen de elfde en de twaalfde week dus, verandert de stand wel heel veel.

Vanaf twaalf weken beginnen de uitwendige geslachtsorganen van je baby zich te ontwikkelen en wijst de nub duidelijk omlaag of omhoog. Toch is bij een groot aantal baby’s de nub-hoek onbepaald. In dit geval kun je onmogelijk laten voorspellen of de baby een jongen of een meisje gaat worden. Op 13 weken zijn er procentueel nog meer baby’s bij wie je een duidelijk verschil ziet, maar ook dan is het bij 6 % van de baby’s nog steeds onmogelijk.

Verschil tussen de theorie en de praktijk

De beschrijving zoals we ze hierboven geven is een beetje theoretisch. In de praktijk moet je nog met een aantal factoren rekening houden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je baby niet in de goede houding ligt, waardoor een inschatting van het geslacht op basis van de nub-theorie onmogelijk is. Om het geslacht goed te kunnen zien, moet de foetus immers plat op de rug liggen, met de beentjes opgetrokken en het uitsteekseltje goed zichtbaar. Ook is het beeld het duidelijkst vanaf de rechterkant in zijaanzicht. Het is onmogelijk te voorspellen of je baby zich zo zal laten bekijken op het moment van de echografie.

Je kunt je nu de vraag stellen of een voorspelling op basis van deze theorie wel betrouwbaar is. Daarom beklemtonen we hier nog eens de percentages zoals ze gehanteerd worden bij artsen:

  • Eerder dan 11 weken is de nub-theorie helemaal niet betrouwbaar.
  • Vanaf 11 weken verandert de stand van de nub duidelijk, maar is een inschatting niet verantwoord.
  • Vanaf 12 weken is de nub-theorie voor 75 % betrouwbaar, op voorwaarde dat je een goede echografie kunt laten maken. Deze is gemaakt van opzij, zodat de nub goed zichtbaar is. Is je baby iets gedraaid, dan ligt de nub-hoek immers al wat anders en wordt een voorspelling moeilijk.
  • Vanaf 13 weken is de nub-theorie voor 95% betrouwbaar.

De nub-theorie behoort niet tot de standaard zwangerschapsopvolging

De bepaling van het geslacht van je baby op basis van de nub-theorie is niet iets wat standaard hoort bij de zwangerschapsopvolging. Tijdens een normale zwangerschap zijn er twee echografieën voorzien, die een duidelijke medische meerwaarde hebben.

De eerste echografie is tussen de 10 en 12 weken. Aan de hand van dit onderzoek bepaalt de gynaecoloog hoe lang je al zwanger bent. Dit is de zogenaamde termijnechografie. Op basis daarvan berekent de gynaecoloog je bevallingsdatum. Dit is dan ook de datum die op officiële papieren terecht zal komen, bijvoorbeeld om je zwangerschapsverlof aan te vragen. De termijnechografie zal ook aan het licht brengen of je eventueel zwanger bent van twee of meer kinderen.

De tweede echografie gebeurt op 20 weken. Hier kijkt je gynaecoloog naar de ontwikkeling van de organen van je baby. Ook is op deze echografie duidelijk te zien of er ernstige medische complicaties zijn. Dan spreken we over zaken zoals een open ruggetje of een open schedeltje. Je arts ziet of er voldoende vruchtwater is en of de groei normaal verloopt. Ook zal op basis van deze echografie het geslacht duidelijk blijken, omdat de geslachtsorganen al duidelijk te onderscheiden zijn. Het klopt niet dat een gynaecoloog enkel het geslacht van een jongen kan bepalen, omdat er dan een uitsteekseltje is. Ook bij meisjes is de vagina duidelijk herkenbaar.

Standaard zijn er dus twee echografieën, maar indien er bepaalde medische complicaties of risico’s zijn, kan je arts uiteraard beslissen dat er meerdere echografieën nodig zijn.

Besluit

Zoals blijkt uit het overzicht hierboven, is de nub-theorie niet helemaal accuraat. Het bepalen van het geslacht met deze theorie valt ook een beetje buiten de timing van de echografieën die echt nodig zijn tijdens de begeleiding van je zwangerschap. Op 20 weken zal je gynaecoloog je bovendien helemaal zeker kunnen zeggen wat het geslacht zal worden. Ben je echt bijzonder nieuwsgierig, dan kun je eens de nub-theorie aanhalen bij je arts. De ervaring van de gynaecoloog die de echo uitvoert, zal in dit verband veel bepalen. De kansen om al op twaalf weken het geslacht juist in te schatten met een echografie is dus 75 procent. Op dertien weken is het tot 95 procent nauwkeurig.