Bekkeninstabiliteit tijdens zwangerschap

De spieren van het bekken verslappen tijdens zwangerschap. Dit kan bekkeninstabiliteit veroorzaken, dat een pijnlijk gevoel geeft.

Wat is bekkeninstabiliteit?

Bij bekkeninstabiliteit heb je last van een of meer van de volgende symptomen:

  • pijn in de onderrug
  • pijn in de onderbuik
  • pijn op de heupen
  • uitstraling van de pijn naar een of beide benen
  • beurs, moe of pijnlijk gevoel rondom de schaambeenverbinding
  • pijnscheuten bij dagelijkse bezigheden, zoals staan, bukken, traplopen, autorijden of zwemmen
  • toename van de pijn bij een volle blaas, ophouden van ontlasting en bij de aanvang van de menstruatie
  • pijn bij het starten van een beweging, dit heet startpijn
  • sneller moe als je langdurig in dezelfde positie zit, ligt of staat
  • het herstel van vermoeidheid of pijn gaat langzamer dan normaal

Waarom ontstaat bekkeninstabiliteit tijdens zwangerschap?

Onder invloed van zwangerschapshormonen verslappen het kraakbeen en de banden tussen de drie botdelen van het bekken. Ze worden soepeler en rekbaarder, zodat je baby straks gemakkelijker via de natuurlijke weg naar buiten kan komen. Dat is natuurlijk fijn, maar voor je rug is dit minder goed. Als de verslapping en beweeglijkheid van je kraakbeen en banden in je bekken te extreem wordt, raken de spieren eromheen onvoldoende sterk. Ze kunnen de botdelen van het bekken niet meer voldoende stabiliseren en er ontstaat bekkeninstabiliteit. Ook na de bevalling kan bekkeninstabiliteit ontstaan door verrekking of scheuring van het kraakbeen en de banden.

Wanneer treedt bekkeninstabiliteit op tijdens zwangerschap?

Bekkeninstabiliteit behoort net als misselijkheid, harde buiken, stemmingswisselingen, vermoeidheid en aambeien tot de meest voorkomende zwangerschapskwaaltjes. Veel vrouwen hebben er last van tijdens hun zwangerschap. Maar liefst 50% krijgt het, waarvan 40% tot 45% van de zwangere vrouwen er een beetje of af en toe last van heeft en 5% tot 10% van de zwangere vrouwen er veel last van heeft. Deze laatste groep kan in haar dagelijkse bezigheden niet meer goed functioneren. Meestal krijgen vrouwen de eerste klachten van bekkeninstabiliteit ergens tussen de derde en zevende maand van de zwangerschap. Vrouwen die voor de eerste keer zwanger zijn, krijgen de klacht over het algemeen wat later dan vrouwen die al eerder zwanger zijn geweest. Ben je voor het eerst zwanger dan krijg je het meestal pas vanaf halverwege je zwangerschap. Als je al eerder zwanger bent geweest, krijg je vaak al eerder last van bekkeninstabiliteit. Dat komt doordat de verslapping rond het bekken dan al eerder optreedt als gevolg van de vorige zwangerschappen. Als je een voorgeschiedenis hebt van lage rugklachten, SI klachten of een trauma aan de bekken dan is er een grotere kans op bekkeninstabiliteit tijdens zwangerschap. Andere mogelijke oorzaken zijn meerdere bevallingen en hoge lichamelijke belasting.

Tips voor minder pijn bij dagelijkse bezigheden

Helaas zijn er geen medicijnen voor bekkeninstabiliteit tijdens zwangerschap. Je kunt wel de pijn verminderen door middel van pijnstilling. Let er dan wel goed op, als je zwanger bent, of deze pijnstillers ingenomen mogen worden tijdens zwangerschap. Een pijnstiller helpt natuurlijk maar voor even. Beter is het om een verandering aan te brengen in de manier waarop je dagelijkse activiteiten verricht. Als je veel last van pijn hebt bij een bepaalde bezigheid dan kun je proberen deze te vermijden of aan te passen. Hier zijn een aantal tips:

