Meerlingen

Hoera, je bent zwanger, je krijgt een kindje. Of nee, toch niet je krijgt twee kindjes. Dat is dubbel babygeluk. Misschien vind je het ontzettend leuk dat je een meerling krijgt of ben je er toch een beetje van geschrokken? Veel mensen lijkt het ontzettend leuk om een tweeling te krijgen, maar het brengt vaak ook wel wat extra zorgen met zich mee. De kans op complicaties zijn iets hoger, zeker bij een eeneiige tweelingen. Daarnaast brengen tweelingen ook meer kosten met zich mee. Er moeten twee bedjes komen, een speciale kinderwagen, twee autostoeltjes en ga zo maar door. En dan hebben we het nog niet eens over een drie- of een vierling.

Hoeveel kans heb je op een meerling?

Vrouwen tussen de 35 en 39 jaar hebben meer kans op een spontane zwangerschap van een meerling. Dit heeft te maken met je eisprong. Die wordt wat onregelmatiger en daardoor neemt de kans toe dat er meerdere eicellen tegelijk rijpen en vrijkomen. Dit wil niet altijd zeggen dat het ook een doorgaande zwangerschap wordt van een meerling. Soms blijft er uiteindelijk toch maar één embryo over. Dit schijnt zelfs vaker te gebeuren dan we denken, veel eenlinggeboortes zijn misschien ooit begonnen als tweelingen. Er kan dan in de begin van de zwangerschap wat bloedverlies zijn geweest, meer merk je er meestal niet van. De laatste jaren worden er wel meer meerlingen geboren dan voorheen. Dit heeft ook te maken met het feit dat er tegenwoordig ook veel vrouwen een vruchtbaarheidsbehandeling krijgen. Maar er zijn nog meer factoren die meespelen in een verhoogde kans op een meerling.

Bij twee-eiige tweelingen spelen de volgende factoren een rol:

Ras

Negroïde mensen bevallen twee tot vier vaker van tweelingen dan vrouwen van het blanke ras. Het laagste percentage ligt bij de vrouwen in Azië en Latijns-Amerika.

Erfelijkheid

Een afwijkend gen zorgt voor de veelvoudige groei van follikels, waar de bron ligt voor twee-eiige tweelingen. Als je een dergelijk gen hebt, heb je 18% verhoogde kans op een twee-eiige tweeling. Dan is er ook nog een gen met een afwijking die medeverantwoordelijk is voor hoe de eileiders op de hormonen reageren. Als je in het bezit bent van dit gen heb je 9 procent meer kans. Ben je in het bezit van beide genen met deze afwijkingen dan ligt de kans nog hoger, namelijk met 29 procent. Beide ouders kunnen deze genen doorgeven aan de kinderen. Als een van de ouders een drager is, krijgt 50% van zijn of haar kinderen het gen mee. Zowel dochters als zonen kunnen dragers zijn, maar de dochters hebben de verhoogde kans op een meerling. De zoon kan het wel weer doorgeven aan zijn kinderen. Daarom kan deze erfelijke kans op een meerling ook heel goed een generatie overslaan.

Leeftijd

Hoe ouder de vrouw bij de eerste zwangerschap is, hoe groter de kans is op een meerlingen zwangerschap. Ook als je al eerder een meerling hebt gehad, ligt het percentage hoger om bij de volgende zwangerschap weer een meerling te krijgen.

Vruchtbaarheidsbehandeling

Doordat er bij de behandeling de celgroei wordt gestimuleerd, met als resultaat meerdere eicellen kiest men er soms voor om meerdere eicellen terug te plaatsen. Hierdoor wordt de kans op een meerling ook hoger.

BMI en lengte

Ook vrouwen die lang zijn en met hun BMI boven de 30 zitten, hebben een verhoogde kans op een twee-eiige tweeling.

Eén, twee of negen baby's?

In buitenlandse vruchtbaarheidsklinieken worden nog wel eens veel embryo’s teruggeplaatst om de kans op een zwangerschap te verhogen. Dit resulteert vaak in tweelingen. De grootste meerling die ooit geboren is, is een Australische negenling, helaas hebben ze het niet overleefd. In Amerika waren er twee achtlingen en van een van de achtlingen overleed ook een baby. In Nederland komen er voornamelijk tweelingen voor, namelijk circa een op de 80 bevallingen. Bij drielingen ligt het percentage lager, namelijk een op ongeveer 6400 bevallingen. Een hoger aantal meerlingen komt gelukkig zeer weinig voor.

