Wanneer moet je voor controles naar het ziekenhuis?

De zwangerschap en bevalling wordt in principe volledig begeleid door de verloskundige. Ook wanneer je in het ziekenhuis bevalt. Maar in sommige gevallen zul je doorgestuurd worden naar de gynaecoloog in het ziekenhuis voor controle, of zul je zelfs helemaal overgedragen worden naar de gynaecoloog. Wanneer gebeurt dat en wat verandert er dan voor jou?

Wat is een gynaecoloog?

Een gynaecoloog is een medisch specialist. De gynaecoloog heeft een breed aandachtsgebied: ze houden zich bezig met ziekten en aandoeningen aan de vrouwelijke voortplantingsorganen, maar ook met fertiliteit en zwangerschap: het begeleiden van zwangerschappen en bevallingen waarbij de expertise van een arts nodig is.

Wat is het verschil tussen de verloskundige en gynaecoloog?

Praktisch gezien is het enige grote verschil dat je bij de gynaecoloog voortaan voor je controles het ziekenhuis moet bezoeken, in plaats van de verloskundigenpraktijk.

De verloskundige heeft een zware HBO-opleiding gedaan, waarbij ze alles geleerd heeft over zwangerschap, bevalling en de pasgeboren baby en kraamvrouw. Ze doet alle controles en weet precies hoe ze jou en je kindje in de gaten moet houden. Ook begeleidt de verloskundige ongecompliceerde zwangerschappen, zowel bij een thuisbevalling als bij een poliklinische (in het ziekenhuis) bevalling of bij een bevalling in een geboortehotel. Omdat de verloskundige goed medisch opgeleid is, is ze erin getraind om risicofactoren en complicaties zo snel mogelijk te signaleren en je door te sturen naar een gynaecoloog, voor nadere controle, of om je zelfs helemaal over te dragen aan de gynaecoloog.

De gynaecoloog is een universitair opgeleide specialist, die een specialisatie gynaecologie gedaan heeft. De gynaecoloog zal je zwangerschap begeleiden wanneer de verloskundige dat nodig acht: bijvoorbeeld als je zelf ziek bent en/of bepaalde medicatie gebruikt, of als er complicaties optreden.

Wanneer moet ik naar de gynaecoloog?

Er zijn veel verschillende redenen waarom je als vrouw naar de gynaecoloog doorgestuurd wordt. Je wordt in de regel doorgestuurd wanneer je niet meer onder de categorie low-risk valt. De verloskundige begeleidt alleen low-risk zwangerschappen en bevallingen. Dat zijn zwangerschappen waarbij moeder en kind allebei gezond zijn en er geen aanleiding is tot verder onderzoek. Alles verloopt goed en de verwachting is dat alles goed blijft verlopen.

Als je medium-risk of high-risk wordt, word je naar de gynaecoloog gestuurd. Soms maar voor enkele controles, maar soms word je volledig overgedragen aan de gynaecoloog. Je zult dan vaak ook in het ziekenhuis bevallen. Je kunt ook tijdens de bevalling aan de gynaecoloog worden overgedragen. Hieronder vind je enkele voorbeelden die reden kunnen zijn voor doorverwijzing;

  • Bij bepaalde ziektes en/of gebruik van bepaalde medicatie bij de moeder
  • Problemen met het ongeboren kind: bijvoorbeeld achterblijvende groei of een aangeboren afwijking
  • Je hebt extra zorg nodig tijdens de bevalling, zoals pijnstilling, of de bevalling vordert niet goed of wordt gecompliceerd
  • Er is een kunstverlossing of keizersnede nodig. Deze voert de gynaecoloog uit
  • Er is sprake van een meerlingzwangerschap. Hierbij treden vaker complicaties op en wordt vaker een keizersnede gedaan
  • Je hebt zwangerschapscomplicaties, zoals suikerziekte, extreme misselijkheid, hoge bloeddruk, bloedarmoede of zwangerschapsvergiftiging
  • Je verliest bloed of krijgt weeeen voor de 37e zwangerschapsweek
  • Je bent in de 42e zwangerschapsweek nog niet bevallen
  • Een stuit- of dwarsligging
  • Er is iets mis met je placenta, of de placenta ligt verkeerd

Ook bij voorgeschiedenis kan het zo zijn dat je meteen naar de gynaecoloog wordt doorverwezen. Deze voorgeschiedenis kan betrekking hebben op eerdere zwangerschappen, maar ook op je eigen gezondheid of die van je partner. Bijvoorbeeld;

  • Jij of je partner heeft een erfelijke afwijking
  • Je hebt eerder een keizersnede gehad
  • Je hebt eerder een gecompliceerde bevalling of zwangerschap gehad: loslatende placenta, vroeggeboorte, een doodgeboren kindje of andere ernstige complicaties
  • Je eerder een te klein kind hebt gekregen. De gynaecoloog controleert dan de groei van je baby
  • Je bent een DES-dochter

Wat gebeurt er als ik doorverwezen word?

Doorverwezen worden naar de gynaecoloog vinden veel vrouwen erg eng. Maar deze doorverwijzing hoeft niet meteen te betekenen dat je je in een ernstige situatie bevindt. Veel verloskundigen wijzen al door bij een klein vermoeden, uit voorzorg. Dat je doorverwezen bent naar de gynaecoloog, betekent ook niet dat je de gehele zwangerschapsduur onder controle blijft bij de gynaecoloog. Als er niets aan de hand is, mag je lekker terug naar je eigen verloskundige. Als je bij de gynaecoloog blijft, zal de gynaecoloog over het algemeen dezelfde controles doen als de verloskundige. Misschien krijg je wel extra echo's, genetisch onderzoek of meer bloed- en urineonderzoek.

Een medische bevalling

Wanneer je een medische indicatie hebt, beval je klinisch in het ziekenhuis. Thuisbevallen is dan onverantwoord en uitgesloten. Bij een klinische bevalling zal je begeleid worden door speciale verpleegkundigen en de gynaecoloog. Ook zijn er gespecialiseerde klinisch verloskundigen aanwezig in het ziekenhuis. Je hebt de optie tot pijnbestrijding, mocht je dat graag willen. Voor een klinische bevalling betaal je geen eigen bijdrage. Voor eventuele bijkomende medische kosten, zoals pijnstillers voor thuis (als je bijvoorbeeld een keizersnede hebt gehad), betaal je wel eigen risico.

Soms kiest de gynaecoloog op voorhand al voor een geplande keizersnede. Onthoud dat de gynaecoloog hiervoor kiest omdat hij of zij er overtuigd van is dat dit, medisch gezien, het beste is voor jou en je kindje. Bij de geplande keizersnede wordt er een afspraak gemaakt voor de operatie. Je wordt verdoofd met een ruggenprik (zelden met een narcose) en je baby wordt door de gynaecoloog gehaald door een incisie in je buik te maken.

Vaak blijf je even in het ziekenhuis na een medische bevalling. Bij een keizersnede kan dit ruim drie dagen zijn. Als je thuis bent, zal de eigen verloskundige je hechtingen of de wond van de keizersnede in de gaten houden, en zal ze de normale controles doen. Vaak moet je na een aantal weken even op controle komen bij de gynaecoloog.