  • Negeer pijnklachten nooit. Waarschijnlijk zegt de pijn die je voelt iets over een activiteit die te zwaar voor je was. Neem even pauze. Ga bijvoorbeeld even liggen als je teveel pijn hebt.
  • Doseer activiteiten. Doe alles beetje bij beetje, niet teveel in een keer. Ga bijvoorbeeld niet in een keer het hele huis poetsen, maar doe elke dag een beetje.
  • Wissel activiteiten af. Zit niet te lang achter elkaar, wissel dit liever af met korte wandelingen.
  • Blijf in beweging. Teveel stilzitten geeft veel pijn.
  • Zit rechtop en symmetrisch, zet je voeten recht onder je knieën.
  • Sta met je voeten iets naar buiten en verdeel je gewicht over allebei je benen.
  • Lig op je zij met je benen op elkaar gebogen. Je kunt eventueel een kussen tussen de benen leggen.
  • Stap niet meteen in bed, maar ga eerst op de rand van je bed zetten en rol voorzichtig in de lighouding.
  • Stap niet meteen uit bed, maar rol eerst op je zij. Breng vervolgens je benen uit het bed en maak gebruik van je armen en handen om omhoog te komen in de zithouding op de rand van het bed.
  • Omdraaien in bed gaat gemakkelijker met een gladde hoes of laken om je matras. Ook gladde nachtkleding van bijvoorbeeld satijn kan helpen bij het omdraaien in bed. Dit komt doordat je op deze manier minder kracht hoeft te zetten.
  • Loop met kleine pasjes, niet te lang en te ver.
  • Fiets met je fietszadel iets lager, zodat je bij het fietsen wat meer je benen gebruikt in plaats van je bekken. Fietsen is beter dan lopen bij bekkeninstabiliteit; het is minde belastend. Dus heb je de keuze: ga dan fietsen in plaats van lopen.
  • Autorijden lijkt onschuldig, maar ook dit kan pijnlijk en moeilijk zijn met bekkeninstabiliteit, bijvoorbeeld als je snelle bewegingen maakt, zoals plotseling remmen of het nemen van een scherpe bocht. Dit maakt autorijden gevaarlijk tijdens bekkeninstabiliteit. Vermijd daarom autorijden waar mogelijk.
  • Traplopen kun je het beste zo min mogelijk doen. Moet je het toch doen, gebruik dan de trapleuning.
  • Tillen en bukken kun je het beste zoveel mogelijk vermijden. Doe je het toch, ga dan door je knieën en til met een rechte rug.
  • Vrijen kan pijn doen als er gewicht op je bekken en benen komt te staan. Gebruik daarom liever een standje waarbij dit minder het geval is, zoals op de zij of op handen en knieën.

Spieroefeningen om de klachten te verminderen

Naast een aanpassing in je dagelijkse bezigheden, kun je ook spieroefeningen gaan doen. Zo versterk je de bekkenbodem-, buik-, bil- en beenspieren. Wil je weten welke oefeningen je kunt doen? Ga dan naar je huisarts en laat je doorverwijzen naar een bekkenoefentherapeut of fysiotherapeut. Ook het volgen van een zwangerschapscursus, waarbij oefeningen worden aangereikt, is een mogelijkheid. Het beste is om een aantal keren per dag de oefeningen te doen. Misschien denk je nu dat het hier gaat om zware oefeningen, maar dat is niet zo. Het zijn lichte oefeningen, waarbij je bijvoorbeeld gaat zitten en je rug krom maakt en dan weer rechttrekt. Of je gaat op je rug liggen en draait rondjes met je heupen terwijl je je buikspieren spant. Elke keer als je spieroefeningen hebt gedaan, vermindert de pijn en dat is natuurlijk zeer aangenaam. Een bekkenoefentherapeut of fysiotherapeut kan naast oefeningen ook adviezen geven over een optimaal houdings-bewegingspatroon. Je leert om je bekken optimaal steun te geven, zodat deze zo stabiel mogelijk wordt.

Bekkeninstabiliteit na de bevalling

Als bekkeninstabiliteit alleen het gevolg was van hormonen, dan kunnen de klachten na de bevalling snel afnemen, maar het kan ook zijn de klachten blijven. Als je na je bevalling veel last hebt van bekkeninstabiliteit neem dan de eerste tien tot twintig dagen zo veel mogelijk rust. Ga vervolgens om met de klachten zoals je ook bij de bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap deed. Wees je bewust van je dagelijkse bezigheden en hoe je ze het beste uit kunt voeren om de pijn te verminderen of vermijden. Doe daarnaast spieroefeningen, eventueel onder begeleiding van een bekkenoefentherapeut of fysiotherapeut. Lukt het je niet om je gezin te runnen met je bekkeninstabiliteit? Schakel dan hulp in. Dat kunnen bekenden zijn, maar ook een tijdelijke gezinshulp kan bijvoorbeeld van pas komen. In de meeste gevallen verdwijnen de klachten van bekkeninstabiliteit na enkele weken tot maanden. Bij sommige vrouwen houden de klachten langer aan. Het kan zijn dat dan de klachten soms even verdwijnen en dan ineens weer terugkeren. Dan is het raadzaam om dagelijks spieroefeningen te blijven doen.