Twee-eiige tweelingen

Tijdens de ovulatie kan het gebeuren dat er meerdere rijpe eicellen zijn vrijgekomen. Stel dat er twee van deze eicellen worden bevrucht, dan heb je een twee-eiige tweeling. Omdat het hier gaat om ook twee aparte embryo’s, is een twee-eiige tweeling eigenlijk hetzelfde als broertjes en zusjes. Natuurlijk is er wel een verschil, de twee kinderen zitten tijdens de zwangerschap samen in de buik van de moeder, ze zijn even oud en worden waarschijnlijk op dezelfde dag net achter elkaar geboren. De tweeling kan uit twee kinderen bestaan die ieder een ander geslacht hebben en ze hoeven ook niet op elkaar te lijken. Niet specifieker dan wanneer ze niet een tweeling zouden zijn. Ze zijn namelijk beide ontstaan uit een andere eicel en met een eigen zaadcel. Natuurlijk kunnen ze beide wel uiterlijke kenmerken hebben die overeenkomen, tenslotte zijn ze wel familie van elkaar.

Groei van een twee-eiige tweeling

De bevruchte eicellen hebben ieder hun eigen deling. De embryo’s van de twee-eiige tweeling hebben ook ieder een eigen vruchtzak en een eigen placenta. Soms groeien de placenta’s wel aan elkaar waardoor er één moederkoek ontstaat. De moederkoek levert de voedingsstoffen en voert de afvalstoffen af voor beide baby’s. De kans dat je een twee-eiige tweeling krijgt, is groter dan een eeneiige tweeling. Door middel van een bloed of DNA-onderzoek kun je vaststellen of je een eeneiige of twee-eiige tweeling draagt.

Eeneiige tweelingen

Bij een eeneiige tweeling gaat het er iets anders aan toe. Wanneer één eicel bevrucht wordt door één zaadcel en het embryo splitst zich tijdens het delen, dan krijg je een eeneiige tweeling. Het begon tenslotte met maar één ei en één zaadcel. Deze kinderen zijn ontstaan uit dezelfde embryo en hun genen zijn dan ook volledig identiek waardoor ze op elkaar lijken en ook hetzelfde geslacht hebben.

Groei van een eeneiige tweeling

Of de embryo’s aparte placenta’s en gescheiden vruchtzakken hebben, wordt bepaald door het tijdstip van het splitsen. Bij een vroege splitsing is er meestal sprake van aparte placenta’s en vruchtzakken zoals bij twee-eiige tweelingen. Bij een late splitsing is er vaak één placenta en twee vruchtzakken. Bij een splitsing na één of twee weken is er meestal één vruchtzak en één placenta. Ze liggen dan samen in hetzelfde vruchtwater.

Zwanger van een meerling

Als er is vastgesteld dat je zwanger bent van een meerling kom je meestal onder toezicht van een gynaecoloog in plaats van een verloskundige. Eventuele complicaties zoals een verhoogde bloeddruk, zwangerschapsvergiftiging, zwangerschapssuiker of een vroeggeboorte kunnen hier eerder gemonitord worden. Na een aantal weken zal je ook merken dat je buik wat sneller groeit dan bij een gewone zwangerschap. Dat is niet zo gek, je draagt immers ook een dubbel gewicht mee. Vaak lijkt het als je vijf maanden zwanger bent alsof je al bijna op het eind bent, mensen die niet weten dat je een tweeling krijgt, zullen waarschijnlijk ook denken dat je er bijna bent. De grotere buik kan zorgen voor striae, maar je kunt jezelf ook eerder moe voelen of harde buiken hebben.

Extra kosten, maar ook extra voordeel

Het zwanger zijn van een meerling brengt niet per se extra kosten met zich mee. Je krijgt namelijk voor alles een medische indicatie. Je hebt ook recht op meer zwangerschapsverlof omdat je al in week 26 tot 30 met zwangerschapsverlof gaat. Na de bevalling krijg je wel met extra kosten te maken. Veel dingen van de babyuitzet heb je nu eenmaal twee keer nodig. Twee badjes of borstkolven hoeft natuurlijk niet, maar er blijven nog genoeg andere dingen over.

Dubbel babygeluk

Toch is het krijgen van een meerling wel heel erg bijzonder. Allereerst heb je natuurlijk dubbel of driedubbel babygeluk. Daarnaast kan het zijn dat je met een twee-eiige tweeling ook gelijk een zoon én een dochter hebt. De 'Koningswens' is dan gelijk vervuld. Tweelingen hebben meestal ook een hele bijzondere band met elkaar. Ondanks dat ze natuurlijk ook weleens ruzie maken net zoals andere broertjes en zusjes, hebben tweelingen toch iets speciaals samen. Zij hebben met elkaar in je buik gezeten, waar ze volgens onderzoeken al volop met elkaar hebben gecommuniceerd. Na veertien weken schijnen ze elkaar al aan te raken en na achttien weken zitten meer aan elkaar dan aan zichzelf.